Feuilleton III: Een Spannend Verhaal

Aflevering 39, door Helmi Duijvestein

Op haar knieën in de aarde probeert ze het slot los te trekken maar het kistje blijft dicht.Ze ziet een sleutelgat – het is nie dt heel groot, welke sleutel zou daar nu op passen? Eerst het kistje maar eens wat schoonmaken en ontdoen van grond en zand , want ze is toch wel verbaasd over wat ze zomaar onder de struik heeft gevonden.
Ze pakt het kistje op en merkt dat er iets binnenin rammelt als ze het heen en weer beweegt . Ze neemt het kistje mee naar de keuken en is blij dat ze het  op het aanrecht kan zetten. Ze krijgt er bijna kramp van in haar armen, zo zwaar is het kistje als je er een stuk mee moet lopen.

Met een vaatdoek en een droge borstel gaat ze aan de slag. Tijdens het schoonmaken herkent ze de kist ineens . Ooit was hij door haar vader in gebruik. Hij bewaarde de dagopbrengst van hun winkel erin om dat geld de volgende ochtend naar de bank brengen. En  nu weet  ze ook ineens vrijwel zeker dat het sleuteltje dat ze in het blikje heeft gevonden, op deze kist past. Maar wat was het gerammel in de kist? Het klonk niet als munten, want dat geluid herinnert ze zich nog van vroeger.
Wie heeft die kist nou in de tuin verstopt en dan nog wel onder de stinkende ribes? Hij heeft daar best een tijdje verstopt gezeten want de wortels van de ribes waren er omheen gegroeid. En die ribes is er bij de laatste tuinrenovatie door Gerald in gezet omdat hij dit zo’n leuke struik vond, mede omdat die best vroeg bloeit. Maar dat deze struik zo stinkt heeft hij zich vast niet gerealiseerd. Die tuinrenovatie  moet nu zo’n jaar 3 jaar geleden zijn.

Ze loopt naar het kastje met herinneringen en pakt het blikje. Goed dat ze het sleuteltje niet weggegooid heeft, realiseert  ze zich. Ze doet het sleuteltje in het sleutelgat en draait het sleuteltje om. Met veel moeite krijgt ze het sleuteltje omgedraaid en uiteindelijk gaat het kistje open. Ze ziet dat het gevuld is met kranten, maar als ze die eruit haalt ziet ze wat er zo rammelde …. Ze schrikt en pakt meteen haar mobiel.

Aflevering 38, door Elze Mulder

Even later kijkt een verpleegster haar medelijdend aan. ‘Mevrouw, uw man is zojuist overleden, het spijt me heel erg.’

* * *

Vanuit de tuin waait de geur van de ribes naar binnen. Pam staat op en schuift de glazen deur wat verder dicht. Zo’n ouderwetse geur, en niet echt lekker – ‘t kwam dicht in de buurt van kattenpis. Waarom heeft ze het ook goed gevonden dat Gerald die struik ooit zo dicht achter het huis plantte? Tja, zoals zo vaak – om de lieve vrede.

Ze kijkt nog eens naar het bronzen beeldje dat ze ooit van haar vader kreeg – het drukte zo goed haar wezen uit had hij gezegd – vrij, lichtvoetig, altijd in beweging…
Ja die vieze ribesstruik – waarom zou ze die niet gewoon eens gaan uitgraven?
Vijf minuten later staat ze al in de tuin en probeert met de schop tot onder de wortels van de taaie ribes te komen. Mmm, dat valt nog niet mee. Met haar volle gewicht op één kant drijft ze de spade de grond in – en stuit dan op iets heel hards. Die ribes heeft wel harde wortels, maar dit voelt als een steen. Pam graaft verder en ontbloot een flinke stoeptegel. Moet ze dat ding er ook nog uitgraven!

Het zware werk doet haar goed, als je zo bezig bent kun je niet echt piekeren. Wel trekken de heftige gebeurtenissen van de afgelopen week voor de zoveelste keer aan haar geestesoog voorbij, een film die ze intussen wel 100 keer heeft bekeken. Tamara, die helemaal van slag was na de dood van haar vader, de begrafenis van Gerald, de maffia-achtige figuren die rondscharrelden op de begraafplaats, de politieagent die intussen tot het meubilair was gaan behoren…. aardige man hoor, maar hij begint haar wel flink te irriteren – en ze vraagt zich intussen af wat dat gedoe met die inbraak en dat dreigtelefoontje nu werkelijk te betekenen had. Misschien was ze wel aan het hallucineren, zo kort nadat ze uit het ziekenhuis was, of iemand heeft een grap met haar willen uithalen. Na die ene keer is er geen enkel dreigtelefoontje meer geweest. En van die zogenaamde louche activiteiten van Gerald had ze eigenlijk maar bitter weinig overtuigend  bewijs. Haar zoektocht in de garage naar dat fameuze blik was ook op niets uitgelopen. Wel had ze een blikje teruggevonden dat ze zelf ooit nog eens op het Waterlooplein had gekocht, maar dat ze al heel lang kwijt was. Er zat een sleuteltje in, maar waar dat van was, wist ze allang niet meer. Het blikje, met een vogeltje in een bloeiende boom op het deksel, stond nu in het kastje met speciale herinneringen te pronk.

Wat nou weer? Ze heeft de stoeptegel eruit gekregen en nu schraapt de spade over iets ijzerachtigs. Verder graven dan maar. De arme ribes ligt amechtig op zijn kant, maar daar besteedt Pam nu geen aandacht aan. Het is een vrij zwaar kistje, wat ze nu uit de aarde tilt. Op haarknieën in de aarde probeert ze het slot los te trekken maar het kistje blijft dicht. Ze ziet een sleutelgat – het is niet heel groot, welke sleutel zou daar nu op passen?

Aflevering 37, door Joanna Schopman

Later zal hij met haar praten om haar te vertellen over zijn dilemma. Het ligt hem zwaar op het hart, maar het zal moeten.
Pam intussen, vindt dat ze Gerald in het ziekenhuis toch moet gaan opzoeken, nu hij er zo slecht aan toe is. Schuldig realiseert ze zich, dat ze eigenlijk opgelucht zou zijn als hij overleed. Dan kon die hele angst- en stressperiode eindelijk eens voorbij zijn. Het zou ook voor Tamara zoveel rust geven. Maar zo mag ze niet denken, Gerald heeft het ook moeilijk gehad en nog steeds, zelfs al hij heeft hij grotendeels zich zélf in de nesten gewerkt. Maar ooit hadden ze het samen heel goed. Ja, ze gaat hem nú opzoeken. Nadat ze de gegevens heeft opgevraagd, rijdt ze richting het ziekenhuis.

Daar treft ze een hoopje mens aan in een bed, verbonden aan allerlei apparatuur. Hij slaapt, lijkt het. Ze kijkt naar zijn gezicht: bleek, oud! Waarom is ze steeds zo bang geweest voor de man die daar zo bewegingloos in dat witte bed ligt? Dit is toch wel heel triest voor hem. Ze voelt een diep medelijden en streelt in een opwelling over zijn voorhoofd. Hij knippert een beetje met zijn ogen en even later gaan ze een klein stukje open. Als hij Pam ziet, krijgen zijn ogen een zachte glans, ‘Pa..m’ komt er moeizaam uit. Zijn gezicht beweegt aan één kant niet mee, waardoor het praten onduidelijk en moeilijk is.
‘Lieverd, wat vind ik het erg dat dit je overkomt,’ zegt Pam. Maar het is duidelijk dat Gerald nog wat wil zeggen. ‘Gathage…. bthik met dinge’ komt er hortend uit. Pam begrijpt het niet en probeert het na te zeggen, en terwijl ze dat probeert meent ze het plotseling te begrijpen. “Bedoel je dat in de garage een blik staat met dingen?” Gerald knippert een paar keer langzaam met zijn ogen en brengt uit ‘aaaa’. Pam blijft naar hem kijken. Gerald heeft zich blijkbaar te veel ingespannen, hij ziet er nu heel benauwd uit.
Dan komt er een diepe zucht. Plots beginnen allerlei monitoren te piepen en is er allerlei drukte om haar heen. Ze wordt bij haar schouders gepakt en onder zachte drang een eindje van haar stoel weggevoerd, zodat de verpleging bij het bed kan.

Even later kijkt een verpleegster haar medelijdend aan. ‘Mevrouw, uw man is zojuist overleden, het spijt me heel erg.’

Aflevering 36, door Irene Gret

Ze krijgt in de gaten dat daar iets moois aan het opbloeien is. En dat Gerrit zo vaak naar de praktijk komt niet alleen voor haar, maar vooral voor haar assistente.
Ondertussen loopt Bram naar de spreekkamer. Er knaagt wel iets aan hem. Die nacht met Pam, daar heeft hij zo van genoten. In hun studententijd zijn ze wel vaker samen in bed beland. Maar toen waren ze allebei vrij en redelijk onbekommerd. Ze hadden geen andere verantwoordelijkheden dan hun studie tot een goed einde te brengen. Inmiddels heeft Pam een dochtertje en daarbij zit ze volop in de problemen. Gerald heeft banden met de onderwereld. Het is maar de vraag of de politie genoegen neemt met Pams verklaring dat zij er niets vanaf weet. In welk wespennest steekt hij zich eigenlijk?

Toch zou hij haar vaker willen zien en haar bij hem thuis ontvangen. Haar wat rust en liefde geven en samen even ontsnappen aan de stress van alledag. Zo zouden ze de tijd nemen om te ontdekken welke kant de vriendschap op zou gaan.

Maar dat is nu juist wat zo aan hem knaagt. Bram realiseert zich dat hij haar dingen over zijn leven moet vertellen die niemand anders weet. Sinds een jaar of vier weet Bram dat hij bi is. Hij valt niet alleen op vrouwen, maar ook op mannen. Zijn leven is daardoor nogal ingewikkeld. Kon hij maar definitief kiezen, maar dat is uitgesloten. Hij heeft hierover allerlei mensen binnen de LHBT-gemeenschap geraadpleegd, want hij was gelukkig en ongelukkig tegelijk. Zijn LHBT-vrienden verzekerden hem dat hij het leven en de liefde moest nemen zoals het kwam. ‘Verzet je niet’, was hun advies. ‘Misschien dat je later, over een jaar of tien, wel kunt kiezen. Of anders jezelf kunt accepteren zoals je bent.’

Inmiddels heeft hij al twee jaar een redelijk vaste relatie met Lorenzo. Een prachtige man waarvan zijn hart sneller gaat kloppen als hij aan hem denkt. Zo’n vrijgevochten, speelse jongen met een ontwapenende lach en een zijdezachte huid. Die wil hij niet kwijt. Maar dat is nu ook even niet aan de orde.

Hij adviseert Pam naar huis te gaan en haar rust te nemen. Ze heeft tenslotte nog steeds last van de gevolgen van de aanrijding met Gerald en alle nare ontwikkelingen daarna.. Later zal hij met haar praten om haar te vertellen over zijn persoonlijke dilemma. Het ligt hem zwaar op het hart, maar het zal moeten.

Aflevering 35, door Terry Porcelijn

Ze wordt slaperig wakker met Bram naast zich met een grijns van oor tot oor. Ze kijkt op haar mobiel; drie oproepen gemist, één van mevrouw Van Drongelen en twee van Gerrit.
Ze springt uit bed en loopt naar de huiskamer om Bram niet wakker te maken.

Eerst maar horen wat mevrouw Van Drongelen te melden heeft. Die heeft haar voice-mail ingesproken met het dringende verzoek om haar zo spoedig mogelijk terug te bellen. De boodschap van Gerrit heeft de zelfde strekking. Ze wordt nu toch wel erg zenuwachtig. Net nu ze eindelijk even alle ellende van zich had kunnen afzetten, wordt ze weer de boze buitenwereld ingezogen lijkt het.
Ze belt mevrouw Van Drongelen, die meteen opneemt. ‘Uw man heeft vannacht een zwaar herseninfarct gehad en ligt in coma. Het ziet er niet goed uit en ik ben bang dat het een aflopende zaak is. Momenteel kunt u niets doen, hij is in goede handen. Als er verandering in zijn toestand komt zullen we u waarschuwen.’

