In deze rubriek geeft Ruud de Jong Hints en Tips over het houden van een moestuin in je eigen tuin of op je eigen balkon, lekker dicht bij huis. Gebaseerd op het principe van Makkelijke Moestuin, een soort Ikea onder de moestuinen.
Onweer, hagel en groeispurt (12 juli 2026)
Onweer en hagel
Net voordat de vorige aflevering van de moestuinrubriek verscheen was het opeens afgelopen met het extreem warme weer. Grote hagelstenen sloegen deuken in auto’s, en de wind rukte aan alles wat er in de tuin stond. Toch viel de uiteindelijke schade in de tuin erg mee. Zeker in vergelijking met de schade aan de auto☺. Er waren wat gaten geslagen in de bladeren van de spitskool en de snijbiet, en het komkommerkruid was geknakt (Figuur 1). Maar voor de rest was er eigenlijk geen noemenswaardige schade. Verbazingwekkend eigenlijk, als je bedenkt hoe teer sommige plantjes nog zijn.

geknakt komkommerkruid
Groeispurt
In de twee weken daarna namen de plantjes een ware groeispurt. We eten nu ongeveer dagelijks uit eigen tuin, en dan nog is er eigenlijk te veel om uit te kiezen. Maar vooral de zomergroenten doen het goed nu. Courgettes (Figuur 2) en snackkomkommer hebben we al flink geoogst. Van de rode sla kunnen we ook bijna niet genoeg eten, hij wordt steeds groter. Palmkool en snijbiet doen het ook goed. En heel apart, ik heb dit jaar heel weinig last van rupsen. Dat is eigenlijk wel jammer, want het betekent dat er minder vlinders zijn.
De spitskool waar ik vorige keer over vertelde hebben we intussen ook lekker opgepeuzeld (Figuur 3). Wat was die lekker! De gaatjes van de hagelbui proef je niet, maar de smaak van een rustig in de zon gegroeide kool proef je wel. Dit is voor herhaling vatbaar.


En de aardappels waren ook klaar voor de oogst (Figuur 4). Dat was alles bij elkaar een kleine vijf kilo, dus voor de komende periode hebben we genoeg.

We waren vorige week een paar dagen op vakantie, en toen we terug kwamen zagen we tot onze verrassing dat de wijnbessen opeens mooi rood waren geworden (Figuur 5). Dat is echt in een paar dagen tijd gebeurd. Wijnbessen pluk je net als frambozen: als ze rijp zijn (donkerrood) kun je ze zo van de kern afhalen. Alleen moet je hier wel met beleid te werk gaan, want de wijnbes heeft gemeen scherpe stekels aan de stengels zitten.

En er komt nog meer aan
De komende tijd zal er nog veel meer geoogst kunnen worden. De eerste tomaatjes dienen zich al aan (Figuur 6), en de eerste dwergpompoen is ook al bevrucht (Figuur 7).


En de uien worden langzaam maar zeker groter. Dat wil zeggen, de uien die niet in bloei zijn geschoten. Als ze in bloei schieten stopt de groei van de bol. Maar de bloemen zijn zo mooi en trekken zoveel insecten aan dat je ze alleen al daarvoor in je tuin wilt hebben (Figuur 8).

Het groeit … (28 juni 2026)
Ondanks, of misschien wel juist dankzij het extreem warme weer van de afgelopen dagen doen de plantjes het goed. Ik moest wel heel veel water geven, soms meerdere keren per dag. Zelfs de waterreservoirs raakten snel leeg, en moesten om de paar dagen worden bijgevuld. De plantjes groeien intussen als kool. Soms letterlijk, zoals de spitskool (Figuur 1). Die kan binnenkort geoogst worden.

Maar ook de uien doen het goed (Figuur 2).

De knoflook is intussen geoogst en hangt nu in de garage te drogen (Figuur 3). En dat ruik je goed!
En komkommer is dan officieel geen klimplant, maar met die dunne grijparmpjes werkt hij zich toch maar mooi omhoog langs de bamboestokken (Figuur 4).


… en het bloeit …
Dit is ook de periode in het jaar dat er veel bloeit. De courgettes en komkommertjes produceren al volop bloemen (Figuur 5). De uien ook (Figuur 6), en dat is best wel jammer, want dan stopt de plant geen energie meer in het laten groeien van de bol. Gelukkig bloeien ze niet allemaal, dus er blijft nog wel wat over om te oogsten binnenkort.


