Het Corinna Verhaal

Drie maal per week schrijft een lid van Senver een nieuw hoofdstuk (ongeveer 350 woorden) van het Corinna verhaal.

Op deze pagina lees je steeds het nieuwste hoofdstuk, het hele verhaal staat op de Corinna pagina.

Feuilleton, aflevering 29 en slot

Door Henja Kronenburg

Als een bang vogeltje zit Corinna in de luxe wachtkamer van de notaris. Ze verdwijnt bijna in de grote fauteuil. Ongerust kijkt Sjoerd haar aan. ‘Het komt wel goed, oma. Je hoeft je echt geen zorgen te maken.’ Zachtjes streelt hij haar hand en slaat een arm om haar heen.

‘Ik maak me ook geen zorgen, ik ben alleen zo in de war. Eerst die corona en de lockdown. Alles stopte. Geen muzieklezing van Claire, ons seniorencafé in de Jonge Haan – en dat heet nu ook nog eens anders; het filmtheater, de wandeltochten, poëzie- en kunst lezingen, we kunnen er niet meer naar toe. Of op afstand, wat echt ongezellig is. Gelukkig kwam er wel de Oppepper-nieuwsbrief. Daar geniet ik erg van, maar nog steeds in mijn eentje. Ik wil mijn Senver-vrienden weer ontmoeten!
En tegelijkertijd komt dan Annie met al haar gedoe. Haar hele leven strooit ze ellende om zich heen. Zucht. En toch houd ik van haar, ze is, oh nee, ze was mijn enige zusje. Ik ben zo verdrietig dat juist zij dat vreselijke virus moest krijgen toen ze in voorarrest zat. En dat ik geen afscheid van haar heb kunnen nemen. Misschien was ze wel helemaal niet schuldig. Er is toch niks bewezen?
En dan dat afschuwelijke artikel in de krant, dat ik volgens Hilletje ook wel niet zal deugen.’ Corinna snikt zachtjes in haar zakdoek.

‘Oma, niet alles wat in de krant staat is waar, je weet niet zeker of Hilletje dat gezegd heeft.’
‘Jawel, ze zei tegen mij: “waar rook is, is ook vuur”, en ze wil de plantjes niet meer water geven als ik weg ben – en ze zegt me al maanden niet meer gedag.’
‘Die ene sanseveria,’ lacht Sjoerd. ‘Nou ja, maar toch,’ schokschoudert Corinna.

‘Mevrouw Van de Veer-Dam, wilt u verder komen?’ De notaris houdt uitnodigend de deur voor Corinna open. Angstig kijkt ze achterom, ‘Mag Sjoerd ook mee?’ De notaris knikt en alle drie nemen ze plaats aan de vergadertafel in het kantoor.
‘Mevrouw Van de Veer, uw zuster mevrouw Ziengs-Dam heeft al haar bezittingen aan u nagelaten. Door de ingewikkelde situatie waarin uw zuster en haar man overleden zijn heeft het enige tijd geduurd voor een en ander juridisch uitgezocht en goed bevonden is. De bezittingen van uw zuster staan volledig op haar naam en zijn niet in verband gebracht met criminele activiteiten. De betreffende bankrekening is bekend bij de belasting en er is altijd aan alle verplichtingen voldaan. Dat betekent dat, na aftrek van de successierechten u over het huis is Assen en de betreffende bankrekening kunt beschikken. Het lijkt mij verstandig dat u een accountant in de arm neemt die de zaken voor u kan beheren.’
‘Hoezo? Is dat nodig dan?’ vraagt Sjoerd. ‘Dat denk ik wel, het is een fors bedrag, er zijn allerlei beleggingen en dat huis is een kapitale villa, die levert ook een leuk sommetje op. Glaasje water?’ vraagt de notaris.

5 jaar later.
Met een zucht van genoegen pakt Corinna haar glas sap en staart dromerig voor zich uit. De kinderen spelen vrolijk in de speeltuin. Wat is ze gelukkig in dit dorpje in Columbia. Ze heeft nog wel een klein appartement in Hilversum, maar de meeste tijd brengt ze door in het kinderdorp dat ze met zoveel succes opgericht heeft in het armste gedeelte van Colombia. Samen met haar dochter, Sjoerd en een massa vrijwilligers in Nederland en Colombia. Het huis, de school, het mini- hospitaaltje, het ziet er allemaal fantastisch uit. Ze heeft nooit geloofd dat haar erfenis geen crimineel geld was, maar nu er zoveel goeds van gekomen is, speelt dat geen enkele rol meer.
Corinna pinkt een traantje weg, wat is ze toch gelukkig met al die lieve mensen om zich heen.