Senver-Feuilleton

Hieronder onze feuilleton, de afleveringen in de juiste volgorde.

Feuilleton, deel 1

Door Henja Kronenburg

Tja, daar zit ze dan. Thuis. Best heftig als je gewent bent aan een volle agenda. De eerste dagen bekijkt ze de voorraadkast, de koelkast en de vriezer. ‘H’m ziet er niet slecht uit.’ Een paar pakjes en een blikje over de datum, maar de rest is nog goed bruikbaar. Een goed moment om de oude voorraad op te maken. Ooit had ze en boekje  ‘Koken uit de voorraad kast’  Dat heeft ze vast niet weggegooid, maar waar is het nu. Nee, niet in de boekenkast. Oh wacht, de berging. In een vlaag van opruimwoede had ze een paar dozen naar beneden gebracht.

De bel gaat. ‘Oma, heb je nog boodschappen nodig?’ gilt een kleindochter door de intercom. ‘ik kom echt niet dichtbij.’
‘Ik kom naar beneden, dan kan je me helpen zoeken.’
Janneke staat al in de hal als ze de lift uitkomt. ‘Wat zoek je dan?’ gilt ze van de andere kant.
‘Zo ver hoeft niet en een beetje zachter kan ook wel, ‘ lacht ze en zwaait naar haar kleindochter.
‘Ik zoek een heel oud boekje ‘koken uit de voorraadkast’ want ik wil mijn kast eens leegmaken. Weggooien is geen optie.’
‘Heel verstandig, oma,’ knikt Janneke goedkeurend, ‘en goed voor het milieu.’
In de berging kijken ze eerst wat paniekerig rond. Mijn hemel, waar begin je met zoeken.
Niet op de plank van de kerstspullen en dat zijn paas versieringen. Koffers, tassen? Nee , die zijn leeg.
‘Daar, helemaal boven staan een paar dozen, daar staat niks op, kan dat wat zijn?’ Janneke heeft de trap al uitgeklapt en staat te wiebelen op de bovenste plank.
‘Doe je wel voorzichtig, zegt oma terwijl ze haar benen vastpakt.
‘Niet doen oma, dit is geen 1,5 meter.’
‘Nee maar als je valt, moet ik je toch oprapen en dat is nog dichterbij.’
Janneke trekt aan de doos en gilt: ‘hij is loodzwaar.’Hij glipt uit haar handen, stuitert op de grond en scheurt in duizend stukken.

Feuilleton, deel 2

Door Helmi Duijvestein

Een doos met borrel-, wijn-, mosterd en wat-al-niet-glazen klettert op de grond.

‘In deze doos zit het kookboekje zeker niet’, zegt Janneke nog even ad rem tegen oma , maar inwendig vloekt ze. Dat bezoekje aan oma gaat veel langer duren dan ze gepland had. Oma kan deze rommel zeker niet alleen opruimen met haar zere knieën. Er zit niets anders op dan oma naar boven te sturen en vervolgens stoffer en blik en een grote bezem te gaan halen. ‘Zit ik mooi met de gebakken peren. En het recept van die gebakken peren staat vast niet in Koken uit de Voorraadkast, het boekje waar oma naar opzoek was’, denkt ze met een schamper lachje. Eigenlijk had ze hele andere plannen. Ze zit al enkele dagen thuis vanwege dat stomme virus zonder naar school te kunnen gaan. Ze mist haar vrienden en vriendinnen, maar vooral haar nieuwe vriendje Senn. Ze heeft het bezoekje aan oma tegenover haar ouders als excuus gebruikt om even het huis uit te kunnen zijn en om stiekem bij Senn langs te kunnen gaan. Die mist ze erg en ze wil hem graag even in het ‘echt’ zien en een knuffel geven. Nu lijkt dat bezoekje aan Senn ineens wel erg ver. Met al die duizenden stukjes glas op de grond kan ze oma toch niet alleen laten ? Dus vooruit dan maar, aan de slag. Na een half uurtje vegen heeft ze eindelijk de meeste glasscherven opgeveegd en hoopt snel weg te kunnen. Ze pakt haar jas, holt naar boven. Maar op het moment dat ze haar hoofd bij oma om de kamerdeur steekt voor een: ‘Nou dag hoor!’ ziet ze oma zitten op haar stoeltje voor het raam, met voor zich 2 kopjes thee en een schaal koekjes. Ze begrijpt de hint en pakt haar mobieltje, zoekt het nummer van Senn op en vlug whatsappt ze hem dat ze er aan komt. Ze drinkt het kopje thee op en verslindt het schaaltje met de lekkere koekjes.

Feuilleton, deel 3

Door Irene Gret

Eenmaal beneden springt Janneke op de fiets. Wat is het stil op straat. Geen wandelaars, geen e-bikes, alleen hier en daar een oma met een kleinkind in een wagentje. Er klinkt wat gesnotter en gehoest. Janneke kijkt argwanend om zich heen. Waar komt dat geluid vandaan? Dan ziet ze het. In het stukje gras naast het fietspad zitten twee mannen. Ze zwaaien naar haar en roepen iets dat ze niet verstaat. Een van de twee heeft een bebloede plek op zijn voet. Janneke zwaait terug en rijdt verder. Maar dan realiseert ze zich dat die mannen misschien hulp nodig hebben. ‘Shit’, ‘ik wil naar Senn’, denkt ze. Ze keert om en zet haar fiets tegen een boom. Eerst maar weer even whatsappen  dat ze nog later komt. Snel als altijd heeft Senn al terug geappt dat ze nog maar een half uur de tijd hebben. Zijn vader komt thuis en wil een gesprek met hem. Vooruit, opschieten met die mannen dus. ‘Wat is er aan de hand’, vraagt ze. De grootste van de twee wijst op zijn voet. ‘Pijn. Help alstublieft. ‘Janneke durft nauwelijks naar de voet te kijken. De bruine voet zit niet alleen onder het bloed, maar ook onder het vuil. De gewonde man heeft alleen slippers aan. Wat moet ze doen? Ze vraagt nogmaals wat er is gebeurd. De andere man wijst op de voet en maakt een blaffend geluid. Dan begint ze het te begrijpen. De mannen zitten in een hondenuitlaatweitje, midden tussen de drollen. Niet erg fris en gevaarlijk ook. Als hij is gebeten loopt hij kans op tetanus en dan moet hij een injectie krijgen. Dat weet ze nog van die keer dat zij in haar bil is gebeten door zo’n zogenaamd speelse hond. ‘Dat doet ie anders nooit’, riep het gestresste vrouwtje. Ze vraagt zich af of de man kan staan. ‘Staan?’, roept ze harder dan normaal. De man reageert niet, maar ze wil ook niet aan hem sjorren, zodat hij het begrijpt. Corona, denkt ze. Anderhalve meter afstand houden. Dat gaat zo dus niet lukken.
Dan piept haar telefoon. Dat zal Senn zijn, maar nee: het is oma.

Feuilleton deel 4

Claire Verlinden

Oma vertelt enthousiast dat ze haar Koken uit de voorraadkast gevonden heeft en ze ratelt enthousiast verder. Janneke onderbreekt haar gauw en zegt dat ze bij een ongeval staat. Oma schrikt en zegt: ‘Je heb toch al 112 gebeld? Afstand houden!’. De niet gewonde man is al aan het bellen en gelukkig stopt even later een patrouillerende politieauto. “Fiets maar gauw verder’ wordt er tegen Janneke gezegd.

Hijgend komt Janneke bij Senn. Verstoord kijkt hij haar aan. Hij staat met zijn fiets klaar: ‘Wat duurde dat lang. Ik moet naar ‘s Graveland naar mijn opa’. Janneke fietst al gauw naast Senn, druk vertellend over oma en de gevallen doos en de gevallen man. Senn rijdt het bos in, de weg naar Gooilust. ‘Ik wil even kijken of de Rododendrons al bloeien. Opa heeft geen haast.’ Dat vindt Janneke leuk. Senn is een natuurliefhebber en ze heeft al veel van hem geleerd. Zelf komt ze hier nooit en ze vindt het prachtig, die statige oprijlaan voor koetsen naar het grote huis. Even later lopen ze door de rododendron-vallei. Helaas is het nog te vroeg voor de bloei. Hier en daar een tak en wel witte bloesem. Teleurgesteld beklimmen ze de heuvel. ‘Over een paar weken is het hier zo mooi, dan komen we weer’. Om hen heen is het vol van vogelgeluiden. Een specht roept in de verte. Ja, het wordt voorjaar. ‘Nou dan laat ik je nog iets geks zien,’ zegt Senn. Ze lopen over het hoge uitzichtspunt naar het grasland. Daar staat een raar gebouwtje. Geheimzinnig loopt Senn er naar toe en laat  Janneke door een stoffig raampje kijken. Ze lacht verbaasd. Maar dan gaat de mobiel van Senn. ‘Waar blijf je?’ klinkt opa knorrig.

Feuilleton, aflevering 5

Door Hetty Blaauw

“Waar blijf je”, vraagt opa knorrig. “Ik ben op weg naar u”, zegt Senn. “Maar is het goed dat ik iemand mee neem?” “Je doet maar, tot zo”, zegt opa.
De opa van Senn woont in een aanleunwoning bij een verzorgingshuis. Hij mag nog wel bezoek hebben voor zolang het duurt. Zijn vrienden in het  verzorgingshuis mogen dat niet meer sinds gisteren. Snel fietsen  Janneke en Senn naar  het huis van opa, die al ongeduldig voor het raam staat te wachten.
Op veilige afstand van elkaar vraagt opa of ze wat willen drinken. Een glaasje limonade gaat er wel in. Nadat Senn  de groeten van vader heeft overgebracht, vraagt hij hoe het met opa gaat. Die barst los en moppert dat door het virus alles is veranderd. Hij mag niet meer naar Ari, zijn vriend. Het dagelijkse biljartpartijtje is afgelast, geen bingo, geen klaverjassen en ook geen gezellige koffie-uurtjes meer. Wat heeft het leven dan nog voor zin?
“Maar opa, u kunt toch FaceTimen of WhatsAppen  met Ari?” 
“Waar heb je het over?”, vraagt opa.
“Dat is contact per telefoon en bij FaceTime kun je elkaar ook zien.” Opa begrijpt er niets van en dan realiseert Senn zich opeens dat opa nog een analoge telefoon heeft zonder al die mogelijkheden.
“Maar u heeft toch ook nog televisie of radio, dan blijft u wel op de hoogte van wat er in de wereld aan de gang is.”
“Of je daar zo blij van wordt”, antwoordt opa. “Het zijn allemaal nieuws- en praatprogramma’s en de een weet het nog beter dan de ander. Een goede film zie je ook haast nooit meer.”
“Maar er is toch Netflix,” zegt Janneke. Opa kijkt haar vragend aan. Ook niet dus.
“Weet u wat?” zegt Janneke. “Heeft u kaarten? Dan leer ik u  patience. Of zullen we een spelletje mens erger je niet doen? Ik moet wel gauw naar huis want anders wordt mijn moeder ongerust, maar ik beloof dat Senn en ik zo gauw mogelijk weer terug komen. ”
Even later staat er een blije opa Senn en Janneke uit te  zwaaien.