Pam loopt naar de slaapkamer waar Bram inmiddels wakker is. Hij schrikt van haar witte gezicht en grote ogen. Ze vertelt hem wat er is gebeurd en is blij dat ze hier niet alleen doorheen hoeft.
Ze is erg geschrokken en voelt zich deels schuldig en deels opgelucht, omdat ze voorlopig niet hoeft na te denken over hoe ze Gerald gaat vertellen dat hun huwelijk over is wat haar betreft.
Ze belt Gerrit, die zegt dat hij naar de praktijk komt. Hij heeft het nieuws al gehoord en wil haar de rest zelf vertellen.

‘We moeten meteen weg’, zegt Pam, ‘anders krijgen we weer op onze kop van Anneke omdat we zo laat zijn.’ ‘Ja, maar we gaan eerst even rustig worden’, zegt Bram. ‘Lekker douchen samen en een ontbijtje, want zo te zien is het eten er de laatste tijd nogal bij ingeschoten bij je.’ Hij heeft gelijk en Pam dwingt zich om rustig te genieten van zijn goede zorgen.

Als ze bij de praktijk aankomen zit Gerrit er al, in een geanimeerd gesprek met Anneke. Ze hebben het gevoel dat ze storen. Anneke is vrolijker dan ze haar in lange tijd gezien hebben.
Gerrit vertelt Pam het hele verhaal van Geralds ziekte met meer details. Maar Pam betrapt hem er op dat zijn blik steeds weer naar Anneke glijdt. En ze krijgt in de gaten dat daar iets moois aan het opbloeien is. En dat Gerrit zo vaak naar de praktijk komt niet alleen voor haar, maar vooral voor haar assistente.

Aflevering 34, door Bea Rigter

‘Oh hemeltje.’ zucht ze als ze de deur achter zich dicht trekt en Anneke met een strak gezicht aan ziet komen – die haar ijzig vraagt: ‘Kan ik je NU even spreken?’
‘Natuurlijk Anneke, laten we even op jouw kamer gaan zitten.’
Anneke vertelt dat het haar allemaal te veel wordt, dat ze gek wordt van alle spanning die er is – waar ze overgevoelig voor is.
‘En iedereen verandert op het laatste moment afspraken. En ik moet het allemaal oplossen en aan de patiënten uitleggen terwijl ik er zelf niets van snap. En volgens mij ben je ook verliefd… iedereen doet maar wat.’

‘Sorry Anneke, er is zoveel gebeurd’, aarzelt Pam. ‘Er zijn wel een paar dingen die je moet weten.’ Pam pakt de handen van Anneke. ‘Gerald, mijn man, zit in de gevangenis, in mijn huis is ingebroken, Gerald wordt bedreigd, maar ondertussen ook ik, Tamara en mijn ouders. De recherche zit er bovenop en ik mag mijn huis niet meer in.’
Pam zucht. ‘Ik hoop echt dat je je werk blijft doen, je bent een ontzettende steun voor mij’.
Anneke weet niet wat ze moet zeggen en belooft Pam om er voor haar te zijn.
‘Vreselijk, en bedankt dat je me in vertrouwen hebt genomen.’ De vrouwen omarmen elkaar.

Een half uur later zit Pam bij Bram aan een smaakvol gedekte tafel vol heerlijke gerechten.
‘Rood of wit?’
‘Ik weet niet of dat een goed idee is, ik ben zó moe,’ twijfelt ze maar meteen daarna enthousiast: ‘rood, net als vroeger’.
Ze genieten volop van het eten en van elkaar en de sfeer is zó fantastisch dat ze zich helemaal ontspant. ‘ik moet me eigenlijk vreselijk voelen – het is allemaal zo dubbel…‘
‘Dus?’
Pam wil zich wel blijven concentreren maar ze geeft zich over aan haar gevoel en belandt bij Bram in bed.

Ze wordt slaperig wakker met Bram naast zich met een grijns van oor tot oor.
Ze kijkt op haar mobiel; drie oproepen gemist….

Aflevering 33, Henja Kronenburg

Voor ze kan antwoorden gaat de telefoon en als ze opneemt klinkt er een dreigende toon aan de andere kant van de hoorn. Ze zet  direct de luidspreker aan en legt haar vinger op haar mond richting Gerrit.
‘Vraag die vent van je waar de papieren zijn. Zorg dat ik die krijg. Pas goed op je kleine meid.’
Met open mond kijkt ze Gerrit aan die de telefoon pakt en kijkt of er een nummer zichtbaar is.
‘Anoniem. Kom, we gaan naar Gerald; ik bel wel even.’

Na wat tegenstribbelen staat mevrouw Van Drongelen een bezoekje toe, en even later zitten ze met zijn drieën rond de tafel. Pam is witheet en bekijkt Gerald met minachting: ‘Lul, dat jij je in de nesten werkt moet jij weten, maar je brengt  Tamara in gevaar. Je vertelt  nu alles en dan ook écht alles! Zo niet, dan doe ik aangifte en geef je hele geheime adresboek aan de politie.’ Verschrikt kijk Gerald haar aan, ‘Heb jij dat dan?’
‘Ja, natuurlijk! Ik ben niet gek en ik kan kopiëren…’

‘Ik ben accountant voor het advocatenkantoor van Charles,’ begint Gerald.
‘Zijn vriendje de  louche advocaat,’ verklaart Pam .
‘Hij heeft me wat cliënten toegespeeld, maar ik zag direct dat het om witwassen ging en omdat ik wel eens wat coke van hem krijg chanteert hij mij daarmee. Ik kan geen kant op, ze stuurden steeds meer transacties door en ik ging van de stress steeds meer gebruiken. Maar ik heb alles gekopieerd, bij wijze levensverzekering – en daar zijn ze denk ik achter gekomen. Nu willen ze die kopieën. Die liggen in mijn kluis bij de bank, maar de sleutel zit aan mijn sleutelbos en die is hier in beslag genomen. We kunnen echt geen kant op.’ Gerald zit als een zielig hoopje te snikken.

In overleg met mevrouw Van Drongelen bellen ze met de recherche, die direct komt, het verhaal zeer serieus neemt en de nodige maatregelen treft: Tamara, opa en oma worden onder leiding van een vrouwelijke agent naar een safe house gebracht. Pam kan daar later ook terecht, want alleen naar huis gaan is geen optie. De buurvrouw haalt de poes op, zodat die goed verzorgd is. De papieren worden uit de kluis gehaald en het kantoor van Gerald onderzocht.
Ook wordt er een afluisterapparaatje in Pams telefoon geplaatst en ze krijgt het dringende verzoek haar telefoon paraat te houden voor als ze nog eens gebeld wordt.

Inmiddels moet Gerrit aan het werk en rijdt Pam naar de praktijk. Gelukkig was ze in  haar eigen auto  achter Gerrit aangereden.
Het spreekuur is net afgelopen, Pam ziet Anneke niet en loopt door naar de spreekkamer. Bram kijkt blij verrast maar ziet direct dat er iets ernstig mis is. Geschokt hoort hij het hele verhaal aan, slaat zijn armen om Pam heen terwijl ze zijn hele overhemd nat huilt.
‘Ik huil altijd als ik bij je ben,’ snikt Pam, ‘maar het lucht wel op.’
‘Ik bestel een excellent diner bij de traiteur en jij komt vanavond eten. Even niks, even net als vroeger, gewoon gezellig.’ Met een diepe zucht zegt Pam, ‘Ja, heerlijk.’ En geeft hem een knuffel die hij verandert in een hartstochtelijke zoen.

‘Oh hemeltje.’ zucht ze als ze de deur achter zich dicht trekt en Anneke met een strak gezicht aan ziet komen – die haar ijzig vraagt: ‘Kan ik je NU even spreken?’

Aflevering 32, door Hetty Blaauw

De agent tikt het door Pam gegeven nummer in op zijn smartphone. De telefoon gaat nu wel driemaal over alvorens de oproep wordt beantwoord: ’Met Gerrit den Blaker’.
Snel neemt Pam de telefoon over van de agent, ze reageert blij als ze de stem van Gerrit hoort, en vraagt hem of hij langs kan komen, dan zal ze hem alles vertellen.
‘Afgesproken,’ zegt Gerrit, ‘ik kom zo snel mogelijk.’
De agent maakt aanstalten om weg te gaan. Bij de deur belooft Pam dat ze contact zal opnemen, mocht haar nog iets van belang te binnen schieten.

Na enige tijd staat er een verbaasde Gerrit voor de deur. ‘Waarom ben je onze afspraak niet nagekomen?’ vraagt hij. Dan realiseert Pam zich dat ze door de gebeurtenissen van de inbraak helemaal niet meer aan die afspraak heeft gedacht. Uitgebreid begint ze dan ook te vertellen over de inbraak en de vreemde ontwikkelingen daarna.

Gerrit vertelt dat hij Gerald gesproken heeft in het huis van bewaring. Hij leek erg verward, maar voor zover Gerrit uit zijn woorden kon opmaken, had hij contact gehad met zijn advocaat. Dit doet bij Pam een lichtje branden. Ze herinnert zich dat een van Geralds vrienden werkzaam is in de advocatuur, maar zij heeft niet zo’n hoge pet op van die vriend. Volgens haar houdt die zich ook bezig met allerlei louche zaken. Best mogelijk dat Gerald die vriend voor zijn karretje heeft gespannen om iets voor hem uit huis te halen. Drugs misschien die hij ergens verstopt zou hebben. Dat kan wel de enorme chaos in de kamer verklaren.

Op aanraden van Gerrit belt ze de politieagent, om deze opgekomen gedachten te melden. Deze zal kijken of hij de gegevens van deze advocaat kan achterhalen en of het mogelijk is zijn vingerafdrukken te vergelijken met de vingerafdrukken die in de kamer zijn genomen. Dit moet natuurlijk wel met de nodige omzichtigheid gebeuren want je kunt niet zomaar iemand van een inbraak beschuldigen. Wel zal de agent nauwlettend in de gaten houden of Gerald ander gedrag vertoont en nagaan of hij soms drugs of anderszins geestverruimende middelen gebruikt. Dit zal wel enige tijd in beslag nemen, maar het zou een spoor kunnen zijn.
‘Zullen we dan nu maar eerst gaan lunchen?’ vraagt Gerrit. Voor ze kan antwoorden gaat de telefoon en als ze opneemt, klinkt er een dreigende toon aan de andere kant van de hoorn.

Aflevering 31, door Helmi Duijvestein

De bloedsporen zijn nog niet allemaal onderzocht, maar vreemd is wel dat er twee soorten bloed zijn aangetroffen.’

