Kerstverhalen 2020

Een verhaal over Kerstmis in 1940, Bob Mager

Ook toen moest je voorzichtig zijn met wie je in huis haalde, waren het stille straten i.v.m. de avondklok en kon je niet zomaar bij iemand op bezoek komen.
Gelukkig hebben we nu wel genoeg te eten en kunnen we ongehinderd naar de radio luisteren.
We kunnen elkaar bellen, appen en schrijven zonder censuur.
Nu spreekt onze koning die we kunnen zien op tv, toen was het stiekem luisteren naar  Wilhelmina vanuit het verre Engeland. En om deze vijand van nu te verslaan, hebben wij de mogelijkheid zelf in de hand.
Onze wapens zijn een mondkapje en afstand. Toen waren het geweren. Nu hebben we een spuit.  
Lees meer over dat eerste oorlogsjaar
Fijne Kerst en een gezonder 2021 Bob Mager  

Kerst, 56 jaar geleden in Nairobi

Vandaag 23 december is ook de verjaardag van onze oudste dochter. Zij is 56 jaar geleden in het Mater Miserecordia hospitaal in Nairobi geboren, een katholiek missieziekenhuis. Mijn man had tijdlevens een hospitaalfobie en daarom heeft onze goede vriend Monseigneur De Reeper, toen bisschop voor de Masai, mij in het ziekenhuis afgeleverd met de woorden: This is my ladyfriend Helga. She is going to have a baby and I want you to give her special treatment. De geschokte gezichten van de brave Ierse nonnetjes zal ik nooit vergeten. Ik werd wel in de watten gelegd toen mijn man toch kwam om zijn dochter te begroeten.
Met vriendelijke groet, Helga Elzinga

Een jongensalt, kerstmis 1950, van Qruun Schram

Het is december 1950. Het jongenskoor van de Laurentiusparochie in Heemskerk studeert al maanden op de Missa Brevis van de Italiaanse componist Palestrina en op een van de kerstoratoria van Johan Sebastiaan Bach. In de kerstnacht zal het weer prachtig worden. Ik zit met twintig jongens in de alt sectie van het koor en na een laatste aparte repetitie worden we op woensdagavond in de gymnastiekzaal van de Meisjesschool verwacht om samen met de vijfentwintig sopranen en het complete mannenkoor voor de eerste keer de grote composities door te nemen. De samenzang van een geweldig mannenkoor en ons stralende jongensensemble klinkt prachtig. Er moeten nog een paar scherpe kantjes gevijld worden, maar over veertien dagen zal het perfect zijn. Dat blijkt wel tijdens de volgende repetitie die op het koor van onze enorme kerk wordt gehouden; we zijn ontroerd door de muziek die we zelf maken.

Na de repetitie moet ik nog even nablijven; samen met Steef, een jongen met een stralende sopraanstem, zal ik in de kerstnacht een duet zingen: “Toen God in Bethlehem als kind geboren was.” Twee Engeltjes met een B ervoor, maar met Kerstmis telt dat niet. Het klinkt hemels.  

Het is 25 december. De Kerstnachtmis begint om drie uur. Al voor half drie staan er honderden parochianen ongeduldig in de vrieskou voor de gesloten deuren van de kerk te wachten op het moment dat de koster deze opent. Om klokslag drie uur is het schitterend versierde interieur van de kerk tot de laatste van de twaalfhonderd plaatsen gevuld. Er staan zelfs nog tientallen laatkomers achterin voor een plechtigheid die minimaal twee uur gaat duren. Het is een sfeervolle, luisterrijke viering. De uitvoering van de vierstemmige Palestrina-mis verloopt vlekkeloos. Na de Hoogmis met drie Heren, waarin een korte maar feestelijke predikatie van de pastoor, volgen nog twee zogenaamde stille missen. Daarin wordt de communie uitgereikt en voert ons koor de ingestudeerde koorwerken uit. Het Oratorium is indrukwekkend en de organist is in topvorm. Als iedereen na de communie weer op zijn plaats zit zingen Steef en ik ons duet van drie coupletten. De kerk is muisstil, we zingen smetteloos. We voelen ons even twee engeltjes.
Als de derde mis is afgelopen gaat de organist volledig los: met alle registers van zijn instrument open zet hij “De Herdertjes lagen bij nachte” in. Twaalfhonderd blije Heemskerkers zingen uit volle borst mee. Men kijkt vriendelijk naar zijn buur en wenst hem of haar “Zalig Kerstfeest”. Daarna stommelt eenieder de vrieskou in, op weg naar de warme kachel. 

