Corinna feuilleton

Aflevering 1

Door Hetty Blaauw

Corinna zit lekker op de bank met een kopje koffie als de telefoon gaat. Het is haar kleinzoon, die vertelt dat hij voor een werkstuk moet vragen wat haar lievelingsmuziek was in haar jeugd. Meteen denkt ze aan de zwart-witfoto van Pat Boone die Love letters in the sand zong.

Nadat ze het gesprek beëindigd hebben, bedenkt ze dat er toch ook een lied was dat betrekking had op haar naam, iets als Corrina I love you so much. Moet ze toch eens opzoeken op Youtube.

Onderwijl gaan haar gedachten terug naar haar geboortestad, waar ze aan de buitenkant woonden. Achter de gasfabriek. Ja, die gasfabriek waar Rutger Kopland een gedicht over schreef dat door een lezer van de Oppeppers als lievelingsgedicht werd aangemerkt.

Voor haar als kind was het leven ongecompliceerd. Geen auto’s op straat. De melkboer kwam met de hondenkar, de bakker met de bakfiets en de groenteboer met paard en wagen. Soms kwam er iemand met een handkar langs die riep. ‘lompen en metalen’ en als moeder dan wat oude kleren had, gaf ze die mee – en kreeg je een doosje kleurpotloden. De koning te rijk was je ermee.

Toch is Corinna blij dat ze nu leeft. Ze moet er niet aan denken dat ze deze bizarre tijd in de jaren vlak na de oorlog zou moeten meemaken. Geen telefoon, geen beeldbellen of Jitsi-koffiedrinken, geen televisie, geen Oppeppers. Aan de andere kant was er minder nieuwsgaring en werd je er niet zo direct en wereldwijd mee geconfronteerd. Nou ja, het is zoals het is en ze moet zich maar bepalen bij wat wél kan op dit moment.

Dan gaat weer de telefoon. Ditmaal is het de partner van haar dochter, die vraagt of ze volgend jaar meegaat op de vakantie die dit jaar niet doorging vanwege corona. Hij heeft alweer besproken. Volmondig zegt ze ‘jazeker!’

Niet stilstaan bij wat niet kan, maar dromen over volgend jaar en vandaag leven met de mogelijkheden die er zijn. Ze gaat nog even een kopje koffie zetten. Daar gaat de bel. O ja, de buurvrouw zou nog wat komen brengen!