Feuilleton III: Een Spannend Verhaal

We kunnen het niet laten en gaan daarom weer met ons derde feuilleton van start. Voorlopig noemen we het E.S.V. oftewel Een Spannend Verhaal, omdat we nog helemaal niet weten welke kant het opgaat. Het is echt weer een sprong in het diepe. Als iemand in de loop van het verhaal een briljant idee krijgt voor de titel, laat het ons dan alsjeblieft weten.

Aflevering 15, door Helmi Duijvestein

Dan schuift de agent een identiteitsbewijs over de balie, en voltrekt de inschrijving zich verder in stilte.

‘Waar ben ik nu weer in beland,’ vraagt Gerrit zich af, ‘is hier sprake van toeval? Hoeveel Geralds ken ik eigenlijk?’
Hij pakt iets te lezen van een stapeltje heel oude bladen dat op het tafeltje voor hem ligt. Maar hij kan zijn gedachten er niet bijhouden. Hij is hier om te solliciteren voor een functie als gevangenisbewaker, maar zit nu in de ontvangsthal tezamen met ene Gerald die enkele dagen hechtenis voor de boeg heeft. Rare bedoening eigenlijk. Laat mevrouw Van Drongelen maar snel komen, dan kan hij hier weg.

Gerald lijkt intussen wat bij te komen. Hij zit onrustig op zijn stoel en kijkt verdrietig naar een punt op de vloer. Ook Gerald vraagt zich af hoe dit toch allemaal heeft kunnen gebeuren. Hij realiseert zich wel dat hij zich behoorlijk in de nesten heeft gewerkt maar kan zich eigenlijk niet veel herinneren van wat zich allemaal heeft afgespeeld.

Het laatste wat hij weet is dat hij de ochtendkrant opensloeg en in de bijlage iets las over de oorzaken en gevolgen van vroege-Alzheimer. Hij weet nog dat het hem erg verdrietig maakte maar ook heel boos. Boos op alles en iedereen maar met name op Pam. Ze had toch begrip moeten hebben voor zijn problemen?

Ineens herinnerde hij zich nog dat er wat pilletjes in het medicijnkastje lagen. Pam had ooit gezegd dat dit pilletjes waren die je wat opfleurden als je erg onrustig of verdrietig was. Hij had er in een keer 5 genomen en daarna nog een halve beker water om ze weg te spoelen. Vanaf dat moment weet hij niet meer wat er met hem gebeurd is en waar hij naar toe gegaan is. Nu zit hij dus hier, nota bene in de hal van het huis van bewaring, met een hele rij beschuldigingen waar hij niets van weet.

Plotseling gaat de deur open en er staat een dame in uniform in de deuropening.
‘Meneer den Blaker, fijn dat u gekomen bent. Ik ben Monique van Drongelen. Wilt u me volgen?’
Als Gerrit opstaat uit zijn stoel om naar de deur te lopen kijkt hij nog even naar de man in de andere stoel. Die steekt zijn hand op als teken van afscheid. Daarbij wordt de huid van ’s mans onderarm duidelijk zichtbaar. Gerrit ziet er een getatoeëerd hart op staan met daar onder ‘Tamara’.

Aflevering 14, door Elze Mulder

[…. ] tussen de agenten wordt Gerald afgevoerd naar de politieauto.

In het uitgestorven centrum van de stad loopt Gerrit langs de verlaten terrassen en donkere winkeletalages. Zijn tocht naar het Sociaal Plein gisteren heeft hem niet zo veel opgeleverd, dat was wel een beetje teleurstellend. Tja, had hij dan gedacht dat ze zomaar een nieuwe baan voor hem uit de hoed konden toveren?

Aan de andere kant – de wonderen waren de wereld nog niet uit. Was hij niet gisteren net op het nippertje weggesprongen voor de wielen van een zwarte SUV die brullend recht op hem af kwam? En had niet even later de bestuurster van dat zwarte monster hem diep in de ogen gekeken? Professioneel, dat wel – maar hij had heel onprofessioneel opgemerkt dat het bijzonder mooie blauwgroene ogen waren….
Het was maar goed dat hij nog even over zijn schouder had gekeken toen ze hem – zo aardig! – had afgezet bij het gemeentehuis. Die auto die van rechts kwam aanscheuren, dat was vast die rare ex van haar geweest. Gerrit had die vent met liefde een zeer stevige ‘berenknuffel’ gegeven – maar helaas had hij die kans niet gekregen, hij was meteen aan het bellen gegaan, de politie en het nummer van de oma van het kind.