Feuilleton, aflevering 6

door Joanne Klusman

Even later staat een blije opa Janneke en Senn uit te zwaaien.
Ondertussen in de flat van oma Jet is het alweer een tijdje heel rustig. . Ze zucht… misschien toch maar weer een paar hoofdstukken in haar boek lezen.
Er dringt een vreemd geluid de kamer binnen. .. het komt van het balkon.Ze schrikt: een dikke duif is op de railing gaan zitten. Jet heeft het niet op duiven. Ze staat op en geeft een bons op de balkondeur. De vogel reageert even door zijn vleugels te schudden, maar blijft haar verder strak aankijken.
Jet opent de deur op een kier en schreeuwt: ‘Ga weg, vies beest!’ En ze trekt meteen de deur met een knal dicht. Het gewenste resultaat blijft uit… de duif en Jet staren elkaar langdurig aan en Jet zint op ferme maatregelen. De plantenspuit, bedenkt ze en ze gaat naar de keuken om het afschrikkingswapen op te zoeken.
Vervolgens zet ze zich schrap, opent de balkondeur op een kier en spuit uit alle macht. Maar het resultaat is magertjes en niet afdoende. Integendeel, de duif verzet zijn poten een paar maal en is niet onder de indruk.
‘Ik poep je balkon niet onder, ik ben een welopgevoede duif’
Jet schrikt zich wezenloos trekt de deur razendsnel dicht, ze kijkt om zich heen, maar ziet geen levende ziel die deze woorden kan hebben gesproken. Ze staat te trillen op haar benen.
Haar hart klopt in haar keel. Ze zakt neer op het krukje naast de deur. Zo zit ze een paar minuten.
De duif beweegt zich niet. Jet raapt al haar moed bijeen en opent nogmaals de deur en zegt nadrukkelijk: ‘ GA WEG!!’
Dan zegt Dikke Dollie (want zij is het) : ‘Er is een eend in nood! ‘
Jet staart naar het dier met grote ogen. De duif vervolgt: ‘U gaat toch altijd om vier uur een rondje lopen in het park? Daar, vlak bij de houten brug over de vijver, is een moedereend in nood.. haar poot is verstrikt in zwerfplastic en ze kan niet bij haar eitjes komen. Er moet geholpen worden!’

Feuilleton, deel 7

“Er moet geholpen worden.” door Joanna Schopman

Jet zakt hevig geschrokken terug op de kruk. “Ben ik aan het hallucineren? Wat is er in hemelsnaam aan de hand.” Haar hele lichaam trilt, ze voelt zich duizelig. “Dit is waanzin. Ik ga toch niet luisteren naar een sprekende duif! Word ik gek?”
De duif blijft staren. Met kloppend hart kijkt Jet naar haar starende ogen. Onrustiger geworden kan ze er niet meer tegen. “Idioot beest! Ik kan toch niet een opdracht van een duif uitvoeren.”
Maar het staren wordt drukkender, zodat Jet na verloop van tijd – misschien was het nog geen minuut – toch maar haar jas gaat aantrekken. “Ik kan dit nooit aan iemand vertellen, ze zullen me gestichtsrijp verklaren.” Onderweg naar het park met het bruggetje gaat de telefoon. Het is Harm, haar oudste zoon, die vraagt of hij nog boodschappen voor haar moet halen. Ze buurten wat en hij vraagt wat ze aan het doen is. “Wandelen” zegt Jet. “Ben je van je vaste routine afgestapt?”  “Och ik had plots zo’n zin om wat buitenlucht te happen.”
Nog voor ze bij het bruggetje is, ziet ze de eend. Het is een heel bijzondere wit met zwarte soort. Als Jet vlakbij is, ziet ze het beest in doodsnood proberen los te komen. Ze hoort geklapper en ziet Dikke Dolle vlak bij de eend landen. De duif beweegt op een bijzondere manier, met buiginkjes en hoofdbewegingen, vlak bij de eend. Kijk nou, die wordt rustig! Dan begint de duif weer Jet aan te staren. Jet begrijpt de hint en schuifelt stapje voor stapje richting de eend, die angstig maar stil blijft zitten. Er zit inderdaad iets om haar poot. Jet staat nu op de rand van de vijver en buigt zich naar de verstrengelde poot.
Dan voelt ze zich glijden…….

Feuilleton, aflevering 8

door Helga Elzinga

Dan voelt ze zich glijden…… Er is geen houden aan en voor ze zich kan vasthouden aan de poot van de brug staat oma Jet tot aan haar knieën in de prut.
Maar zo komt ze wel dichter bij de zenuwachtig stribbelende eend en met een paar ferme handgrepen ontdoet oma het dier van het plastic. Kwakend vliegt de eend een kort rondje en duikt dan op haar nest onder de brug.
Er staat een man op de brug en hij kijkt verbaasd naar Jet in de plomp. “Je hebt zeker watervrees”, bromt ze. Ze draait zich om en kruipt over de rand van de vijver op het droge gras.  Zij kijkt tevreden naar de eend en denkt “Kon ik ook maar vliegen”.
Maar er zit niets anders op dan vies en nat naar huis te gaan. “ Die broekspijpen van kikkerdril staan je best goed” roept de vent op de brug.
Dat had hij beter niet kunnen doen want nu is oma Jet boos “ Je boft dat ik anderhalve meter afstand moet houden anders zou ik je even laten ruiken aan een handje kikkerdril. Wat een klerekerel ben je toch. Een dame in nood nog uitlachen ouwe, dat kan je, maar de handen uit de mouwen steken om een arm dier te helpen ho maar…”
Driftig stapt zij richting huis en Dolly, die vanaf de andere kant van de brug alles gezien en gehoord heeft vliegt over de man en laat daarbij een grote witte vlek poep op zijn jas achter. “Dat heb je verdient” zegt ze.
Wat een pittig vrouwtje, denkt de man,  ik moet haar toch maar excuses aanbieden. Zo snel als hij kan met zijn 85 jaar en zijn manke been loopt hij achter Jet aan.

Feuilleton, aflevering 9

Door Bea Rigter

Zo snel als hij kan met zijn 85 jaar en zijn manke been loopt hij achter Jet aan. Jet schiet een zijpad in’ hier heb ik helemaal geen zin in’ mompelt ze.
Zo hard als ze kan loopt ze verder, ‘ dit pad kent niemand’ . Ze kijkt nog eens achterom om er zeker van te zijn dat ze niet gevolgd wordt. Ze hijgt en bij een verscholen bankje ploft ze neer.
‘Ik kan hier niet tegen’ de laatste tijd sinds haar man is overleden, praat ze vaker hardop als ze alleen is. Laatst zei Janneke ‘ Oma, je praat in jezelf, …hoe lang doe je dat al?‘
Jet hijgt niet meer, ze is blij dat ze zit. Fladderend ploft Dikke Dollie naast haar en scharrelt met haar plompe lijf tussen de bladeren.
‘Wat is dit voor gekke wereld, wat gebeurt er allemaal? Een wereldcrisis, een pratende duif, verstrikte eend, een vreemde man die naar mij roept.’ Dollie nestelt zich tegen haar natte broekspijpen. Jet wordt hier toch wel een beetje blij van en mijmert …
‘Zo slecht heb ik het nog niet. Ik heb lieve kleinkinderen, en Janneke is verliefd, ik zag het in haar ogen en Harm doet boodschappen voor me. Ze houden me allemaal in de gaten en nu ook nog Dollie…’
Ze doezelt weg…..
Slepende  voetstappen die langzaam dichterbij komen doen Jet opschrikken.
‘Ik heb je gevonden!‘ Jet herkent de vent van de brug.
‘Donder op, was ik niet duidelijk?’
‘Ik wil mijn excuses aanbieden.‘
Jet is altijd al een furie geweest en schreeuwt ‘Opdonderen …… ‘
‘ Ik ben Kees Kardinaal… sorry, ik wilde alleen….’
Kees Kardinaal , Kees Kardinaal ?
‘Ben jij echt Kees, mijn Kees?
 …..we kusten achter het fietsenhok’

Ben je echt Kees, mijn Kees?

Feuilleton, aflevering 10

Door Terry Porcelijn

We kusten achter het fietsenhok………..