‘Twee soorten bloed? ‘vraagt Pam, “Wat bedoelt u met twee soorten?’
‘Heeft u ook een huisdier? We hebben namelijk zowel menselijk bloed als dierlijk bloed gevonden. Waarschijnlijk van een kat of een hond.’
‘Ja, dat zou kunnen,’ zegt Pam, ‘we hebben een kat , die was de hele tijd in huis de afgelopen nogal verwarrende dagen. En nu u het zegt: ik zag hem gisteren nog wel een beetje schrikachtig op mij reageren en hij miauwde nogal. Maar door al het gedoe heb ik er geen aandacht aan besteed. Kruimel heeft z’n bakje wel gewoon leeggegeten zag ik, dus met die verwonding zal het wel meevallen. Misschien heeft Kruimel door het glas gelopen? Ik ga de kat straks even goed controleren op wondjes.‘

‘Het andere bloed is zeer zeker van een mens , dat hebben we op ons lab met zekerheid kunnen vaststellen. En vermoedelijk is het niet van één van uw huisgenoten, gezien de rommel die die persoon heeft gemaakt bij het naar binnen komen via de schuifdeuren.’
‘Heeft u al enig idee wie dat geweest kan zijn?’
‘Nou dat wilden we juist aan u vragen. U mist niets, volgens het proces verbaal, en het lijkt erop dat de inbreker genoeg tijd heeft gehad om van alles en nog wat aan waardevolle dingen mee te nemen. Wij veronderstellen dat het hem om iets anders ging dan waardevolle spullen. Hij of zij was duidelijk naar iets op zoek. Heeft u vijanden of mensen in uw sociale netwerk die u tot zo’n inbraak in staat acht en heeft u wellicht iets in huis dat iemand op deze manier zich toe zou willen eigenen?’
‘Eerlijk gezegd zou ik niet weten wie mij of mijn gezin zoiets  aan zou willen doen. Ik ben huisarts en mogelijk denkt men dat dat ik medicijnen in huis heb die interessant zijn voor de zwarte handel. Maar die heb ik niet in huis, die bewaren we in een zeer goede kluis op de praktijk.
Het enige vreemde dat ik de laatste uren weet te melden is dat iemand die mij en mijn dochter de laatste paar dagen goed heeft geholpen, plotseling niet meer telefonisch bereikbaar is. Maar dat kan ook toeval zijn.’
‘Kunt u z’n gegevens aan mij geven, dan ga ik het ook eens proberen,’ vraagt de agent.
Ja , daar zegt u wat. Ik weet niet beter dan dat hij Gerrit heet en ik had zijn 06-nummer, maar dat is volgens mij afgesloten.’
De agent tikt het door Pam gegeven nummer in op zijn smartphone. De telefoon gaat nu wel driemaal over alvorens de oproep wordt beantwoord: ’Met Gerrit van de Berg,’

Aflevering 30, door Elze Mulder

‘Mevrouw, u kunt uw huis op dit moment nog niet in, want de technische recherche moet eerst onderzoek doen.’

‘Hoe lang gaat dat duren? Wat is er gebeurd denkt u? Van wie is dat bloed?’
‘Dat zijn allemaal vragen die we nog niet kunnen beantwoorden, maar het lijkt me verstandig als u zolang elders verblijft, u hoort van ons zodra we meer weten.’

Pam besluit Tamara nu snel op te halen en door te rijden naar haar moeder. Daar zal ze dan maar afwachten.
Een paar uur later, Tamara slaapt alweer in haar vertrouwde logeerbedje, wordt Pam gebeld. De politie. Ze krijgt een voorlopig verslag van het onderzoek tot nu toe.
De politie heeft het huis na afloop goed afgesloten; het slot van de schuifpui was weliswaar geforceerd maar dat is intussen provisorisch hersteld, dus als ze wil kan ze direct terug naar huis.

‘Nou dat is wel een heel vreemd verhaal,’ begint Pam tegen haar moeder, ‘het schijnt dat iemand via de tuin en de schuifpui naar binnen is gekomen, tegen het gordijn aan gevallen – daarom lag het zo raar allemaal – en waar dat bloed allemaal vandaan komt is niet echt duidelijk. Er lag in ieder geval geen lijk of zo…. Zelf durfde ik niet echt te kijken vanmiddag, ik werd al misselijk bij het idee! Ze gaan nu die voetafdrukken onderzoeken en de bloedsporen analyseren…. Morgen hoor ik meer.’

De volgende ochtend brengt Pam Tamara naar school en rijdt dan door naar huis.
Het ruikt raar binnen, allerlei luchtjes die ze niet kan thuisbrengen. De kat begroet haar blij. Ach ja, die moet ook nodig eten hebben! En een schone bak zo te ruiken….

In de huiskamer treft ze alles nog net zo aan. Opruimen hoort duidelijk niet tot de taken van de politie. Het kastje ligt nog op zijn kant, en de vloer is bedekt met glasscherven.
Ze pakt het bronzen beeld op en zet het veilig op de eettafel. Dan neemt ze haar telefoon en belt Gerrit – hij was zo begrijpend en behulpzaam laatst, misschien kan hij haar helpen om deze chaos te ordenen. Wat raar, ze hoort het bericht: ‘dit nummer is niet in gebruik’…. hoe kan dat nou? Hij heeft het haar toch pas nog gegeven. Straks nog maar eens proberen.

Een halfuur later is Pam in haar eentje toch al een heel eind gevorderd – de gordijnrails hangen weer recht en de gordijnen zitten in een zak voor de stomerij, en ze is net bezig een lading glasscherven in de vuilnisbak te kletteren, als de politie voor de deur staat.

‘Komt u verder, ga zitten, kijk wel uit, hier en daar ligt nog een glasscherf misschien….’
De politieagent steekt van wal. ‘Voor zover we nu kunnen concluderen, hebt u een insluiper gehad die zichzelf heeft verwond toen hij het kastje omver liep. De bloedsporen zijn nog niet allemaal onderzocht, maar vreemd is wel dat er twee soorten bloed zijn aangetroffen.’

Aflevering 29, door Joanna Schopman

Door de autoruit heen hoort ze het onophoudelijke gerinkel van haar telefoon. Ze rent naar de auto, trekt het portier open en in één ruk grijpt ze haar tas en tast naar haar telefoon. Het blijkt de boekwinkel te zijn, die meldt dat haar boeken zijn aangekomen – ze willen weten wanneer ze die op komt halen, in verband met de coronavoorschriften. ‘Ik bel u zo terug’ zegt Pam kortaf. Hier heeft ze even geen zin in.
Ze zakt terug in de bestuurdersstoel. Kon ze maar dagen in haar bed liggen… ‘O, hemel, het huis!’ Opnieuw naar binnen gaan durft ze niet. Na een paar zuchten pakt ze haar telefoon en belt 112. Als ze de situatie heeft uitgelegd, zegt de telefoniste dringend: ‘Absoluut niet naar binnen gaan mevrouw! Ik stuur meteen een politieauto naar u toe. Waar bent u nu? In uw auto voor de deur? Rijdt u dan wat door en wacht iets verderop op ons. Denkt u dat dit lukt?’

Vijf minuten later rijdt de politieauto de straat in. Pam stapt uit en wuift als signaal. Er zitten drie personen in de auto. Eén dame stapt bij haar in de auto. De andere twee gaan met getrokken pistool voorzichtig haar huis in. Het wachten duurt eeuwigheden, maar ze wordt afgeleid door een compleet vragenvuur van de dame, die een proces verbaal begint op te maken van de aangetroffen situatie.
Ze vraagt of er iemand is, waar Pam naar toe zou kunnen als dat nodig mocht zijn. ‘Mijn moeder’ zegt Pam, en dan: ‘Jeetje, Tamara moet uit school gehaald worden en het is al bijna half vier. Hoe kan ik dat vergeten?’ Ze begint te huilen. Dit is echt de druppel!
Op dat moment komt een van de agenten naar buiten lopen en bij de auto gekomen zegt hij: ‘Mevrouw, u kunt uw huis op dit moment nog niet in, want …..

Aflevering 28, door Irene Gret

‘Ze is er, parkeert de auto en loopt naar binnen. Maar  bij de huiskamer deinst ze ontzet terug.’

De kruk van de deur voelt kleverig aan. Als ze hem naar beneden duwt en naar binnen wil, is het net of er iets in de weg zit. Ze veegt haar hand af aan haar lichte bloes en ziet tot haar ontzetting dat er rode vegen op komen. Er zit bloed aan de deurkruk!  Ze schreeuwt het uit en weet niet of ze naar binnen durft. Het is doodstil en voorzichtig duwt ze de deur open. Krijsend rent de kat langs haar heen naar binnen. De schuifpui naar de tuin staat wagenwijd open. Er loopt een modderig voetspoor van binnen naar buiten, of misschien van buiten naar binnen. Een van de gordijnen is losgetrokken en het lijkt alsof er iets zwaars mee is versleept. Het andere gordijn hangt scheef en zit vol met bloedsporen. Het kastje met de kristallen glazen is omver getrokken en overal liggen glasscherven. Het bronzen beeld dat van haar is gemaakt toen ze zestien was, ligt op de grond. Ze heeft het van haar overleden vader gekregen en het is nu besmeurd met bloed. Pam voelt de grond onder haar voeten weg zakken. Alles om haar heen begint te draaien, haar oren suizen. Nu niet flauwvallen, denkt ze. Ze moet  hulp halen. De politie bellen. Wat is er gebeurd? Waarom? Wie heeft het op haar gemunt? Gelukkig is Tamara naar school, daar is ze veilig. Ze moet haar moeder bellen om Tamara op te halen. Dan ziet ze op het prikbord in de hal een briefje hangen. Het is van Rosalie, haar lieve hulp in de huishouding. “Alle boodschappen liggen in de koelkast. Half uur eerder naar huis gegaan.Tot volgende week.” Huilend en struikelend gaat Pam terug naar de auto. Door de autoruit heen hoort ze het onophoudelijke gerinkel van haar telefoon.

Aflevering 27, door Terry Porcelijn

(Dus niet door Irene Gret, foutje van de redactie)
‘Geef hem maar iets te drinken, want ik moet nu even thuis rusten. Of nee, wacht, ik vraag wel of hij morgen komt. Dan ben ik nu weg, succes met mijn vervanger!’
Voor ze vertrekt belt Pam naar Gerrit om voor morgen af te spreken.
Als ze, voor het eerst sinds alle enerverende gebeurtenissen, naar haar eigen huis rijdt, bedenkt ze hoe heerlijk het is om thuis te komen zonder zich te hoeven afvragen hoe ze het daar zal aantreffen: het was steeds weer afwachten in wat voor stemming Gerald was. Aardig was hij allang niet meer. Alleen tegen Tamara deed hij nog een beetje zijn best, gelukkig.

Ze zucht en voelt zich schuldig omdat ze nog steeds niet bij hem op bezoek is geweest. Maar ze kan het toch eigenlijk niet langer uitstellen. Ze moet contact opnemen met mevrouw Van Drongelen om te vragen waar en wanneer ze Gerald kan bezoeken.
En ze moet Tamara van school halen. Die heeft gelukkig, met de veerkracht een kind eigen, haar leventje weer opgepakt en is dolblij dat ze weer naar school kan en met haar vriendinnetjes spelen. Dat is ook wel fijn: ze kan nu haar vriendinnetjes thuis vragen zonder bang te zijn dat haar vader daar kwaad om zal worden. Nu pas realiseert Pam zich hoezeer de nukken en grillen van haar man hun leven hebben beïnvloed. Hoe voorzichtig ze is gaan manoeuvreren om hem vooral maar niet tegen de haren in te strijken. En hoe griezelig vanzelfsprekend dat is geworden. Want als hem iets niet zinde, dan volgden er represailles; sommige tamelijk creatief. Dan mocht ze niet naar bed en hield hij haar de hele nacht wakker. Of hij gooide alle kamerplanten uit het raam als ze weg was. Soms pakte hij haar sleutels af als ze het volgens hem te bont had gemaakt en dan moest ze maar zien hoe ze binnen kwam. Bovendien kon ze dan ook niet bij de post.
Hoe had ze dat in hemelsnaam allemaal kunnen laten gebeuren?
Ze is er, parkeert de auto en loopt naar binnen. Maar bij de huiskamer deinst ze ontzet terug.

Aflevering 26, door Bea Rigter

Ze knalt de deur met een ongelooflijke dreun dicht. Pam en Bram kijken elkaar geschrokken aan. ‘Hè, die reageert gek,’ zegt Bram.’zo ken ik Anneke niet.’
‘Ik weet het niet maar ik denk dat ze jaloers is,’ en Pam begint te gniffelen. Ze kijkt Bram aan, die haar een zoen op het voorhoofd geeft.
‘…en misschien niet ongegrond…’ fluistert hij.
Ze kijken elkaar aan en Pam barst in lachen uit. ‘Ik word helemaal gek van al de verschillende heftige emoties. Ik sta op dit moment niet helemaal voor mezelf in.’
‘Het is dat ik je al zo goed ken, anders was ik allang weggeslopen.’ Bram lacht.
Van die humor houdt Pam, nu herinnert ze zich weer hoeveel ze met hem gelachen heeft.
‘Ik geloof in je en ik verwacht een mooie tijd hier,’ Bram draait een rondje, ‘een hele mooie tijd’. Hij pakt Pam vast, kijkt in haar ogen en ziet haar open blik.
‘Ik heb alle tijd…..’