Nou ja, wie weet kon hij zijn worstelkwaliteiten binnenkort wel elders gebruiken. Want ja, hij was nu toch maar mooi op weg naar een sollicitatiegesprek bij het Huis van Bewaring. Er zat een kansje in dat hij daar meteen aan de slag kon als bewaarder in opleiding.

‘Goedemiddag – ik heb een afspraak, voor een kennismaking, met mevrouw Van Drongelen.’
‘Ze komt u zo halen, hier heeft u alvast een bezoekerspasje.’
Gerrit moet een tijdje wachten in de ontvangsthal en zit net te overwegen of hij niet beter een kamelenkoppeling of een hoofdschaar kan toepassen op zo’n type als Gerald – als er twee politieagenten binnenkomen met een zielig hoopje mens tussen zich in.

‘Johan, wil je deze meneer even noteren? Hij blijft hier een paar dagen in voorlopige hechtenis.’
‘Naam?’ vraagt de receptionist. ‘Gerald’ mompelt de man. ‘Achternaam?’ De man mompelt wat, maar veel begrijpelijks komt er niet uit. Dan schuift de agent een identiteitsbewijs over de balie, en voltrekt de inschrijving zich verder in stilte.

Aflevering 13, door Joanna Schopman

Hij is bang en roept om zijn moeder. De tranen stromen over zijn wangen.
Hij buigt zich voorover naar zijn handen, nog op het stuurwiel liggend. Ze zijn nat van de tranen en ze beven heftig. Wat is zijn leven een ellende geworden. Hij snikt. Hij mist zijn moeder plotseling zo en zijn vrouw en Tamara.

Er wordt hard op het portier gebonsd: twee agenten, die hem met zwaailichten achtervolgden staan naast zijn auto. Op hun teken draait hij het portierraampje een stukje open. ‘Verder open,’ zegt de ene agent dwingend. ‘wij moeten even praten en dat gaat beter als u uitstapt’.
‘Ik wil niet uitstappen, ik moet slapen, want ik ben zo moe,’ antwoordt hij, waarna hij als een zoutzak terugzakt in zijn stoel, terwijl de tranen blijven stromen.
De agenten kijken elkaar aan. Wat moeten ze hiervan denken? Afleidingsmanoeuvre?
‘Uitstappen mijnheer, dit is een bevel! U heeft een aanrijding gehad, bent u zich daarvan bewust?’ Met betraande ogen kijkt hij naar hen op en traag stapt hij uit.
Hij moet met zijn rug tegen de auto gaan staan. ‘We doen een drugstest mijnheer, want u reed erg gevaarlijk. Mond open graag.’ De andere agent strijkt een wattenstaafje door zijn mond. ‘En nu uw rijbewijs.’ Gerald haalt het uit zijn portefeuille en overhandigt het. Terwijl de een het rijbewijs bestudeert ziet de ander het wattenstokje verkleuren. ‘Nou dat is niet een klein beetje te veel speed’, zegt hij en hij kijkt Gerald in de ogen – naar wat diens pupillen hem verder nog duidelijk kunnen maken. ‘U gaat met ons mee naar het bureau voor een bloedtest. De auto zult u voorlopig moeten laten staan.’

De sleutels worden uit het contact genomen, de auto afgesloten en tussen de agenten wordt Gerald afgevoerd naar de politieauto.