Een andere plant die leuk bloeit en die ik graag in de tuin heb staan is komkommerkruid (Figuur 7). Daar oogst je eigenlijk niet van, maar ik vind hem er gewoon heel leuk uitzien, lekker nonchalant rommelig. En de felblauwe bloemetjes kun je eten. Die doen het erg goed op een zomerse salade, zoals we de afgelopen dagen vaak gegeten hebben.

… en geeft vruchten
En gelukkig is er al genoeg te oogsten. De nieuwe aardbeien doen het goed (Figuur 8), de frambozen en aalbessen zijn ondertussen bijna allemaal geoogst. De bramen bloeien uitbundig en de wijnbes geeft ook de eerste bloemetjes, dus daar kunnen we binnenkort ook van gaan genieten (Figuur 9). Er groeien kleine komkommertjes (Figuur 10). En er groeien ook weer nieuwe vijgen aan de vijgenboom (Figuur 11). Dat was vorig jaar voor het eerst, toen waren het er een stuk of zes. Nu lijken het er wel wat meer te worden. Dat gaat genieten worden over een paar maanden.




Lekkers uit eigen tuin (14 juni 2026)
Vorige week hadden we een gezellig “Walking Diner” in de straat. Daarbij ga je in wisselende groepjes genieten van een voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht, steeds op verschillende adressen. Dit jaar moesten wij voor acht mensen een voorgerecht maken. Daarbij hadden we een amuse (stapeltje van stukjes kletskop met een roompatémengsel ertussen), dat ik serveerde op een blaadje rode sla, met wat winterpostelein en daar bovenop een framboos – alle drie uit eigen tuin (Figuur 1). Heerlijk.

De vorige keer vertelde ik over de aalbessenstruik waarvan het blad bijna helemaal was weggevreten door slakken. Maar de besjes zijn toch mooi rood aan het worden. En de vogels hebben er wel van gegeten, maar toch nog genoeg voor ons overgelaten. Dus we oogsten ook regelmatig wat besjes (Figuur 2). En natuurlijk frambozen, die doen het dit jaar ook erg goed (Figuur 3).


Ook de peultjes en sugarsnaps doen het goed. Als je ze laat hangen dan blijft de plant voedingstoffen naar de boontjes sturen, en als die lekker dik zijn heeft de plant zijn werk gedaan (namelijk voor nageslacht gezorgd) en dan maakt hij geen nieuwe bloemen meer. Daarom moet je regelmatig oogsten, in elk geval voor de boontjes dik worden. Op die manier dwing je in feite de plant om steeds nieuwe bloemen te maken. Maar om ze te oogsten moet je echt goed kijken want ze hebben dezelfde kleur als de bladeren van de plant (Figuur 4).

Andere groenten en fruit groeien lekker door, maar zijn nog niet klaar om te oogsten. Zo zijn de bijen nog volop bezig met het bestuiven van de braam (Figuur 5). En de uien krijgen erg lange stengels met daar boven op een bloemknop (Figuur 6). Dat is mooi, maar wel jammer, want daardoor gaat er minder energie en voeding naar de bol. Eigenlijk zouden ze niet in bloei moeten schieten. Maar dat hangt erg van het weer af. We wachten af hoe groot de bollen zullen worden.


De rode botersla en de spitskool doen het ook goed (Figuur 7). De spitskool wordt al bijna te groot voor zijn vak, daarom staat hij ook in de hoek. En die rode sla is echt een prima plant. Daarvan oogst je steeds de buitenste bladeren, en van binnenuit groeit hij dan door. Daar kun je dus een heel seizoen van genieten. Voor de spitskool is het nu vooral opletten dat er geen rupsen op komen.

Moestuinieren thuis (31 mei 2026)
Mislukt
Soms gaan dingen in de moestuin niet zoals je hoopt. Een paar afleveringen geleden vertelde ik over de aalbessenstruik, en dat het altijd spannend was wie van de besjes zouden gaan genieten, de vogels, de mieren met de luizen, of ik. Toen ik na vakantie terugkwam bleek dat er nog een vierde partij was: de slakken. De aalbessenstruik was zo ongeveer helemaal kaalgevreten (Figuur 1). De besjes zitten er nog wel aan, maar het is zeer de vraag of die nog rood gaan worden zonder bladeren die voor de energie en sapstromen zorgen. We wachten het gewoon af.