Nadat Bram eerst een knipoog aan Pam heeft geschonken, zwaait hij de deur van de wachtkamer open en begroet opgewekt de patiënten.Pam blijft verdwaasd achter en probeert alles op een rijtje te zetten als Anneke weer binnenstormt. ‘En dan heb ik tot overmaat van ramp ook nog ene Gerrit aan de lijn, die ook al zo geïnteresseerd in je is. Het moet niet gekker worden.’ Pam neemt de mobiel over en staat Gerrit te woord. Ze spreken af dat Gerrit langs komt op de praktijk voor een praatje.
‘Anneke, vanmiddag komt Gerrit hier even langs. Wil jij hem dan ontvangen als ik er niet ben? Het is een heel aardige man. Ongeveer jouw leeftijd. Geef hem maar iets te drinken, want ik moet nu even thuis rusten.’

Aflevering 25, door Henja Kronenburg

Vertwijfeld laat ze de man na enige tijd uit, om met een diepe zucht neer te vallen achter haar bureau.
Een klop, de deur gaat open en Bram komt binnen. ‘Die is redelijk snel weg,’ zegt Bram, ‘we hebben nog even voor het spreekuur begint, wil je erover praten?’
Hij pakt een stoel en komt naast haar zitten terwijl hij even met zijn hand over haar rug strijkt. Dat is de druppel en Pam barst in snikken uit. Bram slaat zijn armen stevig om haar heen en trekt haar tegen zich aan. Ze huilt met gierende uithalen tot ze uitgeput tegen hem aanzakt.

‘Zo, dat was even nodig,’ zegt Bram terwijl hij haar loslaat en zijn stoel wat naar achteren schuift. ‘Vertel’
En dat doet Pam, het hele verhaal vanaf het moment dat Gerald vreemd ging doen tot op de dag van vandaag.
‘Dat van die drugs die hij uit jouw medicijnkastje gehaald heeft thuis, klopt natuurlijk niet, of wel?’ ‘Nee,’ zegt Pam, ‘die heb ik nooit gehad, alleen wat homeopathische pilletjes voor Tamara.’
‘Laat ik het eens samenvatten – als ik wat fout zeg moet je me verbeteren: ik herinner me Gerald als een gezellige, uitbundige kerel met een tomeloze energie. Soms sloeg hij een beetje door. Aan de andere kant had hij ook periodes dat hij heel rustig was. Ik wil niet direct depressief zeggen, daar kende ik hem niet goed genoeg voor. Hij studeerde hard en alles wat hij aanpakte werd een succes. Wat ik toen niet zag, maar nu herken, was dat hij soms oeverloos bezig kon zijn. Daarna ben ik jullie uit het oog verloren, maar door wat ik hoor, dat hij over alle grenzen gaat en vaak geen besef meer heeft van de normale omgangsvormen, ga ik wel een bepaalde richting uit denken. En dat is niet, zoals mevrouw Van Drongelen zegt, een tumor, of Alzheimer, wat hij zelf denkt – daarvoor heeft hij deze symptomen al te lang. Ze zijn de laatste tijd wel sterker geworden. En die drugs – hij zegt dat hij één keer verkeerde pilletjes genomen heeft maar dat klopt niet met de hoeveelheid die in zijn bloed is aangetroffen. Als dat echt de eerste keer was dan was hij knock-out gegaan. Maar dat er wat aan de hand is, dat is zeker.’

Ze spreken af dat Pam voorlopig geen aangifte doet, want Gerald zit nog wel even vast en hij wordt onderzocht in het Pieter Baan-centrum. Eerst maar afwachten wat daar uitkomt.
Opgelucht staat Pam op, ze omhelst Bram dankbaar op vriendschappelijke wijze als juist de deur open gaat en Anneke haar hoofd om de hoek van de deur steekt. Jaloers kijkt ze van de een naar de ander. ‘De wachtkamer zit vol, als ik jou was zou ik maar beginnen Bram.’ Ze knalt de deur met een ongelooflijke dreun dicht.

Aflevering 24, door Hetty Blaauw

Pam ziet tot haar schrik een man in uniform staan die gebaart dat hjj haar wil spreken. Ze doet de deur open om de man binnen te laten. Ze zegt tegen Bram dat hij maar moet doorlopen naar de spreekkamer en vraagt of hij haar die avond nog even wil bellen, Anneke weet haar privé-nummer wel.

Met de man in uniform loopt ze door naar haar kantoor en ze vraagt hem waar hij voor komt. ‘Het is in verband met uw man,’ legt hij uit; ‘van mevrouw Van Drongelen hebben we een aardig beeld van uw man gekregen, en aangevuld met uw verhaal weten we nu ongeveer hoe het in elkaar steekt. Ook hebben we diverse aangiftes in verband met stalking aangetroffen, maar we hebben geen aangifte van een eventuele achtervolging en aanrijding gevonden. Wilt u alsnog aangifte doen?’

Pam denkt aan het gesprek met mevrouw Van Drongelen terug. De dingen die Gerald zich kon herinneren. Het krantenartikel over vroege dementie, de herinneringen aan zijn vader die dat bij hem opriep, de angst ook zo te worden, en de greep in het medicijnflesje waardoor hij zich wat beter zou gaan voelen. Dat hij daarna in de auto is gestapt om haar te achtervolgen valt zeker niet goed te praten.
Maar er komen nu ook andere voorvallen naar boven. Zoals een radeloze Gerald die haar iets vroeg, maar waar zij in haar boosheid niet naar had geluisterd, denkend aan zijn enorme jaloezie en de drang om alles maar naar zijn hand te zetten. De diepere achtergrond daarvan had ze niet opgemerkt. En dat voor een arts die er om bekend stond dat ze zo goed kon luisteren. Wat was wijsheid in dit geval?
‘Wat zijn de consequenties als ik aangifte doe?’ vraagt Pam.

‘Dan wordt het een gerechtelijke procedure. Los daarvan komt uw man in de molen van medische en psychologische behandelingen. Een observatie in het Pieter Baancentrum behoort ook tot de mogelijkheden. Diverse onderzoeken zijn al in gang gezet.’
‘Hier wil ik graag nog even over denken,’ zegt Pam en ze besluit dat ze hier het beste met Bram over kan praten. Haar moeder legt te veel alle schuld bij Gerald.

Vertwijfeld laat ze de man na enige tijd uit, om met een diepe zucht neer te vallen achter haar bureau.

Aflevering 23, door Helmi Duijvestein

Anneke betwijfelt of ze dat allemaal wel op kunnen – maar Bram lacht haar toe: ‘Dat gaat wel lukken hoor, als je jouw boterhammentrommeltje maar dicht laat!’
Pam lacht wat schaapachtig het gezelschap toe. Eigenlijk weet ze niet goed raad met haar houding in deze situatie. Bram hier juist op een moment dat haar wereld lijkt in te storten! Bram, haar lieve  oude vriend uit haar studententijd! Het kan bijna geen toeval zijn dat juist hij haar waarnemer is.
 Maar nu  eerst de overdracht van haar patiënten zodat Bram weet waar en bij wie soms de knelpunten zitten. Daar kwam ze uiteindelijk voor naar de praktijk.
Ze vraagt Bram nog wel even om na de lunch met haar apart een privé-gesprekje te hebben. Ze bedenkt  dat Bram haar wellicht iets meer kan vertellen over dat wat ze hoorde over de medische situatie van Gerald in het Huis van Bewaring. Bram kent Gerald immers ook nog vanuit hun studententijd. Dus hij weet hoe Gerald vroeger was. Bram heeft later coschappen gelopen bij een neurologisch team in een van de academische ziekenhuizen.

Met een  glimlach denkt ze terug aan hun beider studententijd. Bram en Pam – het klonk als een komisch duo en ze hebben heel wat met elkaar afgelachen tijdens de studie. Ze hadden een  beetje-los-vaste relatie toen Gerald in het leven van Pam kwam tijdens een van de vele studentenfeestjes.
Pam flirtte destijds wel wat met Bram en vond het wel leuk om met zo’n knappe vriend af en toe de show te stelen. Maar echt verliefd ? Nou nee. Dat was ze wel meteen bij Gerald. Die eiste al haar aandacht volledig op en dat intrigeerde haar aanvankelijk bijzonder. Ze voelde zich gevleid maar ook heel erg verliefd. En dat was nieuw voor haar. Ze viel als een blok voor die man.
Helaas duurde die roes minder lang dan ze had verwacht. Ze wilde destijds  met Gerald oud worden en dat lijkt nu onmogelijk, zeker na wat ze hoorde in het Huis van Bewaring. Daar vermoedt men een hersentumor. Er gaan uiteraard specialisten naar kijken en Gerald zal een heel medisch circuit in gaan maar de prognose lijkt nu al slecht. Daar wil ze met Bram over praten. Collega’s onder elkaar in een casus waarbij ze beiden de patiënt kennen. Ze ziet Anneke al wat bezwaarlijk kijken. Vanaf twee uur staat er voor Bram weer een hele lijst met afspraken. Maar Pam stelt Anneke gerust. ‘Ik denk dat Bram en ik aan 10 minuten genoeg hebben, hoor Anneke.’

Het overdrachtsgesprek  verloopt vlot en het lijkt er op dat ze nog tijd genoeg hebben voordat om twee uur de eerste patiënt door Anneke weer binnen gelaten zal worden. Bram en Pam lopen samen richting  het onderzoekkamertje. Pam kijkt bij het langslopen even de wachtkamer in en ziet tot haar schrik een man in uniform staan. Hij gebaart naar haar dat hij haar even wil spreken. Ze doet de deur open om de man binnen te laten.

Aflevering 22, door Elze Mulder

‘Anneke, ik kom nu naar de praktijk, dan kan ik kennismaken met dat wereldwonder en de praktijk overdragen, tot zo.’

Dokter Bram steekt zijn hoofd om de hoek van de spreekkamer:
‘Hoeveel patiënten nog Anneke? Ik heb honger – wat jij? Is het al lunchtijd?’
‘Een paar nog maar Bram – heb je je eigen bammetjes wel bij je?’
‘Nou eh… vergeten. Was een beetje laat vanochtend…’
‘O, nou dan eet je maar met mij mee – en er ligt hier ook nog een banaan die op spoedige  verlossing hoopt.’
Bram knipoogt en trekt zich terug om de volgende patiënt uit de wachtkamer te halen. Anneke droomt weg bij het gemurmel vanachter de deur van de spreekkamer. Die Bram! Echt leuk is-ie – je hoort best vaak dat dokters met hun assistente….

De voordeur zwaait open: ‘Ha Anneke! Alles nog onder controle?’ Met Pam komt een vleugje voorjaarslucht naar binnen, heerlijk, op zo’n moment kun je opeens geloven dat alles vanzelf goed komt – en blijkbaar voelt Pam dat ook zo: ‘Weet je – die waarneming gaat vast niet lang duren. Ik voel me nu al veel beter, heb vanmorgen zo’n leuk gesprek gehad.’
‘O ja? Was er toch goed nieuws over Gerald? Wat is er eigenlijk aan de hand, als ik vragen mag?’
Over Gerald weet Pam nog niet veel, maar ze vertelt over haar gesprek met Gerrit, en dat ze zich nu een stuk relaxter voelt. Zolang Gerald veilig opgeborgen is heeft ze  niets te vrezen – en nog belangrijker: ze voelt zich niet meer verantwoordelijk voor zijn welzijn. Naar wat ze vanochtend gehoord heeft volgt er waarschijnlijk nog een heel traject van onderzoek en zoeken naar de beste behandeling voor Gerald.  
‘En, zijn jullie al bijna klaar voor de lunch? Ik heb lekkere broodjes mee, maken we er gelijk een “overdrachtslunch” van, en dan zijn jullie daarna voor een paar weken van me af!’

