Bizarre bloemen (en haiku)

Tips van Kees van Kooten voor het schrijven van Haiku

Kees van Kooten, 575 Haikoots, verschijnt donderdag bij uitgeverij De Harmonie, 208 blz., 19,90 euro.

De grootmeester helpt ons graag op weg met vijf tips.

1. Kijk rond en verwonder je

“De haiku is een mild gedicht dat zich verbaast over zijn omgeving en zich overal bij neerlegt. Loop daarom eens door je huis en bezie alles met nieuwe ogen. De vaas met bloemen, de lamp, de bank. Je kunt overal personen van maken. Zo’n vloerkleed: hoeveel mensen heeft dat al over zich heen voelen gaan? Stel je voor wat die voorwerpen zouden zeggen, als ze konden praten. Die fotocamera hier op tafel ligt nu te denken: ‘Wanneer opent Kees mij? Ik heb een ideetje voor een foto van de sneeuw.’ Wezens laten leven, in gedachten, dat gaat bij mij de hele dag door. Een los snoertje dat ergens werkloos hangt, een raam dat eigenlijk te klein is, een bril die afzakt.” En dan krijg je zoiets als dit

zo tegen vijven
begint de kurkentrekker
zachtjes te juichen

“Maak het niet te geforceerd, het moet wel ergens op slaan. Als je binnenshuis honderd van dit soort haiku’s hebt gemaakt, probeer datzelfde dan ook eens buiten. Gewoon goed rondkijken, niet de hele tijd op je aaifoon zitten.”

2. Mik op herkenning

“Het draait bij de haiku om herkenning. Neem die haikoot over het paard van de melkboer dat vroeger nauw­keurig de huisnummers wist. Die maak ik omdat mijn generatiegenoten dan denken: ja, zo wás het. Het geeft meteen een beeld van het tempo van die tijd, van zo’n paard dat uit zichzelf steeds één huis opschoof. Of neem die haikoot over dat verliefde stelletje: híj wijst een gezicht in de wolken aan, en zíj liegt uit liefde dat ze het herkent. Je moet wel in jezelf durven graven. Daar ligt het meeste materiaal.” Dit bijvoorbeeld:

snel repeteert hij
de opstelling van Ajax
want zijn kleinzoon komt

3. Elk onderwerp mag, maar kijk uit met tragiek

Van oorsprong gaan haiku’s over de relatie tussen de mens en de natuur. Van Kooten trekt het breder. Hij becommentarieert alle hoeken en gaten van de samenleving, van voetbal tot bejaarde fietsers. Zijn favoriete onderwerp: poezen. “Met honden kan ik minder. Die zijn te open, te lief, te aanhankelijk; ze hebben geen geheim.”

Ook zwaardere onderwerpen, zoals veroudering, de dood van vrienden en zelfs euthanasie laat hij voorbijkomen, mét een kwinkslag:

euthentenasie
dit kan wel even duren
iedereen akkoord?

“Maak het niet te tragisch”, adviseert hij. “Toen mijn vader doodging, had mijn moeder daar veel moeite mee. Ze ging lange gedichten schrijven, maar kwam daar soms niet goed uit. Toen heb ik haar aangeraden om haiku’s te maken. Ze vond het fantastisch. Dat strakke keurslijf werkte heel goed; je gaat er helder door formuleren. Mijn moeder schreef haiku’s over alles wat ze in de tuin zag. We hebben er in eigen beheer een boekje van uitgegeven: ‘Waarlangs streek de wind’.” Daarin staat ook deze haiku, een soort allegorie van de hoge ouderdom:

uitgevallen roos
siert nog even de paden
met een feesttapijt

“Het boekje van mijn moeder is opgenomen in het Haiku Museum in Tokio, onder de A van Annie van Kooten-Snaauw. Natuurlijk, het zou geweldig zijn, als mijn bundel daar ook kwam te liggen.”

4. Dat kan korter: snoeien en stoeien met taal

Als Van Kooten zijn haikoots schrijft, telt hij de lettergrepen voortdurend op zijn vingers mee: vijf-zeven-vijf. “Ik heb het in de trein ook al twee keer iemand zien doen. Die zit een haiku te maken, weet ik dan. Vingertellen is het geheime teken van het haiku-verbond. Je kunt een haiku trouwens best grof beginnen met langere zinnen. Daarna ga je snoeien. Een tip: speel met werkwoordstijden. Wissel van verleden naar toekomende tijd, kies een gebiedende wijs of laat het werkwoord weg. Dan past het soms ineens.”

Of: bedenk een nieuw woord dat in één klap veel oproept, zoals ‘euthentenasie’. In de bundel munt Van Kooten ook ‘senielioren’. “Zo worden wij ouderen bekeken”, zegt hij, “dus dat woord klopt helemaal. Dat geldt ook voor ‘showmofiel’, een kokette tv-homo à la Martien Meiland. Tja, woordspelingen, ik kan het niet laten. Wim en ik hadden vaak ook eerst een bijzonder woord nodig: tegenpartij, doemdenken, oudere jongere… Hadden we dat eenmaal gevonden, dan volgde de rest vanzelf.

“Je kunt een woord ook op een onverwachte manier gebruiken. Bijvoorbeeld ‘aanzetten’: ‘Ik aai de poes, zo zet ik hem aan’. Het is zo lekker om te stoeien met dat rijke Nederlands. Je komt op woorden die je anders nooit zou gebruiken. Ik heb vaak ‘Het juiste woord’ bij de hand, die dikke pil. Ik schrijf daar nou wel ‘argwaan’, maar is er niets beters? Je verzinkt in de taal. En dan de voldoening, als je na zes wijzigingen denkt: zo kan het niet beter!”

5. Kantel perspectieven

“Over de Fuji-berg bestaat een geweldige Japanse haiku. Samengevat zoiets als: ‘een prachtige reis gehad, want de Fuji reisde wel drie dagen met ons mee’. Geniaal vind ik dat, zo’n kosmische omkering, want je ziet die berg echt dagenlang als je er voorbijtrekt, zo groot is hij. Het gekantelde perspectief op de werkelijkheid. Ik heb zoiets ook gedaan in deze haikoot:

de hond kijkt hem aan
als de baas zit te poepen
maar nooit omgekeerd

Die klopt ook. Want baasjes kijken altijd omhoog zolang hun hond poept. Dat kent iedereen.

“Zulke kantelingen kunnen je ook persoonlijk overkómen. Het gebeurde mijn vrouw Barbara en mij vorige week. We hadden onze kleindochter Puck – vier jaar oud – te logeren, de dochter van Kasper en Lisa. Heel gezellig. Maar ’s ochtends op bed keek ze ons ineens lichtelijk bezorgd aan. Ze vroeg: ‘Emie en Epie, hebben jullie eigenlijk kinderen?’ Heel ontroerend, en verschikkelijk leuk. Dat wordt er een, dat weet ik zeker.”

Haiku voor 10 maart

Het takje te licht.
de vogel te zwaar uitstel
voor de rode bes.

LT

Haiku voor 7 maart

Bij zonsopgang rolt
de zon zijn gouden loper
uit tot aan de kust.
LT