Aflevering 12, door Irene Gret

‘Voorlopig moet u rustig aan doen en even niet gaan werken. Het beste ermee.’
Intussen rijdt Gerald in blinde woede met 160 km per uur over de A2. De klap van de aanrijding heeft hem enigszins gekalmeerd, maar nadenken kan hij niet. In zijn achteruitkijkspiegel ziet hij in de verte blauw knipperlicht. Hij hoort sirenes. Ze zitten achter hem aan, maar wat heeft hij eigenlijk gedaan? De afgelopen maanden is er iets in zijn hoofd, waardoor hij dingen doet die hij niet wil. Of hij vergeet wat hij van plan is. Niet aan denken en niet over praten is zijn devies. Een echte man weet wat hij wil, die twijfelt niet.
Dan moet hij aan zijn vader denken. In de bloei van zijn leven was hij een gerenommeerd en gerespecteerd advocaat. Hij verdedigde grote criminelen en sleepte er vaak vrijspraak of strafvermindering uit. Tot het moment dat hij nonchalant werd. Hij hoefde zich niet voor te bereiden op een proces, zei hij. Soms kwam hij gewoon niet opdagen en vond men hem in zijn stamkroeg. De laatste zaak, die van het vermiste meisje, had hij grandioos verknoeid. Daarna ging het bergafwaarts met hem. Hij overleed  uiteindelijk als een trieste, verwarde man in een verpleeghuis. De diagnose was vroege Alzheimer.
Het blauwe zwaailicht komt dichterbij en een verlicht bord op de auto sommeert hem naar de kant te gaan. Gerald weet ineens weer waarom ze hem willen aanhouden: ‘Tamara!’ Hij heeft zijn dochtertje in gevaar gebracht. Ze zat bij Pam in de auto, maar dat zag hij te laat. Hij wilde haar niet kwetsen, maar wilde alleen zijn ex laten voelen wie de baas is. Ze moet zich houden aan zijn normen en waarden bij de opvoeding. Ze mag het kind niet blootstellen aan al die mannen die in de praktijk komen. In zijn hoofd verschenen de akeligste taferelen waarbij Tamara ‘Pappa, pappa, help me!’ riep.
Gerald zet zijn auto aan de kant. Hij is bang en roept om zijn moeder. De tranen stromen over zijn wangen.

Aflevering 11, door Terry Porcelijn

Als Pam als laatste de deur uit gaat trekt hij haar naar achteren, stapt naar buiten en gooit lachend de deur dicht.

‘O gelukkig, ze komt bij. Pam, Pam, lieverd, ik ben bij je, je bent veilig nu.’ Als Pam haar ogen opent ziet ze het bezorgde gezicht van haar moeder en herkent ze de geur en het kille witte licht van een ziekenhuis.

‘Wat doe ik hier?’ stamelt ze. Ze wil rechtop gaan zitten maar wordt met zachte hand teruggeduwd.
 ‘Je bent aangereden bij het gemeentehuis,’ haar moeder slikt en gaat zacht verder: ‘Gerald kwam ineens uit het niets aanrijden en knalde op je auto. Daarna reed hij door. De heer die je had afgezet zag het gebeuren. Hij heeft de politie gebeld en daarna ons met jouw telefoon. Papa heeft Tamara mee naar huis genomen. Dat arme kind was vreselijk overstuur en riep dat het haar vader was geweest. Goddank is zij niet gewond. En jij had zo op het oog ook niet veel meer dan een schram op je wang, maar je was in shock en reageerde nergens op, dus je bent  voor alle zekerheid ter observatie meegenomen. Goddank hebben ze verder niets ernstigs gevonden. Maar je bent behoorlijk lang niet aanspreekbaar geweest en ze vermoeden hier dat je ernstig getraumatiseerd bent. Waarom heb je nooit verteld hoe erg het was met Gerald?’
Pam kijkt hulpeloos naar haar moeder en zegt: ‘Maar de praktijk? En die politieagenten? En de beer rammelde en die Gerrit kwam ook en toen sloot Gerald me op met zeven meeuwen…’
Een arts komt de kamer binnen; hij kijkt in haar ogen en neemt haar bloeddruk op. Hij zegt: ‘het valt lichamelijk gelukkig allemaal mee, maar u hebt ons behoorlijk laten schrikken. We hebben u een prik moeten geven om u rustig te krijgen, want u was behoorlijk in paniek en riep dat u eruit wilde.’
Dan begint Pam hard te huilen, vooral van opluchting. Ze begrijpt nu dat het allemaal maar een boze droom is geweest. 
De dokter zegt: ‘Blijft u nog maar een kwartiertje liggen. Maar daarna heb ik dit bed helaas nodig voor een andere patient. Voorlopig moet u rustig aan doen en even niet gaan werken. Het beste ermee!’

