Makkelijke moestuin (2026)

In deze rubriek geeft Ruud de Jong Hints en Tips over het houden van een moestuin in je eigen tuin of op je eigen balkon, lekker dicht bij huis. Gebaseerd op het principe van Makkelijke Moestuin, een soort Ikea onder de moestuinen.


Makkelijke en moeilijke plantjes (Oppepper 19 april)

Zoals iedereen weet die weleens iets gedaan heeft met groenten en fruit opkweken: er zijn makkelijke plantjes, en er zijn moeilijkere plantjes. Het verschil is dat je bij de moeilijkere plantjes het beginproces goed moet begeleiden. Binnen opkweken, niet te warm, niet te koud, niet te nat maar ook niet te droog. Op tijd in een grotere pot plaatsen. Het is op zich niet extreem moeilijk, maar je moet wel op al deze aspecten letten. Gelukkig begeleidt de makkelijke moestuin app je hierbij.

Maar als je net begint met een moestuin is dat waarschijnlijk toch net wat te lastig. Het is naar mijn mening beter om eerst wat gevoel te krijgen over hoe plantjes groeien. Dan kan je beter makkelijke groenten nemen. Van die zaadjes die je in de grond stopt, en waar je verder nauwelijks omkijken naar hebt. En waar je toch verrassend lekker van kunt eten.

Ik denk dan aan bijvoorbeeld radijsjes, rucola en spinazie. Maar ook zeker snijbiet (die kan het hele jaar blijven staan), peultjes en sugarsnaps, en diverse slasoorten (Figuur 1). En ja, soms komen die zaadjes niet uit, of worden de plantjes opgegeten door slakken of vogels. Dat gebeurt elke tuinierder wel een keer. Maar mijn advies is om met deze makkelijke plantjes een paar keer de routine te doorlopen van zaaien, vochtig houden, ze zien opkomen, eventueel uitdunnen, en verder laten groeien tot je kunt oogsten.

Als je dat een paar keer ervaren hebt is het makkelijke om de stap naar moeilijkere plantjes, zoals tomaten, courgettes, komkommer te maken. Die plantjes zaai je binnen voor, op de vensterbank of een andere warme, lichte plek. Voor mij is hierbij de grote uitdaging altijd om te zorgen dat de grond niet te nat, maar zeker ook niet te droog is. En als de plantjes opkomen wil je natuurlijk voorkomen dat ze scheef groeien. Daarom draai de potjes elke dag een kwart slag, Dat stadium heb ik nu bereikt met mijn tomaatjes, hoewel een soort niet echt wil opkomen (Figuur 2). Dat kan gebeuren.

Figuur 1: Radijsjes (boven) en peultjes (onder)
Figuur 2: Tomatenplantjes op de vensterbank

Over een paar weken gaan de tomatenplantjes in een grotere pot, en vanaf half mei mogen ze naar buiten. Maar dat duurt nog even.

En de echt moeilijke planten, zoals pepers, paprika of aubergine, probeer ik niet eens meer zelf te kweken. Die koop ik liefst in het tuincentrum en laat ze dan bij mij in een van de bakken verder groeien. Maar eerst moeten ze binnenblijven tot er zeker geen kans meer is op nachtvorst (Figuur 3).

Figuur 3: Pepers en paprika’s

Oude en nieuwe planten

Ik had al eerder geschreven dat ik de palmkool van vorig jaar nog even liet staan omdat de bloemetjes veel bestuivende insecten aantrekken. Ondertussen is hij bijna uitgebloeid, maar er komt in een andere bak al nieuwe palmkool naar boven.

Figuur 4: Oude palmkool (rechts) en nieuwe in wording (links)

Mijn oude aardbeienplantjes waren na drie jaar aan het eind van hun levensduur. Ik heb ze daarom uit hun bakken gehaald en weggegooid. Eerst dacht ik nog de aarde te kunnen hergebruiken, maar daar zaten zoveel kleine witte larfjes in dat ik het risico op wortelvraat niet wilde nemen. Die aarde heb ik dus ook weggegooid. Nu staan er nieuwe aardbeiplantjes, in nieuwe aarde, te wachten op de komende zomer (Figuur 5).

Figuur 5: Nieuwe aardbeiplantjes

Tenslotte de rabarber. Die staat bij mij in de volle grond. Hij sterft elk jaar in de winter bovengronds af, en in het voorjaar komt hij weer terug. Hij is nu zover dat ik al bijna wat stengels kan oogsten.