Het was erg lastig weer voor de moestuin de afgelopen dagen. Veel te koud in het Hemelvaartsweekend, en veel te warm tijdens het Pinksterweekend. De paksoi snapte het ook niet meer. In plaats van een mooie te kroppen besloot hij bloemen te gaan vormen (Figuur 2). Eigenlijk best logisch, want als de omstandigheden voor een plant niet bevorderlijk zijn om te overleven gaat hij zaad genereren om in elk geval voor nageslacht te zorgen. Dat deed de paksoi in mijn moestuin dus ook.

Zomergroenten
De IJsheiligen zijn voorbij, dus de zomergroenten konden naar buiten. Dat betekent dat ze eerst aan de omstandigheden buiten moeten wennen. Daarom mogen ze ongeveer een week elke dag even “buiten spelen”, steeds wat langer (Figuur 3). Na die week zijn ze gewend aan de omgeving daar en kunnen ze op hun eigen plek gezet worden.

Dat op zijn plek zetten is best een werkje. Zeker voor tomaten (Figuur 4). Eerst een gat in de aarde maken tot aan de bodem van het vak. Daar moet dan wat extra voeding in, want zomergroenten zijn erg hongerig. Dan het gat vol gieten met water. Vervolgens moet de tomatenplant zo diep mogelijk in de aarde gezet worden. Zoals ik een vorige keer al vertelde maakt de stengel van een tomatenplant wortels aan als hij in de aarde zit, dus hoe dieper hij geplant wordt, hoe steviger hij uiteindelijk wordt. Dat was een secuur werkje, zeker met tomatenplanten die al behoorlijk groot gegroeid waren – je wilt niet dat de stengel knikt terwijl je hem aan het planten bent.

Vakantie, opruimen en geen vuile handen (17 mei 2026)
Vakantie
De afgelopen weken was ik op vakantie. En daarom heb ik minder tijd dan normaal besteed aan mijn moestuin. Gelukkig waren de buren bereid om de plantjes in de tuin water te geven, en belangrijker, de plantjes die ik binnen aan het opkweken was. Voor de plantjes maakt het niet uit wie ze verzorgt, ze groeien gewoon door.
Buiten in de tuin groeien de fruitplanten lekker door. De frambozen en wijnbes-in-wording worden steeds groter (Figuur 1). En de paprika’s, pepers en aubergine zijn ook goed aangeslagen. De paprika heeft in elk geval voldoende knoppen waar bloemen en later vruchten uit kunnen komen (Figuur 2).


Opruimen
Zoals ik al eerder vertelde had ik nog een palmkool van vorig jaar in een bak staan. Palmkool gaat na de winter bloeien, en omdat die bloemen veel bijen, hommels en andere nuttige insecten trekken heb ik hem nog een tijdje laten staan. Maar nu was hij uitgebloeid. Tijd dus om hem weg te halen.
Eerst heb ik de uitlopers waar de bloemen aan zaten afgeknipt. En toen was het tijd om de stam van zo’n 5 cm doorsnee uit de bak te halen. Dat viel nog niet mee. De plant was goed geworteld, en de uitlopers van de wortels zaten ook in de aangrenzende vakken. Daarom moest ik voorzichtig te werk gaan. Dat betekent: handen in de aarde en voelen waar de wortels zitten, en deze dan rustig los werken. Uiteindelijk kreeg ik de stam met wortelkluit er uit (Figuur 3).