Aflevering 10, door Bea Rigter

Op dat moment gaat de bel…
‘Ik doe  open, collega , jij houdt die man in bedwang.’ Met zijn hand op zijn pistool opent de agent de deur. Pam herkent Gerrit, die het geheel stomverbaasd observeert.
Hij ziet twee agenten, een geboeide man op de grond, twee vrouwen die stilletjes in een hoek staan en een lijkwitte Pam met een bloedende wond op haar gezicht.
‘Gerrit…’ stamelt Pam.
‘ Zo te zien hoef ik nog niet aan mijn intuïtie te twijfelen,’ Gerrit duwt Pam richting het raam om haar gezicht te bekijken.
‘Klootzak, wie ben jij?’ pruttelt Gerald.
‘Jou wordt niets gevraagd,’ en de agent zet zijn elleboog nog iets steviger op zijn borst.
Door de openstaande deur vliegen zeven meeuwen krijsend naar binnen. Terwijl de  schreeuwers  schelle  Ga-Ga- geluiden maken, vliegen ze alle kanten op en beginnen ze te pikken.
Ze ruiken bloed, het bloed van Pam, en zij wordt  als eerste aangevallen. Ze stopt haar gezicht onmiddellijk in haar elleboog, iets wat ze de laatste tijd veel gedaan heeft. Het helpt iets maar de onrustige meeuwen veroorzaken een immense herrie en pikken wild om zich heen. Niet alleen de herrie door het gekrijs van de meeuwen maar ook de herrie die alle mensen in de praktijkruimte maken is groot. Iedereen is overvallen door het gebeuren en  loopt door elkaar.
Als een meeuw op het hoofd van Pam gaat zitten, neemt Gerald de leiding. ‘Okee mensen , ik ken dit gedrag, luister naar mij, jullie  gaan op handen en voeten  met je hoofd naar beneden de deur uit. De vogels blijven achter.’
Het is verbijsterend maar iedereen doet wat Gerald  zegt. Als Pam als laatste de deur uit  gaat, trekt  hij  haar naar achteren, stapt naar buiten en gooit hard lachend de deur dicht.

Aflevering 9, door Henja Kronenburg

Tamara begint te huilen en het wordt stil aan de andere kant van de lijn.
De politieagente sommeert Gerald het gesprek te beëindigen en  probeert de hoorn uit zijn hand te trekken.  Gerald laat niet los maar geeft haar een duw. Dat pikt haar collega niet, die rukt de hoorn uit Geralds  hand, draait zijn arm achter zijn rug en klikt de handboeien om zijn polsen.
Je blijft van een ambtenaar in functie af,’ zegt hij en drukt hem op een stoel, ‘zitten blijven en je mond houden.’
Inmiddels heeft Pam de telefoon terug en ze roept Tamara, maar de lijn is dood. ‘Opgehangen,’ zegt ze in paniek, ‘dit is de vaste lijn – die heeft geen nummermelding.’
De agent pakt de hoorn, drukt op wat toetsen en  hoort de telefoon aan de andere kant overgaan. Iedereen houdt zijn adem in tot er opgenomen wordt en de opgewekte stem van oma zegt, ‘ben jij dat Pam?’
‘Ja mam, is Tamara bij jou?’
‘Ja lieverd, een vriendelijke meneer zag haar op een bouwterrein lopen en vroeg waar ze naar toe moest, naar oma, had ze gezegd, en toen heeft hij haar even gebracht. Hij is niet eens binnen gekomen want hij moest naar een afspraak. Ik heb met Tamara afgesproken dat ze voorlopig hier blijft. Die toestand bij jullie is zo traumatisch voor haar. Probeer nou eindelijk eens echt van die vent af te komen en vraag tenminste een contact- of straatverbod aan.’
Als Gerald dat hoort vliegt hij overeind en mept met al zijn kracht met de handboeien tegen Pams hoofd. ‘Vuil kreng,’ roept hij, ‘dat zou je wel willen hè, je komt nooit van mij af, Tamara is ook mijn kind.’
Pam valt met een bloedend hoofd op de grond terwijl de agent op Gerald duikt en hem tegen de grond werkt. Op dat moment gaat de bel…

Aflevering 8, door Hetty Blaauw

Ze doet snel de deur open en ziet dat er nog iemand in de auto zit. Dat lijkt Gerald wel, haar ex. Dit is wel de laatste die ze nu wil ontmoeten.
Snel laat Pam de twee mannen binnen; vanuit haar ooghoek ziet ze dat Gerald ook met veel omhaal uit de auto wil stappen. Een van de agenten probeert dit te verhinderen, maar het lukt hem niet. ‘Het is ook mijn dochter die ontvoerd wordt!’ roept hij luidkeels, waarop de agent hem binnen laat.