Figuur 6: Rabarber

Moestuinieren thuis (Oppepper 5 april 2026)

De afgelopen weken is het even heerlijk warm geweest. Prima weer om, zoals ik de vorige keer al aankondigde, mijn oudste tafelbak te demonteren en te vervangen door een exemplaar van bamboe met waterreservoirs. Dat was best wel een klus. Eerst moest ik de aarde uit de oude bak halen (Figuur 1). Ik heb tegelijk ook maar de aarde uit alle andere lege bakken er bij gegooid, en alles goed gemengd (Figuur 2). Dat heeft hetzelfde doel als het omspitten van de tuin wanneer je in de volle grond tuiniert: zorgen dat alle voedingsstoffen weer goed verdeeld zijn.

Figuur 1: Aarde uit de bak halen
Figuur 2: De aarde uit de bakken (nog niet alles)

Het hout van de oude tafelbak was op sommige plekken al behoorlijk aangetast (Figuur 3). Hij zou het waarschijnlijk nog wel een jaar of twee hebben uitgehouden, maar omdat ik hier toch een bak met waterreservoirs wilde hebben vond ik dit een goede gelegenheid om hem te vervangen. Het oude hout (Figuur 4) gaat hergebruikt worden voor standaarden om de kleine growbags wat hoger van de grond te houden.

Figuur 3: Het hout is hier en daar flink aangetast
Figuur 4: De oude bak gedemonteerd

Daarna was het een kwestie van de nieuwe bak monteren, uitlijnen (dat was nog het lastigst), slakkenschrikdraad monteren, waterreservoirs er in plaatsen en vullen met aarde (Figuur 5).

Figuur 5: Het opbouwen van de nieuwe bak

Waterreservoirs

In een vorig seizoen heb ik al eerder wat verteld over waterreservoirs. Een geniaal systeem naar mijn mening. Dat zijn kunststof bakken (LLDPE om precies te zijn) waar zo’n 15 liter water in kan. Door middel van nylon lonten wordt het water uit de bakken omhoog gezogen. Het antiworteldoek laat het water gewoon door, en dus wordt de aarde van onder af vochtig gehouden (Figuur 6). Maar niet kletsnat, want aan de bovenrand van de waterreservoirs zitten overloopopeningen. Er blijft dus altijd een laagje lucht tussen de aarde en het water. En dat is essentieel voor een goede wortelgroei, want wortels moeten ook kunnen ademen.

De waterbakken zijn niet goedkoop, maar voor mij was het de investering waard omdat ik me nu geen zorgen meer hoef te maken over te veel of te weinig water. Als het droog weer is vul ik een keer per week of twee weken de waterreservoirs bij. Als het regenachtig weer is hoeft dat niet, dan regelt het systeem dat zelf, omdat een teveel aan water door de aarde heen zakt en zo in het waterreservoir terecht komt. Alleen als het heel heet is droogt de bovenste laag van de aarde wat uit, die moet dan wel extra water krijgen.

Voor een klein moestuintje met maar een paar vakken is zo’n waterreservoir duidelijk overkill. Maar als je wat meer bakken hebt, en ook nog een paar weken op vakantie wilt, is zo’n systeem ideaal.

Figuur 6: Schema van de werking van een waterreservoir

Druk in de lente

De lente is sowieso een tijd dat er veel te doen is in de moestuin. Naast het opruimen en schoonmaken van de bakken, zoals ik vorige keer vertelde, is het natuurlijk ook de tijd om nieuwe plantjes te zaaien.

Een paar weken terug had ik radijsjes, spinazie, paksoi, peultjes en sugarsnaps in de grond gedaan. En ondanks de kou van de afgelopen dagen komen die goed op. De radijsjes heb ik een paar dagen geleden al uitgedund (Figuur 7), maar de overige plantjes komen ook al mooi op. Dat uitdunnen is nooit leuk, je gunt die dappere plantjes toch dat ze lekker kunnen doorgroeien. Maar als je dat niet doen hebben ze uiteindelijk te weinig ruimte. Voor de radijsjes zou dat betekenen dat je in plaats van één lekker sappige grote radijs twee of drie onvolgroeide exemplaren terugvindt. Het is dus even doorbijten, maar onvermijdelijk voor een goed resultaat.

Figuur 7: Het uitdunnen van de radijsjes

Ik heb intussen op de vensterbank in de huiskamer al weer de nodige potjes staan met tomaat, brocolli, spitskool en slasoorten. Genoeg te doen dus voorlopig.

Geen plek voor een moestuin

De vorige keer vertelde ik dat je voor een moestuin toch wel zo’n zes uur zon per dag nodig hebt. Als dat in jouw situatie nu gewoon niet kan, je hebt bijvoorbeeld alleen een balkon op het noorden, kan je dan helemaal niets? Nou, dat valt op zich wel mee. Je bent alleen wel beperkter in wat je kunt opkweken. Fruitplanten en zo zullen over het algemeen niet lukken. Maar met bladgroenten heb je meer mogelijkheden.