“Ja hoor ik ben het echt. En ik herkende jou meteen Jet. Wat is dat lang geleden. Vertel eens hoe gaat het met je? En hoe is het je vergaan in al die jaren?”
“Heel goed” zei Jet, “ik ben alleen sinds kort weduwe. Ik heb een lieve kleindochter, Janneke, die hevig verliefd is op ene Senn”. Kees schoot in de lach: “ dat is een aparte naam! Hoe is zijn achternaam?” “Verster”. Kees grinnikte: “dat moet een grap zijn: ik ben lid van Senver, en dit is wel heel toevallig”.
“En verder”, vervolgde Jet alsof hij niets gezegd had, “voel ik me een beetje raar met alles wat er gebeurt: deze duif hier, Dolly heet ze, kan praten en heeft me naar de eend gebracht omdat die in moeilijkheden verkeerde. Mag ik jullie even voorstellen: Kees Kardinaal, mijn eerste liefde, en Dikke Dolly, duif. Dolly kan praten. Zeg eens iets tegen Kees, Dolly”.
Ze moesten nogal hard praten vanwege de anderhalve meter afstand en Kees schoot naar een volgend bankje, zodat ze nog verder uit elkaar zaten. Hij was duidelijk nogal overrompeld en bekeek Jet met grote argwaan. “Als dit een truc is om van me af te komen lukt je dat aardig” zei hij. “Nee echt, ze praatte tegen me. Kijk maar hoe dicht ze tegen me aan zit, dat is toch ook niet gewoon?”
Jet kreeg het koud met die natte broekspijpen. Dus ze zei tegen Kees: “sorry, ik vond het heel leuk om je weer te ontmoeten, maar ik moet me dringend omkleden. Zullen we elkaar vanmiddag hier weer treffen, dan kunnen we elkaar uitgebreid vertellen over ons leven”.

Feuilleton, aflevering 11

Door Elze Mulder

‘Zullen we elkaar vanmiddag hier weer treffen? Dan kunnen we elkaar uitgebreid vertellen over ons leven.’
Na nog een groet loopt Jet al mijmerend over het bruggetje, het Berkenlaantje in. Hier wandelt ze altijd met haar hondje Akkie.
Waar is Akkie eigenlijk?
Weer voelt ze iets tegen haar been duwen – en met een schok is ze terug in de werkelijkheid. Akkie drukt zijn natte neus tegen haar been en piept luid. Jet vindt zichzelf terug in haar stoel – heeft ze dit allemaal gedroomd dan? Ze kijkt naar het balkon: daar zit nog steeds de dikke duif. Een heel gewone dikke duif, die koerend heen en weer stapt over de reling.
Een droom dus . Een vreemde droom, maar ook wel heel fijn: ze heeft Kees weer gezien… Ja, achter het fietsenhok, daar heeft ze hem gekust en hij haar. De allereerste keer ging het nog wat onhandig allemaal, maar dat veranderde langzaamaan, tot die dag dat haar zusje haar verklikte bij vader en moeder.
Een katholieke jongen en een gereformeerd meisje, nee dat was onmogelijk toen.
Zou ze daarom zo genieten van die twinkel in Jannekes ogen als ze het over Senn heeft? Het brengt haar weer een beetje terug naar die tijd….
‘Kom Akkie, dan gaan we even naar buiten.’
Ze zou best een ander rondje kunnen maken. Maar de droom was zo levensecht dat ze het niet kan laten om het gebruikelijke Anna’s Hoeve-rondje te doen. Misschien was het wel een voorspellende droom en gaat ze Kees nu echt tegenkomen? En stel dat ze die wit-met-zwarte eend ziet, wat betekent dat dan?
Akkie blaft even kort: er komt iemand aan op een scootmobiel. Het is niet die mevrouw die ze hier regelmatig tegenkomt, ziet ze. Hij of zij heeft een hoed op, Jet kan het gezicht nog niet goed onderscheiden.

Feuilleton, aflevering 12

Door Henja Kronenburg

Hij of zij heeft een hoed op en Jet kan het gezicht niet goed zien. Het bospad is smal dus doet Jet een stap opzij in de berm. Er gromt iets onder de hoed. ‘Graag gedaan’ zegt Jet. Akkie snuffelt wat rond het hondje van de scootmobiel. ‘Kom we gaan,” gromt de hoed weer. Het hondje luistert niet.De hoed kijkt om. Dan herkent Jet haar. ‘Ben jij het Dien? Dat is lang geleden. Hoe kom jij hier verzeilt?’ De hoed kijkt schuin omhoog en herkent Jet ook. ‘Oh ben jij het.’

‘Wat leuk, hoe is het met je, zie je nog wel eens iemand van vroeger? Ik droomde vanmiddag nog over Kees Kardinaal. Ken je die nog. Mijn eerste vriendje en nu kom ik jou tegen, wat bijzonder allemaal,’ rebbelt Jet.

‘Heb lang in Frankrijk gewoond. Lukt niet meer. Nu in St. Joseph, daar verderop. Vreselijk, maar je hebt geen keus. Vind geen aansluiting. Geen gesprek mogelijk,’ gromt Dien half binnensmonds,

‘nog steeds een dromer dus, was je vroeger al en wees maar blij dat je ouders een stokje voor die Kees Kardinaal hebben gestoken. Die knul deugde niet. Hij stapte zo over op Truus.’ ‘Truus?’ ‘Ja Truus van de slager op de Emmastraat. Ze was binnen de kortste keren zwanger en Kees verdween. Ze is toen getrouwd met Jaap Verster. Die wilde haar wel, zelfs met een volle buik. Truus is allang dood, maar Jaap woont nog in een aanleunwoning in Oudergaard in Kortenhoef. Wat sta je daar nou suffig te kijken, jij bent geen spat veranderd.’

Het hondje springt op de scootmobiel, Dien geeft vol gas en hobbelt met een rotvaart richting St. Joseph. Verdwaast staart Jet haar na, logisch dat ze geen aansluiting vindt. Akkie springt ongeduldig tegen haar op. ‘Ja, ja, we gaan,’ zegt Jet terwijl ze gedachteloos over haar koppie aait. Dan schiet ze overend, loopt met stevige pas en een grijns op haar gezicht naar huis. Hier moet ze meer van weten, dit gaat ze tot op de bodem uitzoeken.

Feuilleton, aflevering 13

Door Helmi Duijvestein

Dit lijkt wel teveel toeval op een dag en toch heeft ze het echt allemaal gehoord van Dien. Over die Kees Kardinaal en Truus en de man die met een zwangere Truus zijn verdere leven wilde delen. Dien had het over Jaap Verster. En die woont ook nog in Kortenhoef. En Janneke was vanmorgen toch op weg naar de opa van een vriendje, nadat ze bij haar was geweest. Janneke zei nog door de telefoon dat ze met Senn Verster bij zijn opa was . Zei ze toen niet dat ze in Kortenhoef was? Daarom kwam deze naam natuurlijk ook voor in de droom tijdens haar middagdutje. Verster komt natuurlijk ook niet elke dag als achternaam voor. En wie had nou ook al weer in haar droom gezegd dat Senn Verster wel erg op SenVer leek . De vereniging waar ze met zo veel plezier lid van is. Al jaren.!

‘Kom’ denkt ze ‘Ik ga snel naar huis en bij een kopje thee ga ik alles nog eens overdenken. Want dit is zelfs voor mijn brein niet meer te bevatten .’

Ze roept Akkie die ergens in de bosjes loopt . Akkie die natuurlijk nog helemaal niet klaar is met het snuffelen aan iedere boom . Gelukkig luistert Akkie meteen , doet een laatste plas en komt naar haar toe. Zijn trouwe honden ogen kijken haar vragend aan. Akkie snapt er niets van en denkt :’Nu al weer naar huis?’

Ze doet hem aan de lijn, doet haar jas goed dicht, knoopt haar shawl vast en loopt in gedachten naar huis.

Ze kan het bijna niet bevatten wat ze vandaag allemaal meemaakt. Een dag die eigenlijk gewoon begon met een zoektocht naar een kookboekje en de hulpvaardige Janneke die duidelijk met haar gedachte bij andere zaken was dan het zoeken naar een kookboekje voor haar oma . Jet wist aanvankelijk niet waarom ze zo’n haast had , maar toen ze Janneke later aan de telefoon had en hoorde dat ze met een jongen bij z’n opa was. Toen snapte ze het. Janneke is verliefd !! Ze zei toen ook nog dat hij Senn Verster heet. Zou hij een kleinzoon van die Jaap Verster zijn? Hadden zijn ouders destijds niet een winkel in Loosdrecht ? Een kruidenier of zoiets? Zoveel toeval bestaat toch niet?

Bij haar huis gekomen , doet ze de sleutel in het slot. Maar voordat ze de sleutel kan omdraaien wordt de deur geopend . ‘Hallo , niet schrikken. Hier zijn we ……! ‘ , wordt er vanuit de donkere hal geroepen . Ze schrikt toch wel een beetje ! ‘Wie kunnen dat nou zijn zijn?’


Feuilleton, aflevering 14

Door Irene Gret

Ze schrikt toch wel een beetje! ‘Wie kunnen dat nou zijn?’ Dan herinnert ze zich dat ze met Harm had afgesproken dat hij haar zou helpen met het opruimen van de spullen van Joop, zijn overleden vader. Die afspraak was al een maand geleden gemaakt, vóór de Corona-crisis echt uitbrak. Hij heeft kennelijk iemand meegebracht die kan helpen sjouwen. “Mag dit wel?’, vraagt ze zich af. ‘Is drie niet te veel in haar kleine appartement?’ Naast Harm staat een zwijgende, uit de kluiten gewassen jonge vent, type bodybuilder.

In de hal staan drie grijze vuilniszakken, enkele verhuisdozen en een rek met hangende kleding. Als ze de kostuums van Joop herkent schiet ze vol. Daar had ze niet op gerekend. Het was alsof ze Joop zelf de deur uit zet. Ze zag het pak dat hij bij hun 60-jarig huwelijksfeest had gedragen. Zo’n mooie man toen nog. Kaarsrecht, zilvergrijs haar en een twinkeling in zijn ogen. Alsof hij zo nog minstens tien jaar zou doorgaan. Maar niemand kan in de toekomst kijken. Een half jaar later werd hij geveld door een hartstilstand. Een mooie dood voor hem, maar voor zijn naasten moeilijk te verwerken. Ze hadden geen afscheid van elkaar kunnen nemen.

Overmand door de emoties moet ze even gaan zitten. Harm brengt haar een glaasje water. ‘Paps heeft in elk geval de Corona-crisis niet mee hoeven maken’, zegt hij. ‘Stel je voor dat jullie de afgelopen twee weken in quarantaine hadden moeten blijven met z’n tweeën. Dat was niet makkelijk geweest. Paps was meer het type van “Dat maak ik zelf wel uit of ik binnen blijf.”