Opgewonden begint Pam te vertellen dat Tamara verdwenen is door het raam van de assistentenkamer en dat ze na de ontdekking van de verdwijning nog net zag dat Tamara in de armen van een vrij grote man over het bouwterrein verdween.

Ze durft er niet bij te vertellen dat ze die man waarschijnlijk eerder die dag al gesproken heeft, omdat ze bang is voor een woedeuitbarsting van Gerald.

Na een uitvoerige beschrijving van de persoon ziet ze opeens het van woede vertrokken gezicht van haar ex en ze beseft weer hoe ontzettend bang ze voor hem was, en nog steeds is. Zelfs de aanwezigheid van de twee agenten kan die angst niet wegnemen. Talloze vragen komen bij haar naar boven: hoe weet die Gerrit waar haar praktijk is – ze had hem toch afgezet bij de Sociale Dienst? En hoe komt Gerald terecht in een politieauto? Wat moet ze wel en niet vertellen?

Opeens gaat de telefoon. Het is Tamara die met een opgewekte stem vertelt dat ze zich niet ongerust hoeft te maken. Ze wilde naar oma vluchten, omdat ze bang was voor dat geruzie en geschreeuw van papa en mama. Op het moment dat ze uit het raam wilde klimmen was die aardige meneer daar ook en zei dat hij haar wel zou helpen. ‘Maar waar ben je nu dan?’ vraagt Pam. Op dat moment wordt de telefoon uit haar hand gerukt en vraagt Gerald met luide stem wie die vent wel is en wat hij met zijn dochter van plan is?!
Tamara begint te huilen en het wordt stil aan de andere kant van de lijn.

Aflevering 7, door Helmi Duijvestein

Ze loopt terug naar het kamertje, sluit het raam en vergrendelt het, en raapt Beer op van de grond. Er rammelt iets binnenin Beer.
Ze drukt Beer troostend tegen zich aan. O, ja, herinnert ze zich ineens. Beer kon vroeger praten, althans een grommend geluidje maken. Maar dat vond ze zo irritant dat ze blij was toen de batterij op bleek. Ze heeft het nooit laten repareren.
Met Tamara’s knuffel in haar hand voelt Pam de paniek opkomen, maar ze moet proberen rustig te blijven. Wie was die man die ze daar op het bouwterrein had gezien? Zeker niet haar ex. Deze man was best een grote kerel en droeg haar Tamara alsof het een veertje was. Hij leek ook wat ouder dan Gerald. Wel raar dat Tamara zich zo rustig liet wegdragen. Net of ze die man al kende. De man had wel gerend maar Tamara stribbelde niet echt tegen.

Straks komt de politie en dan moet ze vertellen wat ze nu precies gezien heeft. Ze kan maar beter meteen beginnen daar over na te denken. ‘Kom op, Pam. Rustig blijven en goed nadenken.’ spreekt ze zichzelf toe. ‘Wat zag je nu precies van die man? Wat had hij aan?’ Ineens beseft ze dat ze de jas van de man die dag eerder heeft gezien. Een dure, sjieke jas. Wel een beetje een oud en versleten, maar toch!
Ineens weet ze het weer. Die man die daar met Tamara door het bouwzand rende was dezelfde man als die ze bij de sociale dienst heeft afgezet en bij wie ze heel even haar hart heeft gelucht. Waarom neemt die man haar dochter mee, zomaar zonder te melden. Bovendien niet gewoon door de voordeur maar via het raam?
Ze hoort een sirene, loopt naar de voordeur, ziet dat er twee politieagenten voor de deur staan. Ze doet snel de deur open en ziet dat er nog iemand in de politieauto zit. Dat lijkt wel Gerald, haar ex.

Aflevering 6, door Elze Mulder

Anneke aait Tamara over haar bol en met een knipoog naar Tamara geeft ze een kusmondje richting Beer.
Pam zit intussen in de spreekkamer met de eerste patiënt, die een lang en ingewikkeld verhaal heeft. Ze weet wel dat ze juist bij zo’n patiënt goed moet letten op wat er eigenlijk achter zit, vage klachten duiden vaak juist op eenzaamheid – maar het lukt haar niet best om zich te concentreren. En ze moet haar moeder ook nog bellen, over Tamara….