Vuile handen?
Zo met je handen in de aarde wroeten om de wortels van een plant te vinden is natuurlijk de manier om vieze handen en zwarte nagels te krijgen. Toch?
Je kunt natuurlijk tuinhandschoenen aantrekken, maar mijn ervaring is dat je daardoor niet genoeg voelt van wat er in de grond zit. En als ze nat worden trekt het vuil er als het ware doorheen.
Ik heb ook een tijdje geëxperimenteerd met nitril handschoenen. Die worden ook gebruikt voor het hygiënisch werken met voedsel. Die handschoenen zijn op zich heel fijn, maar ze scheuren me net iets te makkelijk.
Uiteindelijk kreeg ik een keer een doos met medische onderzoekshandschoenen. Ook nitril, maar veel steviger. Een set handschoentjes uit die doos kan ik meestal wel drie of vier dagen gebruiken voor ze kapot zijn. En ze zijn per stuk ook nog veel goedkoper (zo’n € 7,50 voor 150 stuks) dan de nitril handschoenen die je bij de supermarkt koopt. Doe er je voordeel mee als je met je handen in de grond wilt gaan woelen. De handschoenen zijn op diverse plekken online te bestellen. Bijvoorbeeld bij Klinion, het merk dat ik nu toevallig heb. Of bij de thuiszorgwinkel.
Droogte, uitdunnen en verpotten (3 mei 2026)
Droogte
Het is waarschijnlijk iedereen wel opgevallen dat het de laatste weken droog is. Erg droog. Ik heb een weerstationnetje in de tuin, en zag de laatste tijd geregeld een luchtvochtigheid van rond de 20 %. Erg laag dus, want gemiddeld ligt in Nederland de luchtvochtigheid rond de 70 %.
Zeker in combinatie met de harde wind van afgelopen week zorgt dat ervoor dat de aarde in de moestuinbakken snel opdroogt, vooral aan de oppervlakte. En dat is nou net de plek waar de nieuwe zaadjes zich bevinden. Om te ontkiemen hebben die voldoende vocht nodig. Als het dan te droog wordt sterven ze af en kun je weer opnieuw beginnen. Ik heb de afgelopen week dan ook meerdere keren per dag de vakken die pas waren ingezaaid extra water moeten geven. Ik heb een tuinslang met een verstelbare sproeikop, en voor die vakken gebruik ik de nevelstand. Want als je een hardere straal erop zet spoel je de zaadjes weg.
Uitdunnen
Van de meeste plantensoorten doe je twee of drie zaadjes op de plek waar de plant moet komen, want je hebt altijd de kans dat een zaadje het niet doet. Maar als ze dan opkomen heb je dus ook kans dat er meerdere plantjes tegelijk verschijnen. Die gaan dan met elkaar de strijd aan om de ruimte en de voedingsstoffen. Met als resultaat dat de plantjes niet goed groeien. Daarom is het in zo’n geval belangrijk om ze uit te dunnen. Dat doe je door met een schaartje de kleinste zaailingen weg te knippen, zodat de grootste en sterkste overblijft (Figuur 1). Je moet vooral niet proberen ze gewoon uit de aarde te trekken, want de worteltjes van de zaailingen zijn door elkaar heen gegroeid. Door ze weg te trekken heb je grote kans dat je de worteltjes van de overige zaailingen beschadigt. En dan heb je niets meer. Afknippen dus!

Verpotten
Zoals ik de vorige keer al vertelde staan de tomatenplantjes binnen op de vensterbank. Ze komen niet allemaal even snel op, en ze groeien ook niet even hard. Maar in elk geval een soort (gele snacktomaat) doet het goed. Die heb ik vorige week dan ook in een grotere pot gezet.
Bij tomaten doe je dat door de plant zo diep mogelijk in de nieuwe pot te zetten. Dan vul je de pot aan met aarde, zodat ook het onderste deel van de stengel in de aarde zit. Daar gaan dan weer nieuwe worteltjes groeien die de plant steviger in de grond vasthouden (Figuur 2).

De balkontomaat (rechts op de foto’s) geeft ouderwetse, redelijk grote tomaten. Die moet ook al bijna verpot worden. De gele struiktomaat (laagblijvend met heerlijk sappige gele tomaatjes) en de kerstomaat zijn pas later opgekomen, dus die moeten nog even wachten.
Zomergroenten
Courgette, komkommer en pompoen zijn echte zomergroenten. Die kweek je ook liefst binnen op, maar die groeien veel sneller dan tomaten. Ik begon vorige week met de zaadjes te laten voorkiemen op de vensterbank. Na een paar dagen komt er dan een worteltje uit de zaadjes en kunnen ze in een potje gestopt worden (Figuur 3). De courgettezaadjes zijn intussen in een potje gestopt, de pompoen en komkommer zijn niet zo snel, die zijn binnenkort aan de beurt.

Andere groenten
De rode botersla heb ik eerst binnen opgekweekt, en daarna heb ik het potje in een leg vak ingegraven. Als hij wat groter is gaat hij naar zijn definitieve plek. Paksoi begint ook lekker te groeien, de spinazie gaat ook lekker. En de snijbiet komt net boven de grond uit, dus dat lijkt ook goed te gaan (Figuur 4). Zeker die snijbiet moet ik deze dagen goed beschermen tegen uitdrogen. Maar verder heb ik aan deze plantjes weinig werk.