‘Wat hoor ik daar?’ Bram komt de spreekkamer uit en legt z’n stethoscoop op Annekes bureau – ten teken dat de pauze is aangebroken. ‘Van je af zijn? Dat wil ik helemaal niet! Heb ik je eindelijk teruggevonden, dan kun je ‘m niet zomaar weer smeren hoor!’
‘Ook goeiemiddag Bram! Mm, je lijkt te vergeten wat “vervangen” betekent. Maar, daar kom je nog wel achter, vooral als ik jou in alle ins en outs heb ingewijd. Om het goed te maken heb ik dit meegenomen,’ zegt Pam terwijl ze de andere twee een blik gunt in de tas die ze in haar armen draagt.
Anneke betwijfelt of ze dat allemaal wel op kunnen – maar Bram lacht haar toe: ‘Dat gaat wel lukken hoor, als je jouw boterhammentrommeltje maar dicht laat!’

Aflevering 21, door Henja Kronenburg

Anneke, die graag met Bram samenwerkt, heeft inmiddels ontdekt dat Pam en hij jaargenoten zijn. Ze neemt zich voor Pam zometeen even te bellen om bij te praten…

Ondertussen slenteren Pam en Gerrit richting de parkeerplaats. Ze heeft Gerrit het hele verhaal verteld. Wat kan hij goed luisteren. Zo rustig.
‘Hoe oud is jouw dochter?’
Gerrit zucht diep, ‘8 jaar, zo’n lieverdje. Wel een beetje verwend, want ze is een echt nakomertje met twee oudere broers van 15 en 17 jaar.’
Pam kijkt hem eens goed aan, ‘Hoe oud ben jij dan?’
Hij lacht.’57 – en jij? een jaar of 35?’
‘Bijna goed, 37. Best moeilijk voor je jongens, op die leeftijd naar een andere school.’
‘Ze zitten op de internationale school, alles gaat in het Engels. Volgend jaar doet de oudste eindexamen en dan komt hij waarschijnlijk in Nederland studeren. Hopelijk bij mij in huis.’

Pam klikt haar auto open en kijkt hem aan, ‘Bedankt voor je luisterend oor, het heeft me goed gedaan. Laten we nog eens koffie drinken of zoiets.’ Gerrit knikt, ‘Ja gezellig, maar neem niet te veel hooi op je vork hoor, er komt echt een betere tijd.’

Pam rijdt net de parkeerplaats af als haar telefoontje gaat. Anneke. Ze zucht en zet de auto maar even aan de kant.
‘Hallo Pam, met mij, ik ben zo blij en opgelucht! We hebben een geweldige waarnemer gevonden, hij kan de praktijk voor onbepaalde tijd waarnemen en het is zo’n aardige vent, en knap! dat wil je niet weten, en jij kent hem vast nog wel, hij is gelijk met jou afgestudeerd. Studenten kennen elkaar toch allemaal? Hij heet Bram van Boven. Wat een toeval hè, en wat super leuk dat jullie elkaar nog kennen van vroeger…’

Pam start de auto weer en rijdt langzaam weg. Anneke ratelt nog even door tot Pam haar onderbreekt: ‘Anneke, ik kom nu naar de praktijk, dan kan ik kennismaken met dat wereldwonder en de praktijk overdragen, tot zo.’

Aflevering 20, door Irene Gret

Nu kan ze haar verhaal kwijt en meteen alles op een rijtje zetten wat ze net heeft gehoord.

Intussen is in de huisartsenpraktijk het spreekuur volop aan de gang. Anneke weet altijd precies wat ze moet doen als een van de artsen plotseling is uitgevallen. Vaak is dat vanwege een spoedgeval en is de arts maar een paar uur afwezig. In dat geval proberen de twee collega’s de afspraken over te nemen. In het slechtste geval moeten de afspraken worden afgezegd.

Nu is er iets anders aan de hand. Anneke heeft begrepen dat Pam (dokter Grotenbroek voor de patiënten) ten minste drie weken weg blijft. In het ziekenhuis – na de aanrijding met Gerald – was ze behoorlijk in shock geweest. Het advies was voorlopig rustig aan te doen en even niet te gaan werken. Al gisteren heeft ze telefonisch met Pam overlegd en ze hebben  besloten dat er een invaller moet worden gezocht.
Gelukkig is Pam ingeschreven bij Huisartsenhulp.nl, die meestal wel op korte termijn iemand beschikbaar hebben. Anneke dient een aanvraag in en al na een dag  biedt zich een ervaren waarnemer aan. Pam laat het voorlopig aan de assistente over om hem wegwijs in de praktijk te maken.

De jonge, waarnemend arts Bram van Boven blijkt een alleraardigste man te zijn. Met zijn reebruine ogen en donkere krullen lijkt het alsof hij zo uit een modeblad is gestapt. Een wit doktersjasje vindt hij niet nodig, dat schrikt patiënten maar af. Zo weet hij al snel het vertrouwen van de patiënten te winnen. Zijn collega’s, twee heren van de oude stempel, zien dat anders. Zij dragen een wit jasje en maken weinig werk van hun outfit. Altijd een stethoscoop om hun nek, zoals dat dokters betaamt. Oudere patiënten en jonge meisjes zijn daar erg op gesteld. Ze kijken op naar een ‘echte dokter’en houden van een vaderlijk type.

De patiënten van Pam zijn van allerlei pluimage en ze is geliefd bij jong en oud. Helaas zal ze dus pas na enige tijd weer aan het werk kunnen. Eerst voor halve dagen en regelmatig in combinatie met de waarnemer. Anneke, die graag met Bram samenwerkt, heeft inmiddels ontdekt dat Pam en hij jaargenoten zijn. Ze belt Pam om haar hierover bij te praten…

Aflevering 19, door Terry Porcelijn

Terwijl Pam zit na te denken over wat ze allemaal heeft gehoord, komt Gerrit binnen. Pam springt op en roept: ‘Wat doe jij nou hier?’
Mevrouw Van Drongelen kijkt verbaasd van de een naar de ander en zegt tamelijk zuur: ‘We zijn hier in bespreking, u hoort hier helemaal niet te zijn.’
Gerrit verontschuldigt zich en legt uit: ‘Ik heb hier gisteren tijdens het sollicitatiegesprek mijn telefoon laten liggen en zag mevrouw naar binnen gaan. We hebben kennelijk een draadje tussen ons in, want ik ontmoet haar de laatste tijd steeds weer in de vreemdste omstandigheden.’
Pam zegt: ’wat ben ik blij dat ik je zie: ik had geen achternaam of telefoonnummer van je en ik wilde je zo graag nog bedanken voor al je hulp. Mijn moeder heeft me verteld wat een reddende engel je bent geweest nadat Gerald ons had aangereden! Maar wat doe je nou weer hier?’
Gerrit kijkt even naar mevrouw Van Drongelen en als ze knikt legt hij uit dat hij hier binnenkort gaat werken. Hij zegt: ‘Ik ben in de wachtkamer, dus als je hier klaar bent kunnen we rustig praten. Dag mevrouw Van Drongelen, nogmaals mijn excuses’, en hij verdwijnt.

Omdat mevrouw Van Drongelen duidelijk op haar uitleg zit te wachten, vertelt Pam wat er de laatste dagen allemaal gebeurd is en welke rol Gerrit daarbij heeft gespeeld. ‘Dus,’ eindigt Pam haar verhaal, ‘u ziet dat u er heel goed aan hebt gedaan om hem in dienst te nemen. Ik ken hem niet goed en pas een hele korte tijd, maar ik heb genoeg van hem gezien om te weten dat het een heel sociale, behulpzame kerel is. En volgens mij is hij ook beresterk.
Maar nu wil ik heel graag horen wat u me te vertellen hebt over mijn ex Gerald. Want als ik dat begrijp ben ik misschien minder bang voor hem.’

Na een tijd loopt een ontdane Pam de wachtkamer binnen. Daar zit Gerrit op haar te wachten en ze is blij dat hij er is. Nu kan ze haar verhaal kwijt en meteen alles op een rijtje zetten wat ze net heeft gehoord.

Aflevering 18, door Bea Rigter

Als ze opneemt hoort ze: ‘Met het huis van bewaring.’
‘Pam Grotenbroek.’
‘Goedemorgen mevrouw Grotenbroek, u spreekt met de secretaresse van het huis van bewaring. Mag ik u een paar vragen stellen?’
‘Ja, waarom?’ Hier heeft ze even geen zin in.
‘Zoals u waarschijnlijk weet is uw man hier gisteren in verwarde toestand binnengebracht.’
Pam ploft meteen op een stoel. ‘Nee, hoezo…’ Ze weet van de aanrijding maar verder heeft ze Gerald niet gesproken en dat wil ze ook zo houden.
‘Gistermiddag is uw man op de A2 aangehouden, hij reed 160 en zat zwaar onder de drugs.’
‘Mijn man gebruikt nooit drugs. Er is sprake van een vergissing.’
‘Mevrouw Grotenbroek, wij willen iets met u bespreken. Zou u hier kunnen komen, dat lijkt ons beter. Er is ons iets vreemds opgevallen bij uw man.’
‘Hoezo vreemds, hij doet inderdaad héle vreemde dingen.’
‘We denken aan iets ernstigs, kunt u komen?’
‘Okee….’ Pam kijkt verdwaasd naar haar mobiel en giet een kop koffie naar binnen.

‘Ik snap dat je gaat maar denk goed aan jezelf, schat…. Wij zorgen wel voor Tamara.’
Ze geeft Tamara wel tien dikke kussen.
Bij het huis van bewaring wordt Pam opgevangen door mevrouw Van Drongelen. Ze vertelt hoe Gerald gisteren is binnengebracht en over de drugstest. ‘Tijdens de verhoren vertelt uw man hetzelfde verhaal elke keer totaal anders. Het lijkt erop dat hij er helemaal in gelooft. Heel bijzonder. Herkent u dit gedrag? Want hij is óf een geweldige acteur óf er is iets heel anders aan de hand. Iets met zijn geheugen.‘
‘Hij doet hele akelige dingen. Dat is niet goed te praten, maar dit ken ik niet van hem.‘
Terwijl Pam zit na te denken over wat ze allemaal heeft gehoord, komt Gerrit binnen.

Aflevering 17, door Joanna Schopman

‘En als hij dan naar buiten moet vraag je dat aan papa of mama,’ zegt opa vanachter de krant. ‘Kunnen ze lekker buiten uitrazen.’

Pam wordt wakker in haar vroegere kamer. Ze heeft een heel onrustige nacht gehad. Ze is bij haar ouders om bij te komen en bij te slapen. Dat laatste is wel gelukt, want ze ziet dat het al half elf is. Toch ze voelt zich verre van uitgeslapen. De onrust kolkt nog door haar lichaam. Is het angst voor Gerald en de continue dreiging die van hem uitgaat. Het malen van haar geest begint meteen weer. Hoe heeft het zover kunnen komen? Tot na de geboorte van Tamara had ze echt het gevoel dat zij en Gerald van elkaar hielden. Zoals hij zelfs de overnamesom voor een praktijk voor haar betaalde en haar liefste wens liet uitkomen.
Anderzijds was hij altijd wel wat jaloers van aard, maar dat gewelddadig jaloerse had ze toch niet zien aankomen. Heeft ze hem, buiten haar mannelijke patiënten om, ooit reden tot jaloezie gegeven? Och kom! Hoewel… ze gaat erg gemakkelijk met mensen om, legt regelmatig een hand op de schouder van iemand tijdens een gesprek. Hoe zou zij dat zelf vinden als Gerald dat bij andere vrouwen deed? Tja, mogelijk is dat wel een punt. Maar dan kan hij dat toch wel gewoon rustig met haar bespreken? Maar…. misschien is ze zelf te ongeduldig en geeft ze hem daarvoor weinig kans? Haar temperament is ook nogal stevig. Zou hij daar moeite me hebben? Sommige mannen verdragen geen krachtige vrouw naast zich.