Als je minder dan twee uur zon per dag hebt, dan zijn planten als Chinese kool, munt en mosterd vaak nog wel mogelijk. Alleen moet je er wel rekening mee houden dat de planten lang en dun zullen worden, omdat ze naar licht zoeken. Om in zo’n situatie plezier te hebben van de groenten moet je vaak plukken en opnieuw inzaaien.

Heb je iets meer zonlicht, dan kun je ook snijbiet, spinazie en boerenkool proberen. En pluksla of rucola. De planten groeien weliswaar niet zo goed als wanneer ze meer zon hebben, maar je kunt er toch een behoorlijke oogst van halen.

En heb je nog meer zon (maar nog niet de aanbevolen zes uur) dan kun je eigenlijk alles wel zaaien. De oogst zal alleen wat minder uitbundig zijn dan wanneer je volop zon hebt. Maar soms, zeker bij planten als courgette, is dat eigenlijk gewoon een voordeel, omdat je er anders niet tegenop kunt eten.

En je kunt natuurlijk ook altijd nog binnen paddestoelen kweken, bijvoorbeeld oesterzwammen. Enkele maanden terug zag je in diverse supermarkten plastic tonnetjes te koop staan met daarin een zakje oesterzwammenbroed (zeg maar het zaad van de oesterzwam). Ik was tamelijk sceptisch, maar ik kreeg zo’n tonnetje cadeau dus ik ben er mee aan de slag gegaan. Je moet het broed vermengen met een laagje koffieprut. Er komen dan na een paar dagen witte schimmeldraden op. Vanaf dan is het een kwestie van steeds een nieuw laagje koffieprut er over verdelen, net zo lang tot het tonnetje vol zit. Daarna nog een paar weken wachten, en plotseling schieten de oesterzwammen door de daarvoor aanwezige openingen naar buiten (Figuur 8).

Figuur 8: Eigen kweek oesterzwammen

Moestuinieren thuis (Oppepper 22 maart 2026)

Het is 21 maart geweest, dus de astronomische lente is weer begonnen. Hoewel het tot een paar weken terug behoorlijk koud was beginnen de plantjes in mijn tuin nu weer lekker te groeien. Maar daarover straks meer.

Hoe het begon

Het is ondertussen al weer twee jaar geleden dat ik aan deze moestuinrubriek begon. En er zijn in de tussentijd vast wel lezers bij gekomen die de eerdere afleveringen (nog) niet gelezen hebben. Daarom lijkt het me goed om nog eens te vertellen waarom ik – nu alweer zo’n 6 jaar geleden – ben begonnen met moestuinbakken in mijn achtertuin. En hoe ik dat heb aangepakt.

In die tijd werkte ik nog, en vooral vanuit huis vanwege corona. Ik had daardoor alle tijd om in mijn pauzes even naar buiten te gaan om voor mijn plantjes te zorgen. In de jaren daarvoor had ik al wat geëxperimenteerd met zaadjes en potjes, met wisselend succes. Maar het opkweken van groente en fruit in eigen tuin, en dat later lekker eten vond ik toch wel heel leuk om te doen. Toen ontdekte ik de firma Makkelijke Moestuin, en vanaf dat moment kwam het moestuinieren bij mij in een stroomversnelling (Figuur 1).

Figuur 1: De eerste moestuinbak

Het leuke van op deze manier moestuinieren vind ik dat je er niet echt voor op pad hoeft. Als je een volkstuin hebt dan moet je toch altijd rekenen op reistijd, en als je een drukke agenda hebt moet je dat goed inplannen. Maar met wat moestuinbakken in de achtertuin (of op een terras of balkon) is het een kwestie van de deur uit stappen en je kunt beginnen. Dat maakt het heel simpel om eventjes 5 minuutjes wat onkruid te verwijderen, of even snel wat winterpostelein af te knippen voor op de lunchboterham.

Het concept

Het Makkelijke Moestuin concept werkt met vakken van 30 bij 30 cm. Formaat stoeptegel dus. Daar kun je bijvoorbeeld 16 radijsjes of wortels in kwijt, 9 spinazie- of rucolaplantjes, 4 paksoi of snijbiet, of 1 grotere plant zoals palmkool of broccoli.

Maar als je zoiets nog nooit gedaan hebt, hoe begin je dan? Mijn advies: begin klein. Dan kun je ervaren hoe het gaat. Als het bevalt en naar meer smaakt, dan kun je altijd uitbreiden. En als het niet bevalt is het een kleine investering geweest.