Fruit
De fruitplanten in mijn tuin vragen eigenlijk het minste werk. Alleen van tijd tot tijd water geven, en in het bloeiseizoen van tijd tot tijd wat voeding. De aardbeienplantjes waar ik de vorige keer over vertelde zijn goed aangeslagen, de frambozen (Figuur 5) beginnen ook al vrucht te vormen. En de aalbessen beginnen ook al te komen (Figuur 6). Dat is elk jaar weer een spannende strijd tussen mij en de vogels, met vaak de mieren als lachende derde omdat zij graag luizen op de plant zetten die ze dan melken. Het is dus altijd afwachten of we een leuke oogst van de besjes hebben.


Makkelijke en moeilijke plantjes (Oppepper 19 april 2026)
Zoals iedereen weet die weleens iets gedaan heeft met groenten en fruit opkweken: er zijn makkelijke plantjes, en er zijn moeilijkere plantjes. Het verschil is dat je bij de moeilijkere plantjes het beginproces goed moet begeleiden. Binnen opkweken, niet te warm, niet te koud, niet te nat maar ook niet te droog. Op tijd in een grotere pot plaatsen. Het is op zich niet extreem moeilijk, maar je moet wel op al deze aspecten letten. Gelukkig begeleidt de makkelijke moestuin app je hierbij.
Maar als je net begint met een moestuin is dat waarschijnlijk toch net wat te lastig. Het is naar mijn mening beter om eerst wat gevoel te krijgen over hoe plantjes groeien. Dan kan je beter makkelijke groenten nemen. Van die zaadjes die je in de grond stopt, en waar je verder nauwelijks omkijken naar hebt. En waar je toch verrassend lekker van kunt eten.
Ik denk dan aan bijvoorbeeld radijsjes, rucola en spinazie. Maar ook zeker snijbiet (die kan het hele jaar blijven staan), peultjes en sugarsnaps, en diverse slasoorten (Figuur 1). En ja, soms komen die zaadjes niet uit, of worden de plantjes opgegeten door slakken of vogels. Dat gebeurt elke tuinierder wel een keer. Maar mijn advies is om met deze makkelijke plantjes een paar keer de routine te doorlopen van zaaien, vochtig houden, ze zien opkomen, eventueel uitdunnen, en verder laten groeien tot je kunt oogsten.
Als je dat een paar keer ervaren hebt is het makkelijke om de stap naar moeilijkere plantjes, zoals tomaten, courgettes, komkommer te maken. Die plantjes zaai je binnen voor, op de vensterbank of een andere warme, lichte plek. Voor mij is hierbij de grote uitdaging altijd om te zorgen dat de grond niet te nat, maar zeker ook niet te droog is. En als de plantjes opkomen wil je natuurlijk voorkomen dat ze scheef groeien. Daarom draai de potjes elke dag een kwart slag, Dat stadium heb ik nu bereikt met mijn tomaatjes, hoewel een soort niet echt wil opkomen (Figuur 2). Dat kan gebeuren.


Over een paar weken gaan de tomatenplantjes in een grotere pot, en vanaf half mei mogen ze naar buiten. Maar dat duurt nog even.
En de echt moeilijke planten, zoals pepers, paprika of aubergine, probeer ik niet eens meer zelf te kweken. Die koop ik liefst in het tuincentrum en laat ze dan bij mij in een van de bakken verder groeien. Maar eerst moeten ze binnenblijven tot er zeker geen kans meer is op nachtvorst (Figuur 3).

Oude en nieuwe planten
Ik had al eerder geschreven dat ik de palmkool van vorig jaar nog even liet staan omdat de bloemetjes veel bestuivende insecten aantrekken. Ondertussen is hij bijna uitgebloeid, maar er komt in een andere bak al nieuwe palmkool naar boven.

Mijn oude aardbeienplantjes waren na drie jaar aan het eind van hun levensduur. Ik heb ze daarom uit hun bakken gehaald en weggegooid. Eerst dacht ik nog de aarde te kunnen hergebruiken, maar daar zaten zoveel kleine witte larfjes in dat ik het risico op wortelvraat niet wilde nemen. Die aarde heb ik dus ook weggegooid. Nu staan er nieuwe aardbeiplantjes, in nieuwe aarde, te wachten op de komende zomer (Figuur 5).

Tenslotte de rabarber. Die staat bij mij in de volle grond. Hij sterft elk jaar in de winter bovengronds af, en in het voorjaar komt hij weer terug. Hij is nu zover dat ik al bijna wat stengels kan oogsten.