Voor Jet is het nu niet het moment om terug te denken aan de opvliegende kant van Joop. Ze vraagt zich plotseling af wat er allemaal in die zakken en dozen zit. Persoonlijke zaken had ze nog niet uitgezocht. Misschien zat het stapeltje liefdesbrieven uit 1952 er ook wel tussen. Ze wil eigenlijk nog zoveel terugzien. Nog eens met haar neus in zijn truien verdwijnen.


Feuilleton, aflevering 15

Door Claire Verlinden

Ze wil eigenlijk nog zoveel terugzien. Nog eens met haar neus in zijn truien verdwijnen.

Maar Harm wordt ongeduldig. ‘Ik hoef niet alles in een keer mee te nemen. Welke doos wil je hier houden?’ Jet kijkt hem wanhopig aan. Vanmorgen in de Oppepper van Senver stond zo mooi ‘Het leven moet achterwaarts worden begrepen, maar voorwaarts geleefd’. Maar hoe dan?

Harm maakt zich zorgen als hij haar zo verdrietig ziet peinzen. Maar kordaat zegt Jet, dat ze de doos met brieven nog wil bekijken. Als Harm met de kledingszakken weg loopt, gaat er een scheut van pijn door haar heen. Ze grijpt de stoel bij de tafel en schuift de doos met brieven naast haar. Wat nu?

Eerst de G&E maar lezen. Lusteloos bladert ze door al het corona nieuws. Tot haar oog valt op de tekst Blijf niet hangen in het verleden, leef in het heden. Wat gebeurt er toch met me, denkt Jet. Waarom lees ik steeds dit soort berichten? In het heden leven op mijn oude dag? Tegeltjes wijsheden! Wat moet ik daar mee?

Ze opent de doos met brieven en peinst: Janneke en Senn zijn ook verliefd. Die zullen wel nooit brieven naar elkaar schrijven; nee die appen de hele dag. Dan heb je later geen dozen met brieven. Senn…. Verdraaid: zijn opa is Jaap Verster, die zit nu ook alleen, heeft ze begrepen. Hoe zou het met hem zijn? Voorwaarts leven… zou dat betekenen dat ik hem eens zou kunnen bellen? Gewoon vragen hoe het met hem is. Gewoon even gezellig. Was een hele sociale jongen vroeger. Janneke heeft vast een nummer. Haar hand reikt naar de telefoon. ‘Ja ja’, mompelt ze hardop, ‘leef in het heden’.


Feuilleton, aflevering 16

Door Hetty Blauw

Haar hand reikt naar de telefoon. Ja, ja, leef in het heden, denkt ze. Zo leuk is het heden nu niet. De hele wereld is in de ban van een virus waar nog geen medicijn voor is gevonden. Maar dan neemt ze toch een besluit. Klagen maakt de situatie toch niet beter en ze belt Janneke of die haar het telefoonnummer van de opa van Senn kan geven.

‘Kent u hem?’ vraagt Janneke.
‘Jazeker, we zaten vroeger samen op de middelbare school.’
In de tijd die Janneke nodig heeft om het nummer te verkrijgen slaat bij Jet de twijfel toe. Is dat niet gek zomaar iemand bellen. Wat zou hij wel denken.
Als Janneke na enige tijd terugbelt met het nummer besluit Jet niet te aarzelen en draait resoluut het nummer van Jaap.

Die is heel verbaasd als hij hoort wie er belt en waarom. Ze vertelt dat ze tijdens een wandeling Dien had gesproken, je weet wel dat leuke meisje met pikzwart haar en die felle ogen. Jouw naam kwam ook ter sprake. Toen bedacht ik dat de opa van het vriendje van mijn kleindochter net zo heet als jij en toen wilde ik weten of dat inderdaad zo was. Even was het stil aan de andere kant van de lijn maar toen zei Jaap, ‘dus Janneke is jouw kleindochter! Wat een lieve meid is dat, ze wilde me patience leren en spelletjes met me spelen.’

Ze bleven nog een hele tijd aan de telefoon hangen en betreurden het dat een kopje koffie drinken er voorlopig niet in zit. Wel spraken ze af elkaar geregeld te bellen om oude herinneringen op te halen en elkaar te bemoedigen in deze bizarre tijd.
Jet had nauwelijks de telefoon neergelegd, toen er hard op de deurbel werd gedrukt.


Feuilleton, aflevering 17

Door Joanna Kusman

Jet had nauwelijks de telefoon neergelegd, toen er hard op de deurbel werd gedrukt. Wat was dat nu weer… , normaal kwam er eerst een oproep op de intercom. Toch maar even opendoen dan. Voor de deur stond een kartonnen doos en tegen de liftdeur aangedrukt stond de pakket bezorger. “normaal moet u uw handtekening zetten, maar in Corona tijden vraag ik U alleen: bent u mevrouw Vanderlaken?”

“Ja, ja, dat klopt helemaal,” antwoordde Jet, nog wat overdonderd. “o.k. dan, prettige dag nog”, en met een grote armzwaai verdween hij met lift naar beneden. Jet boog zich voorover om het etiket te bestuderen.

Het handschrift was heel vertrouwd en de tekst bevestigde wat ze al dacht, de doos werd haar gestuurd door haar jongere zus Coosje. Het viel nog niet mee om hem naar binnen te tillen, wat zou er in godsnaam in zitten? Toen het gevaarte eenmaal op de salontafel stond, ging ze op zoek naar een schaar. Haar zus had het pakket zeer grondig met tape omwikkeld. Eenmaal geopend werd duidelijk wat de inhoud was: oude muziek boeken, zo te zien de collectie die van haar moeder was geweest.

Maar alvorens te snuffelen door die dierbare herinneringen, opende ze de bijgesloten brief van haar zus. “Lieve Jet”, las ze, “ik was op zolder en kwam deze muziek van mama tegen en dacht, dat het bij jou beter op zijn plaats is, omdat jij piano speelt. Verder hier alles goed, hoor, gelukkig iedereen gezond en wel, ik bel je nog van de week, liefs, Coos.”

Wat lief van Coosje. Met een warm gevoel haalde Jet een paar boeken van de stapel en las op de oude kaft van het eerste boek Kun je nog zingen……


Feuilleton, aflevering 18

Door Joanna Schopman

“Kun je nog zingen, zing dan mee.” Een golf van genoegen stroomt door haar heen.
Jet bekijkt inhoudsopgave
Pas het tiende liedje komt haar bekend voor. Zo’n lief zwijmelliedje

De bloempjes gingen slapen, ze waren geurensmoe.

Zij knikten met hun kopjes me een welterusten toe.

Zacht ritselt gindsche lindeboom en lispelt in den droom:

Goedenacht, goedenacht! Mijn kindje goedenacht.

Zouden de kleinkinderen voor zo’n liedje nog warm kunnen lopen?
Hé kijk: De paden op de lanen in. Dat zongen Joop en ik een keer tijdens het wandelen, maar we waren de tekst grotendeels kwijt. Tijdens groepswandelingen zongen we als kind altijd marsliederen, waardoor het lopen zo licht en gezellig werd.
Voor zijn overlijden liepen Joop en ik veel, met steeds stijver wordende heupen en benen en we merkten tijdens het zingen dat we ineens veel gemakkelijker liepen. Fantasie of alleen een kwestie van met het lied bezig zijn? Och, we liepen alsof we weer jong waren.
Kijk hier: Een karretje op de zandweg reed. Wat een medelijden met de man die doodmoe in zijn karretje insliep en nooit meer thuis kwam.
En kijk hier: Er schommelt een wiegje in ’t bloeiende hout.
Dat was zo dromerig en lief. Ik stelde me voor hoe de vogelfamilie in het nest met de bloeiende gordijntjes woonde en daar jubelend en vrolijk naar hartenlust zongen.
Ik was een buitenkind, dat in bomen klom en ging kijken of er al eitjes in de nesten lagen. Ik kende het bos vlak bij het huis van mijn ouders als mijn broekzak. Vaak was ik daar met mijn oudere broer en samen beleefden we, of fantaseerden we, de spannendste dingen.

En daar:

In ’t groene dal, in ’t stille dal, waar kleine bloempjes bloeien,

daar ruischt een blanke waterval en druppels spatten overal,

om ieder bloempje te besproeien, ook ’t kleinste ….

Wat vond ik dat mooi. Vreemd, dat gevoel kan ik nu niet meer oproepen.
In de index ook geestelijke liederen en nationale, misschien wel nationalistische gezangen. Toch zongen we ze uit volle borst. Uit overtuiging? Of enkel omdat zingen zo heerlijk is.
Boink! Het boek valt uit haar handen op de grond. Hé, wat ligt daar nu?


Feuilleton, aflevering 19

Door Helga Elzinga

Wat ligt daar op de grond? Jet bukt wat moeilijk en raapt een envelop op die uit het boek gegleden is. Ze haalt een brief eruit. Het papier is vergeeld en een beetje bros. De ogen van Jet zijn niet meer zo goed en als ze eindelijk haar leesbril weer gevonden heeft merkt ze dat het een liefdesbrief is, die haar vader aan haar moeder heeft geschreven.

…..en toen wij dat eerste kusje achter het fietsenhok wisselden wist ik dat jij het meisje was waar ik mee zou gaan trouwen….

Vol verbazing leest Jet niet verder. Dus haar ouders hadden al gezoend achter dat fietsenhok, net als zij en Kees Kardinaal jaren later.

Och, die Kees toch. Heb ik nou alles gedroomd of heb ik hem echt gezien vanmorgen bij de vijver? Het was in ieder geval een lange dag vol verrassingen. Ik ga maar eens slapen – en onder het neuriën van ‘de bloemetjes gingen slapen’ sluit ze de dag af.

De volgende ochtend wordt Jet wat stijf wakker. Ze doet even de stoelyoga en dan nog wat rek- en strekoefeningen. Boven de badkuip hangt haar blauwe broek te drogen. En plotseling weet zij het weer: de duif, de vijver, de eend met het plastic om haar poten en haar glijpartij in de vijver. Het kikkerdril dat ze uit haar broek heeft gewassen en de ontmoeting met Kees Kardinaal. Het was dus geen droom geweest.