Ze staat op, gaat naar de badkamer en daarna naar beneden, waar ze in de keuken haar moeder treft, die haar uitnodigt aan de nog gedekte ontbijttafel. Net op dat moment gaat haar telefoon over: ze ziet een onbekend nummer. Als ze opneemt hoort ze: ‘met het huis van bewaring.’

Aflevering 16, door Hetty Blaauw

Gerrit ziet er een getatoeëerd hart op staan met daaronder ‘Tamara’. Allerlei gedachten schieten door zijn hoofd, maar dan beseft hij dat hij daarmee moet ophouden. Hij kent de man niet eens, heeft alleen maar een onvolledige kant van het verhaal gehoord en zou daarop een mening over iemand baseren! Kijk eerst maar eens naar de puinhoop in je eigen leven en ga die op orde brengen.

Daarop loopt hij met mevrouw Van Drongelen mee. Er ontspint zich een geanimeerd gesprek en na een uurtje stapt hij opgewekt naar buiten. Er is afgesproken dat hij op zeer korte termijn een leer-werkopleiding in het huis van bewaring  gaat volgen. Er is bovendien een woonruimte beschikbaar zodat hij het armzalige hotelletje  kan verlaten. Hij stapt een gezellig koffiehuis binnen om deze meevaller te vieren.

Vanuit het ziekenhuis was Pam allereerst met haar moeder mee naar huis gegaan, waar opa en Tamara vol ongeduld zaten te wachten. En gelukkig kon zij, na een telefoontje van de politie, vertellen dat Gerald in verwarde toestand van de snelweg was gehaald en nu vastzat voor verdere verhoring.

Pam mag nog even uitslapen, vindt oma de volgende ochtend, en na het ontbijt gaat ze nog even gezellig bij haar kleindochter zitten.
‘Waar is papa?’ vraagt deze nu. ‘Ik houd heel veel van papa en mama, maar ik ben bang  voor papa, en ook voor mama als ze ruzie maken. Dan schreeuwen ze hard tegen elkaar, slaan met de deuren , maar luisteren niet naar elkaar. Papa roept dan steeds dat mama geen mannen als patiënt mag hebben. Hoe kan dat nou, het zijn toch ook mensen die ziek zijn en die wil mama zo graag helpen! Soms zou ik willen dat ik een hondje had, dan kon ik daar lekker bij schuilen als ik zo verdrietig ben.’
‘En als hij dan naar buiten moet vraag je dat aan papa of mama,’ zegt opa vanachter de krant. ‘kunnen ze lekker buiten uitrazen.’

We kunnen het niet laten en gaan daarom weer met ons derde feuilleton van start. Voorlopig noemen we het E.S.V. oftewel Een Spannend Verhaal, omdat we nog helemaal niet weten welke kant het opgaat. Het is echt weer een sprong in het diepe. Als iemand in de loop van het verhaal een briljant idee krijgt voor de titel, laat het ons dan alsjeblieft weten.

Aflevering 15, door Helmi Duijvestein

Dan schuift de agent een identiteitsbewijs over de balie, en voltrekt de inschrijving zich verder in stilte.

‘Waar ben ik nu weer in beland,’ vraagt Gerrit zich af, ‘is hier sprake van toeval? Hoeveel Geralds ken ik eigenlijk?’
Hij pakt iets te lezen van een stapeltje heel oude bladen dat op het tafeltje voor hem ligt. Maar hij kan zijn gedachten er niet bijhouden. Hij is hier om te solliciteren voor een functie als gevangenisbewaker, maar zit nu in de ontvangsthal tezamen met ene Gerald die enkele dagen hechtenis voor de boeg heeft. Rare bedoening eigenlijk. Laat mevrouw Van Drongelen maar snel komen, dan kan hij hier weg.

Gerald lijkt intussen wat bij te komen. Hij zit onrustig op zijn stoel en kijkt verdrietig naar een punt op de vloer. Ook Gerald vraagt zich af hoe dit toch allemaal heeft kunnen gebeuren. Hij realiseert zich wel dat hij zich behoorlijk in de nesten heeft gewerkt maar kan zich eigenlijk niet veel herinneren van wat zich allemaal heeft afgespeeld.

Het laatste wat hij weet is dat hij de ochtendkrant opensloeg en in de bijlage iets las over de oorzaken en gevolgen van vroege-Alzheimer. Hij weet nog dat het hem erg verdrietig maakte maar ook heel boos. Boos op alles en iedereen maar met name op Pam. Ze had toch begrip moeten hebben voor zijn problemen?

Ineens herinnerde hij zich nog dat er wat pilletjes in het medicijnkastje lagen. Pam had ooit gezegd dat dit pilletjes waren die je wat opfleurden als je erg onrustig of verdrietig was. Hij had er in een keer 5 genomen en daarna nog een halve beker water om ze weg te spoelen. Vanaf dat moment weet hij niet meer wat er met hem gebeurd is en waar hij naar toe gegaan is. Nu zit hij dus hier, nota bene in de hal van het huis van bewaring, met een hele rij beschuldigingen waar hij niets van weet.

Plotseling gaat de deur open en er staat een dame in uniform in de deuropening.
‘Meneer den Blaker, fijn dat u gekomen bent. Ik ben Monique van Drongelen. Wilt u me volgen?’
Als Gerrit opstaat uit zijn stoel om naar de deur te lopen kijkt hij nog even naar de man in de andere stoel. Die steekt zijn hand op als teken van afscheid. Daarbij wordt de huid van ’s mans onderarm duidelijk zichtbaar. Gerrit ziet er een getatoeëerd hart op staan met daar onder ‘Tamara’.

Aflevering 14, door Elze Mulder

[…. ] tussen de agenten wordt Gerald afgevoerd naar de politieauto.

In het uitgestorven centrum van de stad loopt Gerrit langs de verlaten terrassen en donkere winkeletalages. Zijn tocht naar het Sociaal Plein gisteren heeft hem niet zo veel opgeleverd, dat was wel een beetje teleurstellend. Tja, had hij dan gedacht dat ze zomaar een nieuwe baan voor hem uit de hoed konden toveren?

Aan de andere kant – de wonderen waren de wereld nog niet uit. Was hij niet gisteren net op het nippertje weggesprongen voor de wielen van een zwarte SUV die brullend recht op hem af kwam? En had niet even later de bestuurster van dat zwarte monster hem diep in de ogen gekeken? Professioneel, dat wel – maar hij had heel onprofessioneel opgemerkt dat het bijzonder mooie blauwgroene ogen waren….
Het was maar goed dat hij nog even over zijn schouder had gekeken toen ze hem – zo aardig! – had afgezet bij het gemeentehuis. Die auto die van rechts kwam aanscheuren, dat was vast die rare ex van haar geweest. Gerrit had die vent met liefde een zeer stevige ‘berenknuffel’ gegeven – maar helaas had hij die kans niet gekregen, hij was meteen aan het bellen gegaan, de politie en het nummer van de oma van het kind.

Nou ja, wie weet kon hij zijn worstelkwaliteiten binnenkort wel elders gebruiken. Want ja, hij was nu toch maar mooi op weg naar een sollicitatiegesprek bij het Huis van Bewaring. Er zat een kansje in dat hij daar meteen aan de slag kon als bewaarder in opleiding.

‘Goedemiddag – ik heb een afspraak, voor een kennismaking, met mevrouw Van Drongelen.’
‘Ze komt u zo halen, hier heeft u alvast een bezoekerspasje.’
Gerrit moet een tijdje wachten in de ontvangsthal en zit net te overwegen of hij niet beter een kamelenkoppeling of een hoofdschaar kan toepassen op zo’n type als Gerald – als er twee politieagenten binnenkomen met een zielig hoopje mens tussen zich in.

‘Johan, wil je deze meneer even noteren? Hij blijft hier een paar dagen in voorlopige hechtenis.’
‘Naam?’ vraagt de receptionist. ‘Gerald’ mompelt de man. ‘Achternaam?’ De man mompelt wat, maar veel begrijpelijks komt er niet uit. Dan schuift de agent een identiteitsbewijs over de balie, en voltrekt de inschrijving zich verder in stilte.

Aflevering 13, door Joanna Schopman

Hij is bang en roept om zijn moeder. De tranen stromen over zijn wangen.
Hij buigt zich voorover naar zijn handen, nog op het stuurwiel liggend. Ze zijn nat van de tranen en ze beven heftig. Wat is zijn leven een ellende geworden. Hij snikt. Hij mist zijn moeder plotseling zo en zijn vrouw en Tamara.

Er wordt hard op het portier gebonsd: twee agenten, die hem met zwaailichten achtervolgden staan naast zijn auto. Op hun teken draait hij het portierraampje een stukje open. ‘Verder open,’ zegt de ene agent dwingend. ‘wij moeten even praten en dat gaat beter als u uitstapt’.
‘Ik wil niet uitstappen, ik moet slapen, want ik ben zo moe,’ antwoordt hij, waarna hij als een zoutzak terugzakt in zijn stoel, terwijl de tranen blijven stromen.
De agenten kijken elkaar aan. Wat moeten ze hiervan denken? Afleidingsmanoeuvre?
‘Uitstappen mijnheer, dit is een bevel! U heeft een aanrijding gehad, bent u zich daarvan bewust?’ Met betraande ogen kijkt hij naar hen op en traag stapt hij uit.
Hij moet met zijn rug tegen de auto gaan staan. ‘We doen een drugstest mijnheer, want u reed erg gevaarlijk. Mond open graag.’ De andere agent strijkt een wattenstaafje door zijn mond. ‘En nu uw rijbewijs.’ Gerald haalt het uit zijn portefeuille en overhandigt het. Terwijl de een het rijbewijs bestudeert ziet de ander het wattenstokje verkleuren. ‘Nou dat is niet een klein beetje te veel speed’, zegt hij en hij kijkt Gerald in de ogen – naar wat diens pupillen hem verder nog duidelijk kunnen maken. ‘U gaat met ons mee naar het bureau voor een bloedtest. De auto zult u voorlopig moeten laten staan.’

De sleutels worden uit het contact genomen, de auto afgesloten en tussen de agenten wordt Gerald afgevoerd naar de politieauto.

Aflevering 12, door Irene Gret

‘Voorlopig moet u rustig aan doen en even niet gaan werken. Het beste ermee.’
Intussen rijdt Gerald in blinde woede met 160 km per uur over de A2. De klap van de aanrijding heeft hem enigszins gekalmeerd, maar nadenken kan hij niet. In zijn achteruitkijkspiegel ziet hij in de verte blauw knipperlicht. Hij hoort sirenes. Ze zitten achter hem aan, maar wat heeft hij eigenlijk gedaan? De afgelopen maanden is er iets in zijn hoofd, waardoor hij dingen doet die hij niet wil. Of hij vergeet wat hij van plan is. Niet aan denken en niet over praten is zijn devies. Een echte man weet wat hij wil, die twijfelt niet.
Dan moet hij aan zijn vader denken. In de bloei van zijn leven was hij een gerenommeerd en gerespecteerd advocaat. Hij verdedigde grote criminelen en sleepte er vaak vrijspraak of strafvermindering uit. Tot het moment dat hij nonchalant werd. Hij hoefde zich niet voor te bereiden op een proces, zei hij. Soms kwam hij gewoon niet opdagen en vond men hem in zijn stamkroeg. De laatste zaak, die van het vermiste meisje, had hij grandioos verknoeid. Daarna ging het bergafwaarts met hem. Hij overleed  uiteindelijk als een trieste, verwarde man in een verpleeghuis. De diagnose was vroege Alzheimer.
Het blauwe zwaailicht komt dichterbij en een verlicht bord op de auto sommeert hem naar de kant te gaan. Gerald weet ineens weer waarom ze hem willen aanhouden: ‘Tamara!’ Hij heeft zijn dochtertje in gevaar gebracht. Ze zat bij Pam in de auto, maar dat zag hij te laat. Hij wilde haar niet kwetsen, maar wilde alleen zijn ex laten voelen wie de baas is. Ze moet zich houden aan zijn normen en waarden bij de opvoeding. Ze mag het kind niet blootstellen aan al die mannen die in de praktijk komen. In zijn hoofd verschenen de akeligste taferelen waarbij Tamara ‘Pappa, pappa, help me!’ riep.
Gerald zet zijn auto aan de kant. Hij is bang en roept om zijn moeder. De tranen stromen over zijn wangen.