Moestuinieren thuis (Oppepper 5 april 2026)
De afgelopen weken is het even heerlijk warm geweest. Prima weer om, zoals ik de vorige keer al aankondigde, mijn oudste tafelbak te demonteren en te vervangen door een exemplaar van bamboe met waterreservoirs. Dat was best wel een klus. Eerst moest ik de aarde uit de oude bak halen (Figuur 1). Ik heb tegelijk ook maar de aarde uit alle andere lege bakken er bij gegooid, en alles goed gemengd (Figuur 2). Dat heeft hetzelfde doel als het omspitten van de tuin wanneer je in de volle grond tuiniert: zorgen dat alle voedingsstoffen weer goed verdeeld zijn.


Het hout van de oude tafelbak was op sommige plekken al behoorlijk aangetast (Figuur 3). Hij zou het waarschijnlijk nog wel een jaar of twee hebben uitgehouden, maar omdat ik hier toch een bak met waterreservoirs wilde hebben vond ik dit een goede gelegenheid om hem te vervangen. Het oude hout (Figuur 4) gaat hergebruikt worden voor standaarden om de kleine growbags wat hoger van de grond te houden.


Daarna was het een kwestie van de nieuwe bak monteren, uitlijnen (dat was nog het lastigst), slakkenschrikdraad monteren, waterreservoirs er in plaatsen en vullen met aarde (Figuur 5).

Waterreservoirs
In een vorig seizoen heb ik al eerder wat verteld over waterreservoirs. Een geniaal systeem naar mijn mening. Dat zijn kunststof bakken (LLDPE om precies te zijn) waar zo’n 15 liter water in kan. Door middel van nylon lonten wordt het water uit de bakken omhoog gezogen. Het antiworteldoek laat het water gewoon door, en dus wordt de aarde van onder af vochtig gehouden (Figuur 6). Maar niet kletsnat, want aan de bovenrand van de waterreservoirs zitten overloopopeningen. Er blijft dus altijd een laagje lucht tussen de aarde en het water. En dat is essentieel voor een goede wortelgroei, want wortels moeten ook kunnen ademen.
De waterbakken zijn niet goedkoop, maar voor mij was het de investering waard omdat ik me nu geen zorgen meer hoef te maken over te veel of te weinig water. Als het droog weer is vul ik een keer per week of twee weken de waterreservoirs bij. Als het regenachtig weer is hoeft dat niet, dan regelt het systeem dat zelf, omdat een teveel aan water door de aarde heen zakt en zo in het waterreservoir terecht komt. Alleen als het heel heet is droogt de bovenste laag van de aarde wat uit, die moet dan wel extra water krijgen.
Voor een klein moestuintje met maar een paar vakken is zo’n waterreservoir duidelijk overkill. Maar als je wat meer bakken hebt, en ook nog een paar weken op vakantie wilt, is zo’n systeem ideaal.

Druk in de lente
De lente is sowieso een tijd dat er veel te doen is in de moestuin. Naast het opruimen en schoonmaken van de bakken, zoals ik vorige keer vertelde, is het natuurlijk ook de tijd om nieuwe plantjes te zaaien.
Een paar weken terug had ik radijsjes, spinazie, paksoi, peultjes en sugarsnaps in de grond gedaan. En ondanks de kou van de afgelopen dagen komen die goed op. De radijsjes heb ik een paar dagen geleden al uitgedund (Figuur 7), maar de overige plantjes komen ook al mooi op. Dat uitdunnen is nooit leuk, je gunt die dappere plantjes toch dat ze lekker kunnen doorgroeien. Maar als je dat niet doen hebben ze uiteindelijk te weinig ruimte. Voor de radijsjes zou dat betekenen dat je in plaats van één lekker sappige grote radijs twee of drie onvolgroeide exemplaren terugvindt. Het is dus even doorbijten, maar onvermijdelijk voor een goed resultaat.