Het goede plekje

Het is in elk geval wel belangrijk dat je een goede plek hebt voor je moestuinbakken. Liefst met zes of meer uur zon per dag, want plantjes hebben licht nodig om te groeien. Een balkon dat de hele dag in de schaduw ligt is dus niet geschikt. Maar een plat dak boven op een uitbouw zou op zich heel goed kunnen als dat wel zonnig is.

Het grote dilemma is dat de plekken die goed geschikt zijn voor moestuinbakken ook vaak de plekken zijn waar je, zeker in het voor- en naseizoen, zelf graag wilt zitten om van mooi weer te genieten. Als je niet al te veel ruimte hebt is het even puzzelen hoe je dat moet organiseren. In zo’n geval zou je kunnen beginnen met een of meer “mini’s” (zachte kunststof zakken van 30 bij 30 cm) of iets groter een “airbak” van 60 bij 60 cm, vier vakken dus (Figuur 2). Die zijn klein genoeg om op een tafel te zetten, wat als bijkomend voordeel heeft dat je niet diep hoeft te bukken om bij de plantjes te komen. En zeker de mini’s zijn nog zo licht dat je ze zonder al te veel moeite even op een andere plek kunt neerzetten (Figuur 3).

Figuur 2: Makkelijke Moestuin mini en airbak
Figuur 3: Mini’s zijn makkelijk te verplaatsen

Wat zet je erin

Als je klein begint, wat kun je dan opkweken? Nou, verrassend veel. Vanwege het formaat van de vakken heb je nooit een overdaad aan groenten. Als de ene soort geoogst is kun je even wat nieuwe voeding in de grond werken en daarna een andere soort planten. Op die manier doe je automatisch aan wisselteelt. Zo kun je van één vak wel vier keer per jaar wat oogsten, afhankelijk natuurlijk wat je in zo’n vak zet. Zet je er een palmkool in dan heb je daar een heel jaar plezier van, tot in het volgend voorjaar. Maar radijsjes, rucola, spinazie en dergelijke zijn veel sneller oogstbaar.

Is het niet moeilijk

Een van de voordelen van het systeem van Makkelijke Moestuin is dat er een gratis app beschikbaar is. Daarin kun je aangeven wat voor bakken je hebt. De app begeleidt je vervolgens met advies over wat je wanneer kunt zaaien, en begeleidt je ook met het opkweken van de plantjes tot aan de laatste oogst toe.

Maar als je nu toch opziet tegen het zelf zaaien en opkweken van plantjes, dan kun je ook heel goed al opgekweekte plantjes in de vakken zetten. Van een tuincentrum, of zoals ik zelf ook vaak doe, van de groenteafdeling in de supermarkt. Koop daar één plantje bieslook, zet het in zo’n vak, en je hoeft de rest van je leven nooit meer bieslook te kopen. Basilicum (als het wat warmer is), koriander, peterselie, munt, allemaal heerlijke planten die je lang goed kunt houden in een moestuinbak.

De huidige situatie

Tot zover hoe het begon, en terug naar de situatie zoals die nu is. Vorig jaar had ik uien en knoflook in een van mijn grotere bakken gedaan. Die groeien goed, en daar hoef ik voorlopig eigenlijk niet naar om te kijken (Figuur 4).

Figuur 4: Uien en knoflook van de vorige herfst

De palmkool en de koriander (van de supermarkt!) die in een van de tafelbakken staan hebben de winterperiode ook goed overleefd. De palmkool gaat na de winterperiode bloeien, maar de bladeren zijn nog steeds eetbaar. Die laat ik dus nog even staan, ook omdat de bloemen veel nuttige insecten aantrekken (Figuur 5).

De bieslook is weer lekker uitgelopen, en het maggikruid was bovengronds afgestorven, maar komt nu weer op. De framboos, de braam en de wijnbes krijgen ook weer nieuwe uitlopers. En ik heb ook een paar planten in de volle grond staan, waaronder rabarber die ook weer mooi begint uit te lopen (Figuur 6).

Figuur 5: Palmkool (rechts) en koriander (links)
Figuur 6: Bieslook en rabarber

Maar voor de rest waren de bakken leeg. Dat wil zeggen, ze zaten vol met mos en onkruid. Die bakken heb ik afgelopen week opgeschoond, een klusje dat wel een paar uur duurde. Maar dat hoeft gelukkig eigenlijk maar één keer per jaar.

Ik ben al weer begonnen met plantjes zaaien. En ik ga mijn oudste, ruim 5 jaar oude tafelbak vervangen door een nieuw exemplaar van bamboe, want het douglashout waarvan de oude bak gemaakt is krijgt toch wat zwakke plekken. Hierover zal ik de volgende keer wat meer vertellen.


Naar de vorige seizoenen.