‘Goed mevrouw Beets, komt u maar even hier naar de behandeltafel, dan ga ik uw buik…’ Maar dan komt Anneke de kamer binnengestormd: ‘Tamara is weg! Ik was even in de keuken en nu…’
Beide vrouwen – en ook mevrouw Beets – reppen zich naar het assistentenkamertje. Beer ligt hulpeloos op de grond met zijn stijve poten omhoog – het raam staat open… ‘Zat de grendel niet op het raam?’roept Pam nog – een overbodige vraag, inderdaad. Meteen rent ze naar buiten en achteromkijkend ziet ze achter het praktijkgebouw, over het terrein met huizen in aanbouw, iemand wegrennen met een kind in de armen. Zo snel over de omheining van bijna 2 meter heen klimmen gaat haar niet lukken, dat ziet ze wel, en dus rent ze meteen naar binnen om 112 te bellen.

Binnengekomen ziet ze dat Anneke daar al mee bezig is. Pam grist de telefoon uit haar handen en roept tegen de vrouw aan de andere kant: ‘Mijn dochtertje is gekidnapt, en ik heb de kidnapper gezien!’ Ze antwoordt snel op alle vragen die worden gesteld en geeft de telefoon dan terug aan Anneke. Die is intussen al bezig om mevrouw Beets en de andere patiënten met zachte hand naar buiten te bonjouren. Pam hoort haar dingen zeggen als ‘Noodgeval’ ‘Andere afspraak maken’ en ‘later terugkomen’.
Die taak laat Pam graag aan haar over. Ze loopt terug naar het kamertje, sluit het raam en vergrendelt het, en raapt Beer op van de grond. Er rammelt iets binnenin Beer.

Aflevering 5, door Joanna Schopman

Dat Geralds jaloezie zo ver zou gaan dat hij haar stalkt en bedreigt, had ze nooit kunnen denken.
Pam rijdt snel richting gemeentehuis, terwijl ze Gerrit uitlegt dat ze hem daar alleen kan afzetten, omdat er patiënten zitten te wachten.
Even later rijdt ze opgelucht verder. ‘Zo, met hem hoef ik gelukkig ook niet meer te praten.’ Tamara moet maar even mee naar de praktijk, ze zal haar tussen de middag naar haar moeder brengen, kan ze tevoren tenminste nog even bellen of dat haar gelegen komt.
Tamara zit intussen op de achterbank en klemt haar enorme knuffelbeer stevig tegen zich aan. Beer is lekker zacht en de tranen die steeds weer komen kan ze aan zijn vacht kwijt. Ze voelt zich miserabel. ‘Waarom maken ze toch steeds ruzie? Als pappa zo boos is en hard schreeuwt ben ik zó bang voor de enge man die hij dan is. Ik kruip dan achter de bank weg, als het kan samen met Beer. Stel je voor dat hij mama écht pijn doet! Mama is dan trouwens ook niet lief: ze praat heel hard en schel en zegt heel lelijke dingen tegen pappa. Als ze zo doen wil ik weg lopen en bij oma gaan wonen, die is tenminste altijd lief en schreeuwt nooit.’
Pam rijdt gejaagd verder. ‘Tamara, ik neem je mee naar de praktijk en bel oma of je een paar dagen bij haar kunt logeren, dit is allemaal veel te naar voor je.’ Tamara knikt. Haar ogen staan weer vol tranen, ze veegt ze af aan Beer.
Bij de praktijk aangekomen trekt haar moeder haar gehaast mee naar binnen en racet meteen door naar haar kamer. Ze knikt naar Anneke, dat die een patiënt naar binnen kan roepen. Anneke heeft inmiddels Tamara al aan de hand genomen, ze roept de eerste patiënt op en neemt het meisje dan mee naar de assistentenruimte. Daar liggen kinderboeken en speeltjes, want het is niet de eerste keer dat Tamara mee hierheen komt.
Dan, op luchtige toon tegen Tamara: ‘Schatje, wil je een lekkere beker chocolademelk? Zoek jij maar iets leuks uit om te spelen terwijl ik de melk warm maak. Wil Beer hier in deze stoel zitten, wat denk je?’
Anneke aait Tamara over haar bol en met een knipoog naar Tamara geeft ze een kusmondje richting Beer.