Ik heb intussen op de vensterbank in de huiskamer al weer de nodige potjes staan met tomaat, brocolli, spitskool en slasoorten. Genoeg te doen dus voorlopig.
Geen plek voor een moestuin
De vorige keer vertelde ik dat je voor een moestuin toch wel zo’n zes uur zon per dag nodig hebt. Als dat in jouw situatie nu gewoon niet kan, je hebt bijvoorbeeld alleen een balkon op het noorden, kan je dan helemaal niets? Nou, dat valt op zich wel mee. Je bent alleen wel beperkter in wat je kunt opkweken. Fruitplanten en zo zullen over het algemeen niet lukken. Maar met bladgroenten heb je meer mogelijkheden.
Als je minder dan twee uur zon per dag hebt, dan zijn planten als Chinese kool, munt en mosterd vaak nog wel mogelijk. Alleen moet je er wel rekening mee houden dat de planten lang en dun zullen worden, omdat ze naar licht zoeken. Om in zo’n situatie plezier te hebben van de groenten moet je vaak plukken en opnieuw inzaaien.
Heb je iets meer zonlicht, dan kun je ook snijbiet, spinazie en boerenkool proberen. En pluksla of rucola. De planten groeien weliswaar niet zo goed als wanneer ze meer zon hebben, maar je kunt er toch een behoorlijke oogst van halen.
En heb je nog meer zon (maar nog niet de aanbevolen zes uur) dan kun je eigenlijk alles wel zaaien. De oogst zal alleen wat minder uitbundig zijn dan wanneer je volop zon hebt. Maar soms, zeker bij planten als courgette, is dat eigenlijk gewoon een voordeel, omdat je er anders niet tegenop kunt eten.
En je kunt natuurlijk ook altijd nog binnen paddestoelen kweken, bijvoorbeeld oesterzwammen. Enkele maanden terug zag je in diverse supermarkten plastic tonnetjes te koop staan met daarin een zakje oesterzwammenbroed (zeg maar het zaad van de oesterzwam). Ik was tamelijk sceptisch, maar ik kreeg zo’n tonnetje cadeau dus ik ben er mee aan de slag gegaan. Je moet het broed vermengen met een laagje koffieprut. Er komen dan na een paar dagen witte schimmeldraden op. Vanaf dan is het een kwestie van steeds een nieuw laagje koffieprut er over verdelen, net zo lang tot het tonnetje vol zit. Daarna nog een paar weken wachten, en plotseling schieten de oesterzwammen door de daarvoor aanwezige openingen naar buiten (Figuur 8).

Moestuinieren thuis (Oppepper 22 maart 2026)
Het is 21 maart geweest, dus de astronomische lente is weer begonnen. Hoewel het tot een paar weken terug behoorlijk koud was beginnen de plantjes in mijn tuin nu weer lekker te groeien. Maar daarover straks meer.
Hoe het begon
Het is ondertussen al weer twee jaar geleden dat ik aan deze moestuinrubriek begon. En er zijn in de tussentijd vast wel lezers bij gekomen die de eerdere afleveringen (nog) niet gelezen hebben. Daarom lijkt het me goed om nog eens te vertellen waarom ik – nu alweer zo’n 6 jaar geleden – ben begonnen met moestuinbakken in mijn achtertuin. En hoe ik dat heb aangepakt.
In die tijd werkte ik nog, en vooral vanuit huis vanwege corona. Ik had daardoor alle tijd om in mijn pauzes even naar buiten te gaan om voor mijn plantjes te zorgen. In de jaren daarvoor had ik al wat geëxperimenteerd met zaadjes en potjes, met wisselend succes. Maar het opkweken van groente en fruit in eigen tuin, en dat later lekker eten vond ik toch wel heel leuk om te doen. Toen ontdekte ik de firma Makkelijke Moestuin, en vanaf dat moment kwam het moestuinieren bij mij in een stroomversnelling (Figuur 1).