Na het ontbijt besluit ze om vandaag naar de vijver te gaan. Misschien zou Kees weer op de brug staan. En dan zal ik aan hem vragen of het allemaal waar is wat Dien verteld heeft. Die was vroeger tenslotte ook al een enorme roddelaarster en heeft wel vaker gestookt tussen de meiden van de klas.

Die liedjes uit het zangboek van moeder hebben iets losgemaakt in Jet. ‘De paden op, de lanen in’ denkt ze, als ze na de middagboterham richting de vijver banjert. Ze ziet de eend onder de brug op de eieren zitten en daar op de brug staat Kees.


Feuilleton, aflevering 20

Door Bea Rigter

Ze ziet de eend onder de brug op de eieren zitten en daar op de brug staat Kees. ‘Hij loopt wel mank maar hij heeft ook iets stoers en nog steeds die krullen van vroeger waar ik zo gek op was,’ denkt ze.

Kees kijkt haar kant op , steekt een duim omhoog en zwaait. ‘Ik sta hier al vanaf gistermiddag’ roept Kees. Jet wil zich verdedigen. ‘Grapje. Je bent er en daar gaat het om. Dat gaan we vieren. Ik heb iets lekkers meegenomen.’ Kees wenkt haar om naar het veldje met de picknicktafels te lopen. Op een picknicktafel zet hij een koektrommel en daarnaast twee mooie wijnglazen. ‘Een Chablis uit de Bourgogne om onze ontmoeting te vieren,’ Hij houdt de fles omhoog en schenkt in. ‘de bank rechts is voor jou , deze voor mij en de tafel is voor de versnaperingen.’

Jet staat versteld, weet niet zo goed wat ze moet zeggen. ‘Wat apart dat je dit doet!’ ‘Ik vond het zo’n vreemde ontmoeting gisteren. Ik dacht: een vrouw die praat met een duif, in de vijver duikt om een eend te redden, die zegt dat ik moet opdonderen, een vrouw die het meisje was waarmee ik zoende – ze zal wel van iets bijzonders houden. Daarom doe ik dit. Laten we proosten!’

Hij gaat naar zijn bank: ‘Jij eerst,’ Jet trekt haar wenkbrauwen op. ‘jij pakt een glas en daarna ik en dan proosten we vanaf onze eigen bank naar elkaar.’ Jet gaat het steeds leuker vinden en loopt naar de tafel. ‘Kletskoppen! Mijn lievelingskoekjes!’ ‘Dat wist ik nog, pak er ook maar een van.’ Beduusd pakt Jet een glas en een kletskop en loopt naar haar bank. Kees doet hetzelfde. ‘Proost!’

‘Laten we genieten’ proost Jet. Kees glimlacht: ‘Ik heb een idee…’


Feuilleton, aflevering 21

Door Terry Porcelijn

Kees glimlacht: ‘Ik heb een idee. Zullen we elkaar vertellen wat we nog van onze verkering op school weten? Ik begin.
We zaten in de derde klas en jij was overgeplaatst op je eigen verzoek van 3a naar 3c, waar ik zat. Dat vond je een leukere klas, daar had je meer aansluiting mee. En dat heeft volgens mij heel goed uitgepakt, want je was meteen op je plek. Als klas waren we hecht en we hebben nog heel lang 3c-reünies georganiseerd. De laatste was geloof ik zo’n 15 jaar geleden. Dus dat hebben we lang volgehouden.

Ik werd meteen verliefd op je maar durfde dat niet te zeggen. En toen ben ik briefjes en tekeningen in je jaszak gaan stoppen en onder je fietsbel. In de trant van: “mijn hart staat in brand, water alsjeblieft” en met als afzender: Je Ridder. Het was zo leuk om te staan kijken hoe je reageerde.

Het heeft nog vrij lang geduurd voor je er achter kwam dat ik het was. Pas toen ik je heel romantisch aan de telefoon een eigen gemaakt gitaarliedje liet horen had je het door. We werden toen een tijdje een stel, met kusjes achter het fietsenhok dus.

Maar er zaten nog een paar jongens in onze klas die jou wel aanstonden en vice versa, dus het was, ook met de andere meiden, telkens weer heel flexibel wie er nou met wie was. De klasse-avonden waren dan ook heel boeiend. Wat een geweldige tijd was dat.

Nou jij: wat herinner jij je nog?’
Jet zit te genieten: zo herkent ze Kees weer helemaal. Hij is nog steeds super romantisch en het is heerlijk om in deze grimmige Coronatijd even ondergedompeld te worden in die onbekommerde schooltijd. Maar net als ze er even goed voor gaat zitten en wil beginnen komt er iemand aanrennen.


Feuilleton, aflevering 22

Door Elze Mulder

Maar net als ze er even goed voor gaat zitten en wil beginnen, komt er iemand aanrennen. Het is een jonge vrouw in een trainingspak. ‘Kunt u even komen helpen? Daarginds bij de vijver is iemand met een scootmobiel omgevallen!’ Jet en Kees kijken elkaar aan en zetten hun glas neer, dan lopen ze, zo snel als ze kunnen, achter haar aan, langs het pad dat naar het bruggetje leidt. Daar, voorbij de bocht, in de licht hellende berm, ligt een scootmobiel op zijn kant. De berijdster zit half rechtop ernaast, met haar hoed naast zich, in de modder.

‘Dien!’ roept Jet, ‘wat is er gebeurd?’ Wat een domme vraag denkt ze bij zichzelf, dat zie je toch…. ‘Ja, ik nam die bocht een beetje te krap,’ zegt Dien, zo stom! Ik kom niet meer overeind. En m’n voet zit een beetje bekneld’.
Met z’n drieën zetten ze eerst de scootmobiel rechtop en hijsen dan Dien overeind. Ze zetten haar op een bankje vlakbij. Kees overhandigt Dien haar hoed, die hij heeft opgeraapt – en terwijl Dien hem gedachteloos weer opzet, zegt ze tegen Jet: ‘Wie had dat nou gedacht, dat ik jou nu alweer tegenkom!’ En tegen haar jonge redster in nood: ‘Ontzettend bedankt dat je me hebt gered! En gelukkig vond je twee mensen die nog net fit genoeg waren om jou te helpen!’ De jonge vrouw neemt afscheid, en gaat verder met haar rondje hardlopen om de vijver.

Dien kijkt Jet weer aan, en dan kijkt ze naar Kees, ‘En mag ik vragen wie deze aardige heer is die je bij je hebt, Jet?’ Jet glimlacht – Dien kwam nooit naar de reünies – ze woonde immers in Frankrijk – dus geen wonder dat ze Kees niet herkent. ‘Dien, mag ik je voorstellen: Kees Kardinaal, die herinner je je toch nog wel?’ Kees steekt zijn hand uit en Dien drukt hem wat aarzelend…. ‘Kees, o ja, nu zie ik wel iets bekends, dat is lang geleden zeg! Maar wacht, toen ik je van de week tegenkwam had je het erover dat je van hem gedroomd had… Is je droom uitgekomen dus?’


Feuilleton, aflevering 23

Door Henja Kronenburg

‘Maar wacht, toen ik je van de week tegenkwam had je het erover dat je van hem gedroomd had…Is je droom uitgekomen dus?’

Verlegen kijkt Jet naar Kees. ‘Ja, ’zegt ze, ‘hij stond weer op de brug.’ Ze heeft er danig de pest in, weg het gezellige samenzijn waar ze zo van genoot. Als hij haar maar niet uitnodigt voor een glaasje wijn.

‘Zo Kees, wat bijzonder dat ik jou hier zomaar tegenkom, waar heb je je hele leven gezeten? Je was ineens van school verdwenen en ik heb nooit meer van je gehoord. Je had toch verkering met Truus? Die is toen al snel getrouwd met Jaap Verver. Wel jong hoor.’ Dien dendert door als een olifant in een porseleinkast.

Het zweet breek Jet uit. Dit is nou typisch Dien. Kennelijk haar hele leven niks bijgeleerd. Wanhopig kijkt ze naar Kees. Die kijkt ook niet vrolijk maar knikt haar bemoedigend toe.

‘Doet je voet nog pijn? ’ vraagt hij meelevend aan Dien.

‘Nee hoor, ik heb van die orthopedische schoenen , al rijdt er een vrachtwagen overheen dan voel ik nog niks.’ Kees inspecteert de scootmobiel, veegt wat modder weg en zegt opgewekt: ‘nou jij kan weer rijden, ga maar vlug naar huis om je schoon te maken.’

Overdonderd kijkt Dien van Kees naar Jet, gromt wat onder haar hoed, geeft vol gas en hobbelt stuiterend over het gras richting huis.

‘Pffft, met een zucht van opluchting kijkt Jet hem aan, ‘dat heb je handig opgelost.’

‘Ja, ik laat ons gezellig samenzijn toch niet door Dien verzieken!’

Lachend pakt hij haar hand en vrolijk wandelen ze terug naar de picknicktafel. Daar aangekomen schrikken ze enorm, och hemel, helemaal vergeten afstand te houden. Ze weifelen even maar gaan toch maar op anderhalve meter afstand bij hun eigen glaasje zitten. Nemen een slokje, kijken elkaar aan en krijgen acuut de slappe lach.


Feuilleton, aflevering 24

Door Helmi Duijvestein

Ze weifelen even maar gaan toch maar op anderhalve meter afstand bij hun eigen glaasje zitten. Nemen een slokje, kijken elkaar aan en krijgen acuut de slappe lach.

‘Net als vroeger’, zegt Kees en Jet denkt precies hetzelfde . ‘We hebben wat afgelachen destijds en konden ook om dezelfde dingen lachen.’ Het geeft Jet een bijzonder gevoel . Eigenlijk heeft ze zich sinds het overlijden van haar man zich niet meer zo zorgeloos gevoeld . Zou dat nu alleen door de herinnering aan een gelukkige jeugd komen of weet deze man, deze Kees, deze charmeur toch iets los te maken bij haar? Zit ze zomaar met een man die ze nauwelijks meer kent aan een picknicktafel een glaasje te drinken. Wie zou dat van haar verwachten ?