Aflevering 4, door Irene Gret

‘Daarna heb ik alle tijd en kan ik met je meerijden naar je huis als je dat wil. Dan kun je alles vertellen en overleggen we hoe ik jullie kan helpen.’

Al rijdend realiseert Pam zich dat ze helemaal niet zit te wachten op de hulp van Gerrit. Hij mag dan wel kampioen worstelen zijn, maar dat lost vast helemaal niets op. Waarschijnlijk zal hij alleen maar olie op het vuur gooien. Eigenlijk heeft ze hem al te veel verteld en thuis wil ze hem absoluut niet ontvangen. Ze zal het hem vertellen en hem afzetten bij het Sociaal Plein. Daarna zal ze direct doorrijden naar haar moeder. Tamara kan altijd bij oma terecht voor een paar nachtjes. Pam heeft dan de tijd om voor de zoveelste keer naar de politie te gaan en aangifte te doen.

Ze kan dit er allemaal echt niet bij hebben. Door het coronavirus is de wachtkamer van haar praktijk nooit meer vol, maar er zijn wel veel mensen die een afspraak hebben. Ze belt de assistente dat ze later komt en  zucht. Wat heeft ze toch een puinhoop van haar leven gemaakt. Het was haar droom geweest om mensenlevens te redden. Haar moeder, een sterke vrouw die al twintig jaar weduwe is, heeft haar altijd ondersteund. ‘Je moet voor jezelf kunnen zorgen’, was haar devies. Pams studie medicijnen is vlekkeloos verlopen. Het waren fantastische jaren van hard studeren en veel vriendjes. Uiteindelijk ontmoette ze Gerald, die gek op haar is maar waanzinnig jaloers.

Dankzij hem heeft zij zich in deze huisartsenpraktijk kunnen inkopen. ‘Geld zat’, zei hij altijd, maar dat ze ook mannen in haar praktijk behandelt, daar kon hij niet mee omgaan. Ze moest van hem stoppen met haar werk en thuisblijven om voor hun driejarig dochtertje Tamara te zorgen. Maar Pam ziet haar toekomst anders en hun verhouding is op de klippen gelopen. Ze wil hard werken om haar schulden af te lossen en carrière te maken. Dat Geralds jaloezie zo ver zou gaan dat hij haar stalkt en bedreigt had ze nooit kunnen denken. 

Aflevering 3, door Terry Porcelijn

‘Ik ga met je mee, ik kan je helpen: ik ben kampioen worstelen in mijn klasse. Laat die ex van jou maar komen!’
‘Nou nee, dat is heel aardig van je,’ zegt Pam, ‘maar je kunt je er beter niet mee bemoeien. Mijn ex is tot alles in staat en iedereen die mij helpt is zijn vijand. Maar ik wil nu echt naar mijn kind, dus loop maar even mee naar de auto, dat praat wat gemakkelijker. En dan kunnen we meteen zien of je goed kunt lopen.’

Pam helpt hem overeind van het muurtje en langzaam gaan ze richting auto. Gerrit ziet in de gauwigheid dat het geen goedkoop wagentje is.
‘Kijk eens,’ zegt Pam tegen haar dochter, ‘hier is de meneer die ons zo heeft laten schrikken. Gelukkig valt het allemaal reuze mee.’ Ze loopt naar de andere kant om het portier voor hem open te maken en hij schuift voorzichtig op de passagiersstoel. Dan draait hij zich om naar achteren om het meisje, dat hem met grote ogen aankijkt, te begroeten.
‘Hallo,’ zegt hij, ‘ben je al een beetje bekomen van de schrik? Maar goed dat je moeder zulke goede remmen heeft zeg. Hoe heet je? Ik ben Gerrit. Ik heb een dochtertje van jouw leeftijd.’
‘Ik heet Tamara,’ zegt het meisje zacht, terwijl ze een gigantische knuffelbeer stijf tegen zich aandrukt.