Het leuke van op deze manier moestuinieren vind ik dat je er niet echt voor op pad hoeft. Als je een volkstuin hebt dan moet je toch altijd rekenen op reistijd, en als je een drukke agenda hebt moet je dat goed inplannen. Maar met wat moestuinbakken in de achtertuin (of op een terras of balkon) is het een kwestie van de deur uit stappen en je kunt beginnen. Dat maakt het heel simpel om eventjes 5 minuutjes wat onkruid te verwijderen, of even snel wat winterpostelein af te knippen voor op de lunchboterham.
Het concept
Het Makkelijke Moestuin concept werkt met vakken van 30 bij 30 cm. Formaat stoeptegel dus. Daar kun je bijvoorbeeld 16 radijsjes of wortels in kwijt, 9 spinazie- of rucolaplantjes, 4 paksoi of snijbiet, of 1 grotere plant zoals palmkool of broccoli.
Maar als je zoiets nog nooit gedaan hebt, hoe begin je dan? Mijn advies: begin klein. Dan kun je ervaren hoe het gaat. Als het bevalt en naar meer smaakt, dan kun je altijd uitbreiden. En als het niet bevalt is het een kleine investering geweest.
Het goede plekje
Het is in elk geval wel belangrijk dat je een goede plek hebt voor je moestuinbakken. Liefst met zes of meer uur zon per dag, want plantjes hebben licht nodig om te groeien. Een balkon dat de hele dag in de schaduw ligt is dus niet geschikt. Maar een plat dak boven op een uitbouw zou op zich heel goed kunnen als dat wel zonnig is.
Het grote dilemma is dat de plekken die goed geschikt zijn voor moestuinbakken ook vaak de plekken zijn waar je, zeker in het voor- en naseizoen, zelf graag wilt zitten om van mooi weer te genieten. Als je niet al te veel ruimte hebt is het even puzzelen hoe je dat moet organiseren. In zo’n geval zou je kunnen beginnen met een of meer “mini’s” (zachte kunststof zakken van 30 bij 30 cm) of iets groter een “airbak” van 60 bij 60 cm, vier vakken dus (Figuur 2). Die zijn klein genoeg om op een tafel te zetten, wat als bijkomend voordeel heeft dat je niet diep hoeft te bukken om bij de plantjes te komen. En zeker de mini’s zijn nog zo licht dat je ze zonder al te veel moeite even op een andere plek kunt neerzetten (Figuur 3).


Wat zet je erin
Als je klein begint, wat kun je dan opkweken? Nou, verrassend veel. Vanwege het formaat van de vakken heb je nooit een overdaad aan groenten. Als de ene soort geoogst is kun je even wat nieuwe voeding in de grond werken en daarna een andere soort planten. Op die manier doe je automatisch aan wisselteelt. Zo kun je van één vak wel vier keer per jaar wat oogsten, afhankelijk natuurlijk wat je in zo’n vak zet. Zet je er een palmkool in dan heb je daar een heel jaar plezier van, tot in het volgend voorjaar. Maar radijsjes, rucola, spinazie en dergelijke zijn veel sneller oogstbaar.
Is het niet moeilijk
Een van de voordelen van het systeem van Makkelijke Moestuin is dat er een gratis app beschikbaar is. Daarin kun je aangeven wat voor bakken je hebt. De app begeleidt je vervolgens met advies over wat je wanneer kunt zaaien, en begeleidt je ook met het opkweken van de plantjes tot aan de laatste oogst toe.
Maar als je nu toch opziet tegen het zelf zaaien en opkweken van plantjes, dan kun je ook heel goed al opgekweekte plantjes in de vakken zetten. Van een tuincentrum, of zoals ik zelf ook vaak doe, van de groenteafdeling in de supermarkt. Koop daar één plantje bieslook, zet het in zo’n vak, en je hoeft de rest van je leven nooit meer bieslook te kopen. Basilicum (als het wat warmer is), koriander, peterselie, munt, allemaal heerlijke planten die je lang goed kunt houden in een moestuinbak.
De huidige situatie
Tot zover hoe het begon, en terug naar de situatie zoals die nu is. Vorig jaar had ik uien en knoflook in een van mijn grotere bakken gedaan. Die groeien goed, en daar hoef ik voorlopig eigenlijk niet naar om te kijken (Figuur 4).

De palmkool en de koriander (van de supermarkt!) die in een van de tafelbakken staan hebben de winterperiode ook goed overleefd. De palmkool gaat na de winterperiode bloeien, maar de bladeren zijn nog steeds eetbaar. Die laat ik dus nog even staan, ook omdat de bloemen veel nuttige insecten aantrekken (Figuur 5).
De bieslook is weer lekker uitgelopen, en het maggikruid was bovengronds afgestorven, maar komt nu weer op. De framboos, de braam en de wijnbes krijgen ook weer nieuwe uitlopers. En ik heb ook een paar planten in de volle grond staan, waaronder rabarber die ook weer mooi begint uit te lopen (Figuur 6).


Maar voor de rest waren de bakken leeg. Dat wil zeggen, ze zaten vol met mos en onkruid. Die bakken heb ik afgelopen week opgeschoond, een klusje dat wel een paar uur duurde. Maar dat hoeft gelukkig eigenlijk maar één keer per jaar.
Ik ben al weer begonnen met plantjes zaaien. En ik ga mijn oudste, ruim 5 jaar oude tafelbak vervangen door een nieuw exemplaar van bamboe, want het douglashout waarvan de oude bak gemaakt is krijgt toch wat zwakke plekken. Hierover zal ik de volgende keer wat meer vertellen.