Ze realiseert zich wel dat Kees misschien helemaal niet meer de jongen is van vroeger. Dat ligt niet alleen aan zijn wat dikke buik en het feit dat hij heel veel minder haar heeft op zijn hoofd. Wat was ze toch dol op dat hoofd met die prachtige krullen! Ze kijkt nog eens goed naar hem en ziet dat hij voor zijn leeftijd nog best aantrekkelijk is. En wat zou hij van haar vinden? Of kijken mannen minder kritisch? Eigenlijk weet ze daar niets van . Voor haar Joop was ze mooi zoals ze was en hij was er blijkbaar heel tevreden mee, want ze hebben het immers jaren met elkaar uitgehouden. En Joop zei altijd dat ze er prachtig uitzag. Ze kijkt op die jaren terug met Joop met veel warmte en liefde.

‘Nou proost dan maar,’ zegt Kees ‘Op onze hernieuwde kennismaking. Ik zal je vertellen wat ik zo in mijn leven heb meegemaakt. Dat is best veel hoor! En daarna ben ik benieuwd naar jouw leven.’

‘Ja ja’, denkt Jet ‘zo ken ik hem weer.’ Zou ze wel aan haar leven toekomen als Kees eenmaal op zijn praatstoel zat? Was dat niet wat ze destijds al zo lastig vond toen ze verkering met hem had?


Feuilleton, aflevering 25

Door Irene Gret

Was dat niet wat ze destijds al zo lastig vond toen ze verkering met hem had?

Intussen is Dien onderweg naar St Joseph. Haar scootmobiel is dan wel oud, maar hij brengt haar toch waar ze maar wil. Hoewel, ‘wil’?

Dien heeft zich nog steeds niet verzoend met haar leven in Hilversum. Ze hunkert naar de Franse zon, de terrassen en het glaasje wijn. Ze mist de taal en de gesprekken met haar vrienden over literatuur, muziek en beeldende kunst. Lezen in het Frans, dat doet ze nog wel. Maar er komt nooit antwoord uit een boek, nooit de stem van een echt mens.

Enfin, ze heeft in ieder geval het gevoel dat het haar verbeelding prikkelt. Maar met dat rottige virus dat nu over de wereld waart, draaien haar gedachten wel veel in een kringetje rond. Ze zou zich zo langzamerhand eens uit dat coronakringetje moeten losmaken. Er is toch meer op de wereld dan alleen kommer en kwel?

Ineens schiet haar te binnen dat iemand haar heeft verteld over Senver. Voor zover ze begreep een of andere ouwelullenclub, die toch op dit moment veel voor de leden betekent. Ook als je elkaar niet lijfelijk kan ontmoeten, is er via e-mail inspiratie op te doen. Toch maar eens zoeken op internet of ze er iets over kan vinden. En misschien ook maar eens zelf actie ondernemen om contact te leggen met anderen. Zoals haar leven nu is, geeft het in elk geval geen voldoening.

Die ontmoeting met Jet en Kees heeft wel iets in haar wakker gemaakt. Ze is misschien zelfs een beetje jaloers. De ogen van Kees Kardinaal hadden getwinkeld. Niet door haar trouwens, maar door Jet. Bizar, dat Kees en Jet elkaar ineens weer hebben ontmoet. Of is het niet zo ineens als zij denkt? Die twee zaten wel heel vertrouwd met elkaar op dat bankje. En dan ook nog een glaasje Chablis erbij.


Feuilleton, aflevering 26

Door Hetty Blaauw

Die twee zaten wel heel vertrouwd daar op dat bankje. En dan ook nog met een glaasje Chablis erbij…. Wat Dien niet kan weten, is dat bij Jet de twijfel weer begint te komen. Ze vindt dat Kees eigenlijk wel erg kortaf tegen Dien is geweest – en dat laat ze hem ook weten.

‘Ach, Dien is altijd al een intrigante geweest en daar had ik nu geen behoefte aan,’ zegt Kees. ‘kom op, laten we nog een keer proosten op onze ontmoeting,’ en hij schuift steeds dichter naar Jet, die voelt hoe ze daar eigenlijk niet van gediend is. Kees reageert daar geïrriteerd op – zoals hij dat vroeger deed als hij zijn zin niet kreeg.

Op dat moment gaat de telefoon; Jet ziet dat het Janneke is. Deze vraagt waar oma is, want ze staat samen met Senn bij haar voor de deur om iets te brengen. Zou Kees weten dat Senn zijn kleinzoon is, vraagt Jet zich af.

Jet wil nu wel graag naar huis want ze voelt zich een beetje ongemakkelijk. Enerzijds wil ze het gesprek met Kees voortzetten, maar ze wil ook graag haar kleindochter zien. Ze staat op, bedankt Kees en loopt weg met een armzwaai, ‘Tot de volgende keer!’ en daar gaat ze.

Thuis staan Janneke en Senn met een prachtige bos bloemen en een doos bonbons. ‘Van mijn opa,’ zegt Senn, ‘omdat het Pasen is en omdat hij het zo leuk vindt dat u hem belde.’

De volgende ochtend pakt Jet de telefoon om Jaap Verster te bedanken voor de leuke attentie. Het gesprek komt ook op de ontmoeting met Kees Kardinaal. Dan wordt het even heel stil aan de andere kant van de lijn. Na lang aarzelen zegt Jaap dat hij Kees na veel innerlijk geworstel toch wel dankbaar is, want hij heeft, door de situatie waarin Kees Truus heeft achtergelaten, een mooi huwelijk gehad en een prachtige zoon en kleinzoon gekregen.

Truus had nog wel pogingen gedaan om Kees te laten weten dat er een jongen geboren was, maar ze had nooit enige reactie gehad, ook niet van Kees´ ouders. Die wisten niet eens waar hun zoon was gebleven.


Feuilleton, aflevering 27

Door Joanne Klusman

Truus had nog wel pogingen gedaan om Kees te laten weten dat er een jongen geboren was, maar ze had nooit enige reactie gehad, ook niet van Kees’ ouders. Die wisten niet eens waar hun zoon was gebleven.

Het gesprek valt nu helemaal stil; Jet probeert te verwerken wat Jaap haar vertelt, en Jaap voelt opeens weer hoe die periode in zijn leven hem heeft verward en uit het lood geslagen. ‘Tja,’ hervat hij zijn verhaal na enige tijd, ‘het is al zo lang geleden, maar het grijpt me nog steeds aan… sorry, Jet, dat ons gesprek zo’n wending neemt.’ Maar Jet reageert terug: ‘Maar Jaap toch… zulke dingen zijn ook heel ingrijpend, dat is logisch, en ik ben blij dat je het met me deelt!’ Toch is Jaap nog wat slag en hij beëindigt het telefoontje met de belofte, dat hij binnenkort wel iets van zich laat horen.

Jet slaakt een diepe zucht. Het aloude gezegde: ieder huis heeft z’n kruis, gaat nu ook weer op.

Het zou verstandig zijn, als ze eens bij zichzelf overlegt, wat ze vandaag kan doen. Eerst maar eens huishoudelijk (dat gaat ondanks alles gewoon door) en daarna weer de mailtjes checken. Ze beseft, dat het, juist in deze tijd, belangrijk is om bezig te blijven. Positief bezig zijn, dát is haar motto. Dus gaat ze een wasje in de machine gooien en de keuken aan kant maken. Na een dik half uur is ze tevreden over de keuken: die oogt weer spic en span! Dan maakt ze voor zichzelf een lekkere kop koffie en opent de computer.

Er zijn weer heel wat mails te bekijken, ze scrollt langs alle nieuwe berichten. De meeste afzenders kent ze goed en er zijn ook weer wat berichten van de bank en de overheid, niets nieuws onder de zon. Maar wacht eens… deze komt haar niet bekend voor: uit Zwitserland, een plaatsje in de Alpen, waar ze vroeger veel kwam met man en kinderen. Hoe komen die mensen nu aan haar e-mailadres?


Feuilleton, aflevering 28

Door Joanna Schopman

Hoe komen die mensen nu aan haar e-mailadres?

Jet denkt terug aan dat Zwitserse vakantiedorp: een pittoresk dal, mooie chaletjes en nog geen toeristenhotels. Met prachtige bergwandelingen, die de kinderen, toen nauwelijks kleuter-af, zonder zeuren deden. ‘Natuurlijk zorgden we wel dat er aan het einde iets was om naar uit te kijken. Soms was dat een berghut, waar we warme Ovomaltine dronken. Dat vonden ze heerlijk en Joop zat er dan glunderend bij, alsof hij degene was die verwend werd.

O en die keer, dat we, heel hoog, op een holle weg terechtkwamen! De sneeuw begon pas te smelten, waardoor een brok verijsde sneeuw, net zo hoog als de wanden van de holle weg, de weg versperde. De ruimte naast het blok was net groot genoeg om erlangs te kunnen schuifelen. Dat was best eng, maar we moesten wel, omdat er verderop een kabelbaan was, waarmee we naar beneden wilden. De wandeling was al steil en langdurig genoeg geweest…’

‘Maar wat zit je nou terug te kijken,’ spreekt Jet zichzelf toe ‘je moet vooruitkijken, positief zijn. Ga op vakantie; doe iets leuks.’ Dan realiseert ze zich dat het nu even afstand houden is en zoveel mogelijk thuisblijven. ‘Dan gebruik je deze tijd maar om de mooiste reis voor jezelf uit te gaan zoeken, voor straks, na corona. Als het kan een heerlijk wandel- en fietsplekje in Nederland.’ Ze neemt zich voor vanmiddag alvast wat te gaan zoeken op internet. Maar eerst moet ze nu haar mail afhandelen. Ja, dat Zwitserse mailadres, het is blijkbaar van hun Zwitserse buurvrouw.

In een flits dit beeld: ze komen als gezin met de kabelbaan boven aan. Daar zien ze de buurvrouw, die ze hier hebben leren kennen. Ze staat aan de rand van de klif en staart naar beneden. Als ze de stemmen van de kinderen hoort, keert ze zich om en dan …


Feuilleton, aflevering 29

Door Bea Rigter

Als ze de stemmen van de kinderen hoort, keert ze zich om – en dan barst ze in tranen uit.