Zodra Pam wegrijdt herinnert Gerrit zich ineens de afspraak die hij heeft bij het Sociaal Plein.
‘O jee, ik vergeet helemaal dat ik over een kwartier bij het gemeentehuis moet zijn. Zou je me daar alsjeblieft even naartoe kunnen rijden, het zal niet lang duren. Daarna heb ik alle tijd en kan ik met je meerijden naar je huis als je dat wil. Dan kun je me alles vertellen en overleggen we hoe ik jullie kan helpen.’

Aflevering 2, door Bea Rigter

In de verte hoort hij iemand vreselijk gillen. Het wordt zwart voor zijn ogen…
‘Gaat het meneer, hallo, gaat het meneer?’
Ver weg hoort hij een vrouwenstem, hij probeert overeind te komen.
‘Blijft u  liggen, ik wil u even onderzoeken. Hoe heet u, hoe is uw naam?’
‘Wat is er gebeurd?’
‘Ik zag u beven en toen viel u op de straat, ik zat achter het stuur en kon nog net op tijd remmen. Maar wie bent u?’
‘Ik.. ik … ik ben Gerrit, Gerrit den Blaker’.
‘Dat is mooi, u kunt uw naam nog zeggen. Heeft u pijn? Kunt u uw arm optillen? Ik kijk even naar uw ogen, wilt u die heen en weer bewegen? O, dat ziet er goed uit. Ik zal u helpen met opstaan.’

Gerrit staat langzaam op en ziet nu pas de vrouw. Een jonge vrouw – en hij herkent de kleur van haar ogen. Dezelfde  als zijn dochter Mireille, die nu in  Zwitserland zit.
‘Waarom reed je zo hard? Ik schrok verschrikkelijk.’
‘Sorry Gerrit, het is een lang verhaal, maar mijn vriend, nou ja mijn ex, probeerde mijn auto in de fik te steken en ik moest vluchten. Hoorde u ook dat gegil? Dat is mijn dochtertje van acht, ik moet terug … ik durf niet … hij zal me in de fik steken..’

‘Het kan dus allemaal nog veel erger,’mompelt Gerrit en hij gaat op een stenen muurtje zitten.
‘Hoezo Gerrit?’
‘Ik vind je erg aardig en je hebt dezelfde kleur ogen als mijn dochter – groen  en blauwig. Hoe heet jij?’
‘Ik ben Pam, maar ik moet nu echt gaan, mijn dochter…’
‘Ik ga met je mee, ik kan je helpen: ik ben kampioen worstelen in mijn klasse. Laat die ex van jou maar komen!’

Aflevering 1, door Henja Kronenburg

Chagrijnig kijkt hij door het smoezelige raampje naar het troosteloze weer. Alles is grijs. Precies zoals hij zich voelt op de eerste dag van zijn nieuwe leven. Hier zit hij dan in een derderangs hotelletje. Wat een treurigheid. Hoe heeft het allemaal zo mis kunnen gaan. Zaak, gezin, huis, alles is hij kwijt. Zij moest zo nodig verliefd worden op die vent en vertrok toen met de kinderen.
Maar: ze deed wel de administratie van zijn bedrijfje. Dat redde hij niet zelf en de drank hielp ook niet erg mee om helder te blijven denken. Gelukkig is hij daar vanaf, geen druppel meer. Maar hij moest wel zijn huis verkopen om haar deel uit te kunnen betalen. Ze woont nu in het buitenland. Dus de kinderen ziet hij niet meer.
Hij wilde een huisje of flatje huren, maar voor de vrije sector had hij te weinig inkomen en voor de sociale huur te veel spaargeld. Dan val je tussen de wal en het schip. Dus maar zuinig aan doen en zolang in deze gribus wonen. Straks heeft hij een afspraak bij het Sociaal Plein, misschien weten ze daar een oplossing om uit deze situatie te komen. En ja, dan nog een baan zien te vinden. Hopeloze zaak, hij loopt tegen de zestig. Kansloos toch?

Hij kijkt op zijn Rolex; tja, het is wel vroeg, maar hij gaat toch maar vast richting het station. Spullen heeft hij nog wel. Zijn kleren zijn vlot en van zeer goede kwaliteit. Daar kan hij voorlopig wel mee voort.
Diep in zijn kraag gedoken tegen de beginnende regen slentert hij richting de stoplichten. Opeens komt er een auto met brullende motor, gierende banden en piepende remmen de hoek om denderen. Hij verstart, kan zich niet bewegen. In de verte hoort hij iemand vreselijk gillen.