Aflevering 11, door Terry Porcelijn

Als Pam als laatste de deur uit gaat trekt hij haar naar achteren, stapt naar buiten en gooit lachend de deur dicht.

‘O gelukkig, ze komt bij. Pam, Pam, lieverd, ik ben bij je, je bent veilig nu.’ Als Pam haar ogen opent ziet ze het bezorgde gezicht van haar moeder en herkent ze de geur en het kille witte licht van een ziekenhuis.

‘Wat doe ik hier?’ stamelt ze. Ze wil rechtop gaan zitten maar wordt met zachte hand teruggeduwd.
 ‘Je bent aangereden bij het gemeentehuis,’ haar moeder slikt en gaat zacht verder: ‘Gerald kwam ineens uit het niets aanrijden en knalde op je auto. Daarna reed hij door. De heer die je had afgezet zag het gebeuren. Hij heeft de politie gebeld en daarna ons met jouw telefoon. Papa heeft Tamara mee naar huis genomen. Dat arme kind was vreselijk overstuur en riep dat het haar vader was geweest. Goddank is zij niet gewond. En jij had zo op het oog ook niet veel meer dan een schram op je wang, maar je was in shock en reageerde nergens op, dus je bent  voor alle zekerheid ter observatie meegenomen. Goddank hebben ze verder niets ernstigs gevonden. Maar je bent behoorlijk lang niet aanspreekbaar geweest en ze vermoeden hier dat je ernstig getraumatiseerd bent. Waarom heb je nooit verteld hoe erg het was met Gerald?’
Pam kijkt hulpeloos naar haar moeder en zegt: ‘Maar de praktijk? En die politieagenten? En de beer rammelde en die Gerrit kwam ook en toen sloot Gerald me op met zeven meeuwen…’
Een arts komt de kamer binnen; hij kijkt in haar ogen en neemt haar bloeddruk op. Hij zegt: ‘het valt lichamelijk gelukkig allemaal mee, maar u hebt ons behoorlijk laten schrikken. We hebben u een prik moeten geven om u rustig te krijgen, want u was behoorlijk in paniek en riep dat u eruit wilde.’
Dan begint Pam hard te huilen, vooral van opluchting. Ze begrijpt nu dat het allemaal maar een boze droom is geweest. 
De dokter zegt: ‘Blijft u nog maar een kwartiertje liggen. Maar daarna heb ik dit bed helaas nodig voor een andere patient. Voorlopig moet u rustig aan doen en even niet gaan werken. Het beste ermee!’

Aflevering 10, door Bea Rigter

Op dat moment gaat de bel…
‘Ik doe  open, collega , jij houdt die man in bedwang.’ Met zijn hand op zijn pistool opent de agent de deur. Pam herkent Gerrit, die het geheel stomverbaasd observeert.
Hij ziet twee agenten, een geboeide man op de grond, twee vrouwen die stilletjes in een hoek staan en een lijkwitte Pam met een bloedende wond op haar gezicht.
‘Gerrit…’ stamelt Pam.
‘ Zo te zien hoef ik nog niet aan mijn intuïtie te twijfelen,’ Gerrit duwt Pam richting het raam om haar gezicht te bekijken.
‘Klootzak, wie ben jij?’ pruttelt Gerald.
‘Jou wordt niets gevraagd,’ en de agent zet zijn elleboog nog iets steviger op zijn borst.
Door de openstaande deur vliegen zeven meeuwen krijsend naar binnen. Terwijl de  schreeuwers  schelle  Ga-Ga- geluiden maken, vliegen ze alle kanten op en beginnen ze te pikken.
Ze ruiken bloed, het bloed van Pam, en zij wordt  als eerste aangevallen. Ze stopt haar gezicht onmiddellijk in haar elleboog, iets wat ze de laatste tijd veel gedaan heeft. Het helpt iets maar de onrustige meeuwen veroorzaken een immense herrie en pikken wild om zich heen. Niet alleen de herrie door het gekrijs van de meeuwen maar ook de herrie die alle mensen in de praktijkruimte maken is groot. Iedereen is overvallen door het gebeuren en  loopt door elkaar.
Als een meeuw op het hoofd van Pam gaat zitten, neemt Gerald de leiding. ‘Okee mensen , ik ken dit gedrag, luister naar mij, jullie  gaan op handen en voeten  met je hoofd naar beneden de deur uit. De vogels blijven achter.’
Het is verbijsterend maar iedereen doet wat Gerald  zegt. Als Pam als laatste de deur uit  gaat, trekt  hij  haar naar achteren, stapt naar buiten en gooit hard lachend de deur dicht.

Aflevering 9, door Henja Kronenburg

Tamara begint te huilen en het wordt stil aan de andere kant van de lijn.
De politieagente sommeert Gerald het gesprek te beëindigen en  probeert de hoorn uit zijn hand te trekken.  Gerald laat niet los maar geeft haar een duw. Dat pikt haar collega niet, die rukt de hoorn uit Geralds  hand, draait zijn arm achter zijn rug en klikt de handboeien om zijn polsen.
Je blijft van een ambtenaar in functie af,’ zegt hij en drukt hem op een stoel, ‘zitten blijven en je mond houden.’
Inmiddels heeft Pam de telefoon terug en ze roept Tamara, maar de lijn is dood. ‘Opgehangen,’ zegt ze in paniek, ‘dit is de vaste lijn – die heeft geen nummermelding.’
De agent pakt de hoorn, drukt op wat toetsen en  hoort de telefoon aan de andere kant overgaan. Iedereen houdt zijn adem in tot er opgenomen wordt en de opgewekte stem van oma zegt, ‘ben jij dat Pam?’
‘Ja mam, is Tamara bij jou?’
‘Ja lieverd, een vriendelijke meneer zag haar op een bouwterrein lopen en vroeg waar ze naar toe moest, naar oma, had ze gezegd, en toen heeft hij haar even gebracht. Hij is niet eens binnen gekomen want hij moest naar een afspraak. Ik heb met Tamara afgesproken dat ze voorlopig hier blijft. Die toestand bij jullie is zo traumatisch voor haar. Probeer nou eindelijk eens echt van die vent af te komen en vraag tenminste een contact- of straatverbod aan.’
Als Gerald dat hoort vliegt hij overeind en mept met al zijn kracht met de handboeien tegen Pams hoofd. ‘Vuil kreng,’ roept hij, ‘dat zou je wel willen hè, je komt nooit van mij af, Tamara is ook mijn kind.’
Pam valt met een bloedend hoofd op de grond terwijl de agent op Gerald duikt en hem tegen de grond werkt. Op dat moment gaat de bel…

Aflevering 8, door Hetty Blaauw

Ze doet snel de deur open en ziet dat er nog iemand in de auto zit. Dat lijkt Gerald wel, haar ex. Dit is wel de laatste die ze nu wil ontmoeten.
Snel laat Pam de twee mannen binnen; vanuit haar ooghoek ziet ze dat Gerald ook met veel omhaal uit de auto wil stappen. Een van de agenten probeert dit te verhinderen, maar het lukt hem niet. ‘Het is ook mijn dochter die ontvoerd wordt!’ roept hij luidkeels, waarop de agent hem binnen laat.

Opgewonden begint Pam te vertellen dat Tamara verdwenen is door het raam van de assistentenkamer en dat ze na de ontdekking van de verdwijning nog net zag dat Tamara in de armen van een vrij grote man over het bouwterrein verdween.

Ze durft er niet bij te vertellen dat ze die man waarschijnlijk eerder die dag al gesproken heeft, omdat ze bang is voor een woedeuitbarsting van Gerald.

Na een uitvoerige beschrijving van de persoon ziet ze opeens het van woede vertrokken gezicht van haar ex en ze beseft weer hoe ontzettend bang ze voor hem was, en nog steeds is. Zelfs de aanwezigheid van de twee agenten kan die angst niet wegnemen. Talloze vragen komen bij haar naar boven: hoe weet die Gerrit waar haar praktijk is – ze had hem toch afgezet bij de Sociale Dienst? En hoe komt Gerald terecht in een politieauto? Wat moet ze wel en niet vertellen?

Opeens gaat de telefoon. Het is Tamara die met een opgewekte stem vertelt dat ze zich niet ongerust hoeft te maken. Ze wilde naar oma vluchten, omdat ze bang was voor dat geruzie en geschreeuw van papa en mama. Op het moment dat ze uit het raam wilde klimmen was die aardige meneer daar ook en zei dat hij haar wel zou helpen. ‘Maar waar ben je nu dan?’ vraagt Pam. Op dat moment wordt de telefoon uit haar hand gerukt en vraagt Gerald met luide stem wie die vent wel is en wat hij met zijn dochter van plan is?!
Tamara begint te huilen en het wordt stil aan de andere kant van de lijn.

Aflevering 7, door Helmi Duijvestein

Ze loopt terug naar het kamertje, sluit het raam en vergrendelt het, en raapt Beer op van de grond. Er rammelt iets binnenin Beer.
Ze drukt Beer troostend tegen zich aan. O, ja, herinnert ze zich ineens. Beer kon vroeger praten, althans een grommend geluidje maken. Maar dat vond ze zo irritant dat ze blij was toen de batterij op bleek. Ze heeft het nooit laten repareren.
Met Tamara’s knuffel in haar hand voelt Pam de paniek opkomen, maar ze moet proberen rustig te blijven. Wie was die man die ze daar op het bouwterrein had gezien? Zeker niet haar ex. Deze man was best een grote kerel en droeg haar Tamara alsof het een veertje was. Hij leek ook wat ouder dan Gerald. Wel raar dat Tamara zich zo rustig liet wegdragen. Net of ze die man al kende. De man had wel gerend maar Tamara stribbelde niet echt tegen.

Straks komt de politie en dan moet ze vertellen wat ze nu precies gezien heeft. Ze kan maar beter meteen beginnen daar over na te denken. ‘Kom op, Pam. Rustig blijven en goed nadenken.’ spreekt ze zichzelf toe. ‘Wat zag je nu precies van die man? Wat had hij aan?’ Ineens beseft ze dat ze de jas van de man die dag eerder heeft gezien. Een dure, sjieke jas. Wel een beetje een oud en versleten, maar toch!
Ineens weet ze het weer. Die man die daar met Tamara door het bouwzand rende was dezelfde man als die ze bij de sociale dienst heeft afgezet en bij wie ze heel even haar hart heeft gelucht. Waarom neemt die man haar dochter mee, zomaar zonder te melden. Bovendien niet gewoon door de voordeur maar via het raam?
Ze hoort een sirene, loopt naar de voordeur, ziet dat er twee politieagenten voor de deur staan. Ze doet snel de deur open en ziet dat er nog iemand in de politieauto zit. Dat lijkt wel Gerald, haar ex.

Aflevering 6, door Elze Mulder

Anneke aait Tamara over haar bol en met een knipoog naar Tamara geeft ze een kusmondje richting Beer.
Pam zit intussen in de spreekkamer met de eerste patiënt, die een lang en ingewikkeld verhaal heeft. Ze weet wel dat ze juist bij zo’n patiënt goed moet letten op wat er eigenlijk achter zit, vage klachten duiden vaak juist op eenzaamheid – maar het lukt haar niet best om zich te concentreren. En ze moet haar moeder ook nog bellen, over Tamara….