‘Hou me vast, hou me tegen, de stemmen in mijn hoofd zijn terug, ik moet springen!‘

Jet herbeleeft hoe ze dagen op haar buurvrouw insprak, ze moest die vrouw helpen en veranderen… Jet voelt weer haar onmacht, haar angst, hoe het steeds meer een obsessie werd. Jet beseft ook weer dat ze dwangmatig kan zijn. Totdat Joop de knoop doorhakte. Ze zijn er nooit meer geweest ter bescherming van hun gezin. Zo’n lieve vrouw, maar zo ziek in haar hoofd…. En nu deze mail?

‘Lieve Jet en Joop,

De aanleiding voor deze mail is dat deze coronatijd mij inspireert om op mijn leven terug te kijken. En daar horen jullie ook bij; ik ben nog steeds dankbaar voor de grenzeloze liefde en zorg die jullie gaven , maar jullie konden mij niet helpen…’

Jet leest verder over haar strijd om te overleven. Over herhalende hallucinaties, pillen die niet hielpen, een problematisch leven en stemmen die bleven…. ze zucht..

‘Ik moet ook aan een man denken die uit Hilversum kwam. Jullie toch ook? Kees Kardinaal, misschien kennen jullie hem. Zo’n schat van een man. Door hem ben ik genezen. Hij woonde boven het dorp op de berg en elke dag kwam hij langs om mij ‘de weg te wijzen’ en gaf mij inzicht in mijn onverwerkte trauma’s. Een godsgeschenk…. maar ineens was hij weg….’

Het duizelt Jet: Kees Kardinaal, dat kan er maar een zijn… Bizar! Kees die op ‘hun’ berg woonde… Nu weet ik iets van Kees waarvan hij niet weet dat ik het weet…

Verstijfd en licht in haar hoofd loopt Jet heen en weer en begint hun Alpenliedje van vroeger te neuriën. Ze kijkt uit het raam en ziet Kees langs lopen… Ze tikt op het raam.


Feuilleton, aflevering 30

Door Terry Porcelijn

Ze kijkt uit het raam en ziet Kees langs lopen… Ze tikt op het raam. Kees kijkt op en ze wenkt hem om boven te komen. Verbaasd loopt hij naar haar voordeur. Ze doet de deur open en gaat een paar stappen naar achteren, om de gepaste afstand te houden. Dan zegt ze: ‘jij bent de laatste tijd overal in beeld, dat moet iets betekenen. Ik wil je een email laten zien die ik net heb ontvangen.’

Het fijne van Kees, zo herinnert ze zich, is dat hij nooit onnodige en onnozele vragen stelt, maar meteen doet wat het moment vereist. Zij gaat hem voor naar de computer en hij gaat zitten lezen. Hij is dan lange tijd stil.

Tenslotte draait hij zich langzaam om en kijkt haar aan. Hij schraapt zijn keel en zegt: ‘Toeval bestaat niet, daarvan ben ik altijd overtuigd geweest. Maar onze levenslijnen kruisen elkaar wel vaak. Ik ben niet gauw van mijn stuk, maar dit is wel heel apart: dat jullie uitgerekend in mijn uithoek van Zwitserland terechtkwamen.’

‘Vertel eens hoe jij daar beland bent?’ vraagt Jet.

‘Nou,’ zegt Kees, ‘na mijn eindexamen ben ik, net als jij, niet gaan studeren want ik wilde iets met mijn handen doen. Ik heb een opleiding tot timmerman gedaan en verdiende al gauw genoeg om een grote reis te plannen. Maar de liefde kwam er tussen, ik heb enige tijd iets gehad met Truus, die ken je wel van school. Maar haar ouders vonden ons te jong en ze verboden ons om elkaar nog te zien.

Dus toen ben ik alsnog vertrokken. Na een reis van maanden, die ik betaalde door onderweg allerlei baantjes aan te nemen, belandde ik in Ecuador, waar ik een paar jaar heb gewoond. Daarna had ik het wel gehad met de vochtige hitte en ben ik terug gegaan naar Europa. En ik wilde in zo schoon mogelijke lucht wonen. Dus een Zwitserse berg leek mij helemaal top.’

Jet hangt aan zijn lippen. En ineens realiseert ze zich dat hij waarschijnlijk niet weet dat hij een zoon heeft. Moet zíj hem dat nu vertellen? piekert ze.


Feuilleton, aflevering 31

Door Elze Mulder

Jet hangt aan zijn lippen. En ineens realiseert ze zich dat hij waarschijnlijk niet weet dat hij een zoon heeft. Moet zíj hem dat nu vertellen? piekert ze.

‘Heb je eigenlijk ooit nog weleens wat van Truus gehoord?’ vraagt ze voorzichtig.

‘Nee, ‘t ging allemaal nogal abrupt – we mochten echt hélemaal geen contact meer hebben van haar ouders. En van de weeromstuit wilde ik hier toen ook zo gauw mogelijk weg, weg uit dit benauwde dorp, de wijde wereld in. Ik heb op internet wel een keer een rouwadvertentie zien langskomen, toen begreep ik dat ze getrouwd was met Jaap Verster en dat ze een zoon had, en kleinkinderen.’

‘Waarom ben je nu eigenlijk na al die jaren terug gekomen Kees? Wat bindt je nog aan dit benauwde dorp?’

‘Tja – hoe gaat dat als je ouder wordt – je wilt toch terug naar waar je vandaan kwam. En eigenlijk was het plan om alleen een kijkje te nemen, als het ware, een nostalgietripje, ik zou maar een paar weken blijven. Maar ja, nu met die coronatoestand… Ik moet ook iets gaan regelen voor mijn huis in Zwitserland, voorlopig kan ik nog niet terug.’

‘Woon je daar helemaal alleen dan,’ vraagt Jet na een lichte aarzeling. Is ze niet te nieuwsgierig?

‘Eh, ja wel sinds mijn vrouw is overleden, nu alweer twee jaar geleden.’

‘O – dat spijt me voor je…. maar ik weet wat het is. Mijn Joop is ook al weer drie jaar dood.’

Dat delen ze dus, en het geeft het gesprek direct een veel persoonlijker wending. Maar net als Jet wil vragen waar hij nu eigenlijk verblijft hier in Hilversum gaat de bel.

‘Ach ja, mijn kleindochter Janneke zou vanmiddag even langskomen – we zouden samen lunchen – ieder met z’n eigen boterhammetjes hoor….’

Kees staat op en loopt met haar naar de deur. ‘Dan ga ik maar gauw. Ik zie je vast binnenkort nog weleens?’

Bij de voordeur in het vrij krappe halletje ontstaat nog een omzichtig ballet, als Janneke naar binnen wil stappen op het moment dat Kees zich nog eens, met een hand op zijn hart, omdraait naar Jet.


Feuilleton, aflevering 32

Door Claire Verlinden

Bij de voordeur in het vrij krappe halletje ontstaat nog een omzichtig ballet, als Janneke naar binnen wil stappen op het moment dat Kees zich nog eens, met een hand op zijn hart, omdraait naar Jet.

‘Wie was dat nu?’ vraagt Janneke heel verbaasd. ‘Krijgt u in coronatijd bezoek van oude mannen?’ Jet loodst Janneke de kamer in en duwt haar op een stoel. ‘Ga zitten jij en dan zal een oude vrouw je eens wat over het leven vertellen,’ zegt Jet bitser dan ze bedoelt.

‘Ha, ja, Oma, vertel over vroeger!’ grijnst Janneke. Maar intussen loopt ze naar de keuken om thee te zetten. ‘Dat mag toch wel? Bij oude verhalen hoort toch thee en een koekje?’ ‘Oude verhalen,’ peinst Jet, ‘je moest eens weten hoe nieuw deze verhalen zijn. En hoe verweven oude verhalen misschien wel met jouw leven zijn.’

Onder het genot van thee met een koekje vertelt Jet het verhaal van de Zwitserse buren en de toevallige samenloop van omstandigheden van de ontmoeting met Kees. Janneke luistert geamuseerd. Intussen flitsen gedachten en beelden door Jets hoofd: Kees weet niet dat hij een kleinzoon heeft. Senn van Janneke weet misschien helemaal niet, dat Jaap niet zijn echte opa is. En doet dat er toe of juist helemaal niet? Waar gaat het om in het leven: gaat het om biologisch ouderschap of daadwerkelijk ouderschap?

Janneke ziet dat oma Jet niet meer bij haar verhaal is. Wat is er met haar? Opeens stokt het verhaal bij die oude man die ze net de deur uit heeft zien gaan. ‘Ik blijf maar ratelen,’ zegt Jet, ‘vertel jij eens hoe het met jou is. Alles goed met je vriendje Senn Verster, hoop ik?’ Janneke slaakt een diepe zucht. Haar ogen dwalen naar buiten, waar de grote prunusboom in volle bloei staat. ‘Nou?’ vraagt Jet vriendelijk…


Feuilleton, aflevering 33

Door Helmi Duijvestein

Janneke slaakt een diepe zucht. Haar ogen dwalen naar buiten, waar de grote prunusboom in volle bloei staat. ‘Nou?’ vraagt Jet vriendelijk. Janneke aarzelt, ze weet niet zo goed waarmee te beginnen. ‘Tja, verliefd zijn is best ingewikkeld en nu in deze tijd extra, zo lijkt het wel…’

Janneke gaat wat lekkerder zitten en besluit oma toch meer te vertellen en zelfs om raad te vragen. ‘Eigenlijk waren Senn en ik al verliefd toen de school nog open was. We zagen elkaar natuurlijk op school en na school zaten we soms uren ergens op een bankje te praten, grapjes te maken en natuurlijk ook wel heel veel te vrijen. Thuis zei ik dan dat ik bij een klasgenootje huiswerk zat te maken. Gelukkig ben ik best goed op school en je weet, als ik tijdens de les goed oplet, hoef ik het thuis nauwelijks meer te leren.’ Dat herkent Jet van haar zoon. Dat was ook zo’n slimme leerling en ze hoefde nooit achter het maken van huiswerk aan te zitten.