Ons koor echter nog niet. We hebben een grote parochie: om half zes is er is nog zo’n plechtigheid! We worden in de Gymzaal van de school opgewacht door de zusters van het tegenoverliggende klooster. Er is warme chocolademelk en kerstbrood. We voelen ons verwend en na een half uur zijn we weer in bloedvorm voor de volgende viering. Deze verloopt precies hetzelfde. Er wordt weer prachtig gezongen,meer ontspannen en daardoor misschien wel beter dan de eerste keer,maar de magie is minder. De boog is niet zo gespannen. Als het “Zalig Kerstfeest ”om half acht opnieuw rond gaat, ben ik moe maar gelukkig. Thuis wachten mijn ouders. Zij waren om beurten in de kerk, want mijn broertje en zusje zijn nog maar bijna drie en één jaar en ze worden niet alleen gelaten. De tafel is feestelijk gedekt en de kaarsjes bij de stal branden. Straks gaan we bij de buren  om de kerstboom te bekijken. Zij komen later ons stalletje bekijken. Voorlopig zijn ze nog niet thuis, want in de Protestante Kerk beginnen ze pas om tien uur met de dienst.                                                                                                                   
Heemskerk, Kerstmis 1950. De wereld van mijn jeugd.

Thuis, van Ellen Sterkenburg

‘Thuis , dat is een schone onderbroek’….zo begint een oud liedje.

Dinsdagavond j.l. Naomi aan de lijn. “Mam, dit is een noodtelefoontje”. Mijn hart slaat over. “Vertel”, zeg ik. “Mam, ik heb het de hele dag geprobeerd, maar door de lockdown kan ik nergens kinderopvang regelen en Jos (werkt in de schuldsanering, nog niet vastgesteld of dit een vitaal beroep is) en ik ( zij is huisarts) moeten echt werken morgen”. Ik haal verlicht adem. Die nood is immers wel te ledigen. “Komt goed”, zeg ik, “Louis en ik regelen wel wat onderling”. Ik heb ’s morgens 2 cliënten , Louis heeft ’s middags een belangrijk gesprek. Dat komt goed uit. Louis haalt ze uit Utrecht, ik kom tussen de afspraken door af en toe naar beneden en zie dat ze alles al gevonden hebben. Garages , houten spoorlijnkoffer, boeken, het is een gezellige bende en Louis zit zelfs rustig de krant te lezen. De kinderen voelen zich helemaal thuis. ’s Middags worden de rollen omgedraaid. Louis weg, ik lekker even naar buiten met de hond, naar het speeltuintje achter het huis. Ballen mee en samen met de buurtkinderen die er zat zijn nu alles vrij is, de energie eruit glijden, wippen en voetballen. Na het eten, lekker op de bank, naast oma, filmpjes kijken, terwijl opa de bende wat ordent. Naomi komt binnen na een dag hard werken, bleek en bibberig. Nee, ze heeft geen onderbroek nodig , wel een voedsame bak quinoasoep, die ik nog over heb. Thuis is ze en ze komt helemaal bij.

Olaf laat zien dat hij vandaag al bijna heeft leren klokkijken en Izar laat de legocreatie zien, met propellers en lichtjes. Straks gaan zij alles aan papa vertellen. Thuis, in Utrecht.

Thuis, dat was er niet toen Jezus geboren werd. Zijn thuis liet hij ginds achter. Dat vieren we weer over een paar dagen. 33 jaar zou Hij nergens echt thuis zijn, met alle gevolgen van dien. Totdat Hij ook weer thuis komt, eindelijk, na een hoop gedoe, om het mild te zeggen. Thuis, dat ben ik nu. Deze kerst zal ons thuis bijna leeg zijn. Geen kinderen of kleinkinderen of andere familieleden of “ontheemden” zoals anders. Even wennen, dat wel. En toch: ik heb een thuis gehad vroeger en nu, samen met Louis, ben ik thuis en ze weten ons te vinden, onze zelfstandige kinderen als de nood hoog is, ja als er meer nodig is dan een schone onderbroek. Dat stemt dankbaar.

En deze week vier ik ook dat er, als ik dit huis hier ga verlaten,  een nieuw thuis op mij wacht. Voor altijd. Ik weet nu dat in de rust van het niets hoeven plannen vanwege die lege kersttafel, dit me nog meer zal raken. Ja, feest van binnen.

Ik zoek de tekst van Elly en Rikkert nog even op. Hier komt ie.

Thuis
Dat is een schone onderbroek
Of lezen in een spannend boek
Een grote pan met erwtensoep
Op het fornuis
Thuis
Een plek waar iedereen je kent
Daar mag je wezen wie je bent
Dat is thuis

Thuis is meer dan een huis
Zoveel meer dan een huis
Het is thuis
Het is thuis

Thuis
In Amsterdam of Appelscha
Daar staat de warme chocola
Daar woont je eigen cavia
Je konijn of je muis
Thuis
Dat is waar iemand van je houdt
Daar is het veilig en vertrouwd
Dat is thuis

Thuis is meer dan een huis…

Thuis
Dat is de plek die God je geeft
Wanneer je dicht bij Jezus leeft
Die zich voor jou gegeven heeft
Aan het kruis
Dat is thuis
Thuis
Is schuilen in de armen van
De heer die jou verwarmen kan
Dat is thuis

Thuis is meer dan een huis…