‘Goed mevrouw Beets, komt u maar even hier naar de behandeltafel, dan ga ik uw buik…’ Maar dan komt Anneke de kamer binnengestormd: ‘Tamara is weg! Ik was even in de keuken en nu…’
Beide vrouwen – en ook mevrouw Beets – reppen zich naar het assistentenkamertje. Beer ligt hulpeloos op de grond met zijn stijve poten omhoog – het raam staat open… ‘Zat de grendel niet op het raam?’roept Pam nog – een overbodige vraag, inderdaad. Meteen rent ze naar buiten en achteromkijkend ziet ze achter het praktijkgebouw, over het terrein met huizen in aanbouw, iemand wegrennen met een kind in de armen. Zo snel over de omheining van bijna 2 meter heen klimmen gaat haar niet lukken, dat ziet ze wel, en dus rent ze meteen naar binnen om 112 te bellen.

Binnengekomen ziet ze dat Anneke daar al mee bezig is. Pam grist de telefoon uit haar handen en roept tegen de vrouw aan de andere kant: ‘Mijn dochtertje is gekidnapt, en ik heb de kidnapper gezien!’ Ze antwoordt snel op alle vragen die worden gesteld en geeft de telefoon dan terug aan Anneke. Die is intussen al bezig om mevrouw Beets en de andere patiënten met zachte hand naar buiten te bonjouren. Pam hoort haar dingen zeggen als ‘Noodgeval’ ‘Andere afspraak maken’ en ‘later terugkomen’.
Die taak laat Pam graag aan haar over. Ze loopt terug naar het kamertje, sluit het raam en vergrendelt het, en raapt Beer op van de grond. Er rammelt iets binnenin Beer.

Aflevering 5, door Joanna Schopman

Dat Geralds jaloezie zo ver zou gaan dat hij haar stalkt en bedreigt, had ze nooit kunnen denken.
Pam rijdt snel richting gemeentehuis, terwijl ze Gerrit uitlegt dat ze hem daar alleen kan afzetten, omdat er patiënten zitten te wachten.
Even later rijdt ze opgelucht verder. ‘Zo, met hem hoef ik gelukkig ook niet meer te praten.’ Tamara moet maar even mee naar de praktijk, ze zal haar tussen de middag naar haar moeder brengen, kan ze tevoren tenminste nog even bellen of dat haar gelegen komt.
Tamara zit intussen op de achterbank en klemt haar enorme knuffelbeer stevig tegen zich aan. Beer is lekker zacht en de tranen die steeds weer komen kan ze aan zijn vacht kwijt. Ze voelt zich miserabel. ‘Waarom maken ze toch steeds ruzie? Als pappa zo boos is en hard schreeuwt ben ik zó bang voor de enge man die hij dan is. Ik kruip dan achter de bank weg, als het kan samen met Beer. Stel je voor dat hij mama écht pijn doet! Mama is dan trouwens ook niet lief: ze praat heel hard en schel en zegt heel lelijke dingen tegen pappa. Als ze zo doen wil ik weg lopen en bij oma gaan wonen, die is tenminste altijd lief en schreeuwt nooit.’
Pam rijdt gejaagd verder. ‘Tamara, ik neem je mee naar de praktijk en bel oma of je een paar dagen bij haar kunt logeren, dit is allemaal veel te naar voor je.’ Tamara knikt. Haar ogen staan weer vol tranen, ze veegt ze af aan Beer.
Bij de praktijk aangekomen trekt haar moeder haar gehaast mee naar binnen en racet meteen door naar haar kamer. Ze knikt naar Anneke, dat die een patiënt naar binnen kan roepen. Anneke heeft inmiddels Tamara al aan de hand genomen, ze roept de eerste patiënt op en neemt het meisje dan mee naar de assistentenruimte. Daar liggen kinderboeken en speeltjes, want het is niet de eerste keer dat Tamara mee hierheen komt.
Dan, op luchtige toon tegen Tamara: ‘Schatje, wil je een lekkere beker chocolademelk? Zoek jij maar iets leuks uit om te spelen terwijl ik de melk warm maak. Wil Beer hier in deze stoel zitten, wat denk je?’
Anneke aait Tamara over haar bol en met een knipoog naar Tamara geeft ze een kusmondje richting Beer.

Aflevering 4, door Irene Gret

‘Daarna heb ik alle tijd en kan ik met je meerijden naar je huis als je dat wil. Dan kun je alles vertellen en overleggen we hoe ik jullie kan helpen.’

Al rijdend realiseert Pam zich dat ze helemaal niet zit te wachten op de hulp van Gerrit. Hij mag dan wel kampioen worstelen zijn, maar dat lost vast helemaal niets op. Waarschijnlijk zal hij alleen maar olie op het vuur gooien. Eigenlijk heeft ze hem al te veel verteld en thuis wil ze hem absoluut niet ontvangen. Ze zal het hem vertellen en hem afzetten bij het Sociaal Plein. Daarna zal ze direct doorrijden naar haar moeder. Tamara kan altijd bij oma terecht voor een paar nachtjes. Pam heeft dan de tijd om voor de zoveelste keer naar de politie te gaan en aangifte te doen.

Ze kan dit er allemaal echt niet bij hebben. Door het coronavirus is de wachtkamer van haar praktijk nooit meer vol, maar er zijn wel veel mensen die een afspraak hebben. Ze belt de assistente dat ze later komt en  zucht. Wat heeft ze toch een puinhoop van haar leven gemaakt. Het was haar droom geweest om mensenlevens te redden. Haar moeder, een sterke vrouw die al twintig jaar weduwe is, heeft haar altijd ondersteund. ‘Je moet voor jezelf kunnen zorgen’, was haar devies. Pams studie medicijnen is vlekkeloos verlopen. Het waren fantastische jaren van hard studeren en veel vriendjes. Uiteindelijk ontmoette ze Gerald, die gek op haar is maar waanzinnig jaloers.

Dankzij hem heeft zij zich in deze huisartsenpraktijk kunnen inkopen. ‘Geld zat’, zei hij altijd, maar dat ze ook mannen in haar praktijk behandelt, daar kon hij niet mee omgaan. Ze moest van hem stoppen met haar werk en thuisblijven om voor hun driejarig dochtertje Tamara te zorgen. Maar Pam ziet haar toekomst anders en hun verhouding is op de klippen gelopen. Ze wil hard werken om haar schulden af te lossen en carrière te maken. Dat Geralds jaloezie zo ver zou gaan dat hij haar stalkt en bedreigt had ze nooit kunnen denken. 

Aflevering 3, door Terry Porcelijn

‘Ik ga met je mee, ik kan je helpen: ik ben kampioen worstelen in mijn klasse. Laat die ex van jou maar komen!’
‘Nou nee, dat is heel aardig van je,’ zegt Pam, ‘maar je kunt je er beter niet mee bemoeien. Mijn ex is tot alles in staat en iedereen die mij helpt is zijn vijand. Maar ik wil nu echt naar mijn kind, dus loop maar even mee naar de auto, dat praat wat gemakkelijker. En dan kunnen we meteen zien of je goed kunt lopen.’

Pam helpt hem overeind van het muurtje en langzaam gaan ze richting auto. Gerrit ziet in de gauwigheid dat het geen goedkoop wagentje is.
‘Kijk eens,’ zegt Pam tegen haar dochter, ‘hier is de meneer die ons zo heeft laten schrikken. Gelukkig valt het allemaal reuze mee.’ Ze loopt naar de andere kant om het portier voor hem open te maken en hij schuift voorzichtig op de passagiersstoel. Dan draait hij zich om naar achteren om het meisje, dat hem met grote ogen aankijkt, te begroeten.
‘Hallo,’ zegt hij, ‘ben je al een beetje bekomen van de schrik? Maar goed dat je moeder zulke goede remmen heeft zeg. Hoe heet je? Ik ben Gerrit. Ik heb een dochtertje van jouw leeftijd.’
‘Ik heet Tamara,’ zegt het meisje zacht, terwijl ze een gigantische knuffelbeer stijf tegen zich aandrukt.

Zodra Pam wegrijdt herinnert Gerrit zich ineens de afspraak die hij heeft bij het Sociaal Plein.
‘O jee, ik vergeet helemaal dat ik over een kwartier bij het gemeentehuis moet zijn. Zou je me daar alsjeblieft even naartoe kunnen rijden, het zal niet lang duren. Daarna heb ik alle tijd en kan ik met je meerijden naar je huis als je dat wil. Dan kun je me alles vertellen en overleggen we hoe ik jullie kan helpen.’

Aflevering 2, door Bea Rigter

In de verte hoort hij iemand vreselijk gillen. Het wordt zwart voor zijn ogen…
‘Gaat het meneer, hallo, gaat het meneer?’
Ver weg hoort hij een vrouwenstem, hij probeert overeind te komen.
‘Blijft u  liggen, ik wil u even onderzoeken. Hoe heet u, hoe is uw naam?’
‘Wat is er gebeurd?’
‘Ik zag u beven en toen viel u op de straat, ik zat achter het stuur en kon nog net op tijd remmen. Maar wie bent u?’
‘Ik.. ik … ik ben Gerrit, Gerrit den Blaker’.
‘Dat is mooi, u kunt uw naam nog zeggen. Heeft u pijn? Kunt u uw arm optillen? Ik kijk even naar uw ogen, wilt u die heen en weer bewegen? O, dat ziet er goed uit. Ik zal u helpen met opstaan.’

Gerrit staat langzaam op en ziet nu pas de vrouw. Een jonge vrouw – en hij herkent de kleur van haar ogen. Dezelfde  als zijn dochter Mireille, die nu in  Zwitserland zit.
‘Waarom reed je zo hard? Ik schrok verschrikkelijk.’
‘Sorry Gerrit, het is een lang verhaal, maar mijn vriend, nou ja mijn ex, probeerde mijn auto in de fik te steken en ik moest vluchten. Hoorde u ook dat gegil? Dat is mijn dochtertje van acht, ik moet terug … ik durf niet … hij zal me in de fik steken..’

‘Het kan dus allemaal nog veel erger,’mompelt Gerrit en hij gaat op een stenen muurtje zitten.
‘Hoezo Gerrit?’
‘Ik vind je erg aardig en je hebt dezelfde kleur ogen als mijn dochter – groen  en blauwig. Hoe heet jij?’
‘Ik ben Pam, maar ik moet nu echt gaan, mijn dochter…’
‘Ik ga met je mee, ik kan je helpen: ik ben kampioen worstelen in mijn klasse. Laat die ex van jou maar komen!’

Aflevering 1, door Henja Kronenburg

Chagrijnig kijkt hij door het smoezelige raampje naar het troosteloze weer. Alles is grijs. Precies zoals hij zich voelt op de eerste dag van zijn nieuwe leven. Hier zit hij dan in een derderangs hotelletje. Wat een treurigheid. Hoe heeft het allemaal zo mis kunnen gaan. Zaak, gezin, huis, alles is hij kwijt. Zij moest zo nodig verliefd worden op die vent en vertrok toen met de kinderen.
Maar: ze deed wel de administratie van zijn bedrijfje. Dat redde hij niet zelf en de drank hielp ook niet erg mee om helder te blijven denken. Gelukkig is hij daar vanaf, geen druppel meer. Maar hij moest wel zijn huis verkopen om haar deel uit te kunnen betalen. Ze woont nu in het buitenland. Dus de kinderen ziet hij niet meer.
Hij wilde een huisje of flatje huren, maar voor de vrije sector had hij te weinig inkomen en voor de sociale huur te veel spaargeld. Dan val je tussen de wal en het schip. Dus maar zuinig aan doen en zolang in deze gribus wonen. Straks heeft hij een afspraak bij het Sociaal Plein, misschien weten ze daar een oplossing om uit deze situatie te komen. En ja, dan nog een baan zien te vinden. Hopeloze zaak, hij loopt tegen de zestig. Kansloos toch?

Hij kijkt op zijn Rolex; tja, het is wel vroeg, maar hij gaat toch maar vast richting het station. Spullen heeft hij nog wel. Zijn kleren zijn vlot en van zeer goede kwaliteit. Daar kan hij voorlopig wel mee voort.
Diep in zijn kraag gedoken tegen de beginnende regen slentert hij richting de stoplichten. Opeens komt er een auto met brullende motor, gierende banden en piepende remmen de hoek om denderen. Hij verstart, kan zich niet bewegen. In de verte hoort hij iemand vreselijk gillen.