‘Maar ja,’ gaat Janneke verder ‘bij Senn gaat het wat moeilijker en hij moet er hard voor werken. En nu we via Zoom schoolopdrachten krijgen is het bij de ouders van Senn duidelijk geworden dat hij wel heel hard moet werken om over te kunnen gaan. Ze waren best boos op hem en ze hebben hem nu een soort huisarrest gegeven. Hij moet voorlopig thuis blijven tot hij weer bij is met het schoolwerk.‘

‘Nou,’ zegt Jet ’dat is nu toch helemaal niet moeilijk? Iedereen heeft een soort huisarrest, maar dat noemen we nu quarantaine! Een duurder woord maar het betekent hetzelfde.’ ‘Voor jou misschien niet zo moeilijk,’ reageert Janneke geïrriteerd , ‘maar voor ons betekent het dat we elkaar nu niet kunnen zien en het allerbelangrijkste: niet meer kunnen zoenen, plus de rest. Je weet best wel wat ik bedoel. Was dat in jouw tijd ook zo?’

‘Weet je, Janneke, wij mochten vroeger bijna niets. Hoe verliefd je ook was. Met alles wachten tot je getrouwd was, was het devies. Een klein knuffeltje mocht nog net, maar zeker niet in het openbaar. En een bed delen kwam niet eens in je op. Alles stiekem!’

Jet ziet ineens dat wat haar kleindochter nu vertelt en eigenlijk ook vraagt heel erg raakt aan dat wat zij en Kees hebben meegemaakt tijdens hun schooltijd. Zo verliefd – en nergens heen kunnen om dat te ervaren. Toen heeft ze het veroordeeld als ze hoorde dat klasgenoten op dat gebied aan het experimenteren waren. Zij deed dat niet, zeker toen nog niet. Dat Kees en Truus wel verder waren gegaan – en wat het gevolg daarvan was – dat weet zij allemaal pas sinds kort.


Feuilleton, aflevering 34

Door Irene Gret

Dat Kees en Truus wel verder waren gegaan – en wat het gevolg daarvan was – dat weet zij allemaal pas sinds kort.

Inmiddels is Kees bij Jet vertrokken. Niet met de lift naar beneden, denkt hij. Ik neem de trap! Professor Erik Scherder vindt dat je dat ook in deze coronatijden moet doen. Kees heeft de professor hoog zitten. Bewegen is niet alleen goed voor het lijf, maar ook voor het brein. Met twee treden tegelijk gaat hij dus de trap af. Een klein beetje kortademig is hij er wel van, maar dat mag op zijn leeftijd. Buitenlucht, dat is wat hij nodig heeft.

Het verhaal over Zwitserland heeft hem meer geëmotioneerd dan hij had gedacht. Eenmaal beneden neemt hij automatisch de tred aan waarmee hij destijds de bergen in trok. Dat doet hem goed. Zijn gedachten gaan naar de vrouw die hij op een moeilijk moment in haar leven heeft kunnen helpen. Wat is dat toch tussen hem en vrouwen? Zelf had hij het idee dat hij in Zwitserland over een speciale gave beschikte. Daar ervoer hij het vermogen om zich in iemand in te leven om daarna de problemen als een jas af te nemen. Het Zwitserse bergklimaat hielp daar natuurlijk goed bij. IJle lucht, stralend blauwe hemel en ijskoud water uit een snelstromend bergbeekje.

Opeens is hij weer daar. Hij hoort de koeien de berg opgaan, klokken beierend om hun sterke nekken. Wat zou hij nu graag teruggaan naar zijn chalet in de Zwitserse bergen, maar de coronacrisis maakt dat volstrekt onmogelijk. Hij ademt diep in, het is alsof hij de ijle berglucht inhaleert. Automatisch gaat zijn hand naar zijn hart.

Hij heeft wel gezien hoe argwanend Jet naar dat gebaar keek. Voor hem is het een groet, een vorm van respect en verbondenheid. Voor Jet betekent het misschien een aanzet om haar te versieren. Maar Kees weet op zijn leeftijd maar al te goed, wat die hand op zijn borst te betekenen heeft. Buiten adem zoekt hij een bank en gaat even zitten.


Feuilleton, aflevering 35

Door Henja Kronenburg

Buiten adem zoekt hij een bank en gaat even zitten. Hij ademt diep in en uit en concentreert zich op het ritme van zijn ademhaling. Na een paar minuten wordt hij rustiger. Zijn hart klopt niet meer zo snel. Hij sluit zijn ogen en gaat met zijn aandacht naar binnen. Hij hoort de vogels met hun voorjaarsgetsjilp. Heerlijk.

‘Meneer, voelt u zich wel goed?’ Kees schrikt van de por tegen zijn schouder. Een jonge knul op een skateboard kijkt hem bezorgd aan, ‘oh sorry, geen anderhalve meter.’ En hij rolt een stukje verder. Kees knikt en zegt: ‘Bedankt jongen, ik zat wat te mijmeren.’ ‘Oh, oké, nou doei.’ En weg is hij.

Kees kijkt hem peinzend na. Waar zat hij met zijn gedachten? Ja, in Zwitserland. Op zijn berg met het kleine, maar o zo gezellige huisje waar hij samen met zijn vrouw zo’n gelukkig leven heeft gehad. Helaas is hun kinderwens nooit vervuld. Daar hebben ze veel verdriet van gehad. Samen hebben ze zich verdiept in natuurgeneeskunde en kruiden. Daar hebben ze veel mensen mee kunnen helpen. Hij begreep het nooit zo, maar hij voelde heel vaak aan wat de oorzaak van de kwaal was. Door te luisteren en met ondersteuning van zijn kruidenmengsels kon hij vaak verlichting brengen. ‘Eerst naar de dokter, ik kan alleen verzachten,’ zei hij altijd. Alhoewel hij het idee had, dat zijn luisterend oor en wijze raad het meeste hielp. En altijd was die jongen op de achtergrond. In zijn dromen, gedachten. Een vaag figuur ergens in zijn geest. Dat heeft hij nooit begrepen. En dan nu iedere keer die toespelingen, eerst Dien en dan Jet die ineens ongemakkelijk gaat doen.

Ja, Truus, ja, hij weet nog dat hij hopeloos verliefd was, hij was eigenlijk met Jet toen hij zo verliefd werd op Truus. Dat gevoel met Jet was toch anders. Handje vasthouden en een kusje achter het fietsenhok. Tongzoenen was al te veel en seks helemaal over de grens. Toch had hij het een keer met Truus gedaan. In een bosje tussen de Kolhornseweg en de Hoorneboeg. Het was voor allebei de eerste keer, dat was nog een heel geklungel. Eigenlijk een beetje teleurstellend. Niet lang daarna mochten ze elkaar niet meer zien en was hij vertrokken.

Hij pakt zijn stok en kuiert kalm verder richting zijn hotel. Hij groet de portier met zijn hand op zijn hart en maakt een lichte buiging. Gedwongen door het virus geen handen geven, maar eigenlijk vind hij deze manier van begroeten best respectvol. In de lift krijgt hij ineens een kleur, oh nee, dat zal toch niet, Jet zal daar toch geen andere betekenis aan hechten? Oh nee, daar heeft hij geen zin in. Daar is hij absoluut nog niet aan toe Het is een aardige meid, gezellig om mee te babbelen, maar nee, zodra deze crisis voorbij is gaat hij snel terug naar zijn huisje op de berg.


Feuilleton, aflevering 36

Door Hetty Blaauw

Jet is een aardige meid, gezellig om mee te babbelen, maar zodra deze crisis voorbij is gaat hij snel terug naar zijn huisje op de berg.

Terwijl Kees aanstalten maakt om naar huis te gaan, zitten Jet en Janneke, elk met hun eigen gedachten , bij elkaar. Jet is begaan met haar kleindochter in deze bizarre tijd. Hoe ging zijzelf om met haar gevoelens toen ze zo jong was?

Ze herinnert zich dat ze van het ene moment op het andere, plotsklaps verwarrende gevoelens kreeg bij het binnengaan van klas 2b , het begin van het nieuwe schooljaar. Het overviel haar. Was dit nu verliefdheid? Ze zaten bij elkaar in de klas, samen op dansles, dezelfde vriendengroep, woonden in de zelfde straat. Het bleef bij liefde op afstand, hij zag haar wel, maar niet als iets bijzonders.

Ze was ook nog zo groen als gras, want ze vond het maar raar als haar moeder steeds kwam vragen of ze nog een kopje thee wilden, als ze met een andere buurjongen samen huiswerk zaten te maken op haar kamer. Pas veel later begreep ze waarom haar moeder dat deed.

Jet realiseert zich dat haar kleindochter niet geholpen is met verhalen over de beperkingen die jonge mensen vroeger hadden op het gebied van de liefde, of wat hun door de moraal van toen opgelegd werd.

Ze begrijpt heel goed dat Janneke worstelt met het feit dat Senn huisarrest heeft gekregen. ‘Kun je niet vragen of je Senn eventueel kunt helpen met zijn schoolwerk? Of mogen jullie helemaal geen contact hebben?’vraagt Jet. ‘Nee’, zegt Janneke. ‘De ouders van Senn denken dat zijn slechte schoolresultaten komen doordat hij te veel aandacht aan mij besteedt.’

‘Dan blijft er niet veel anders over om elkaar via appjes en dergelijke beter te leren kennen. Als je merkt dat hij echt zijn best doet om zijn cijfers te verbeteren, dan is het belangrijk dat hij weet dat je achter hem staat.’

Opeens krijgt Jet een idee. ‘Kunnen we over een tijdje opa Jaap niet inschakelen? Met de smoes dat hij zich in deze tijd wel erg eenzaam voelt en heel graag Senn een keer wil zien?’ Stiekem zouden Janneke en Senn elkaar dan kunnen zien. Al zullen ze het voorlopig met contact op afstand moeten doen, minstens 1,5 meter.

Jet kijkt haar kleindochter liefdevol aan, zou haar dolgraag even willen knuffelen, maar ja… ‘Doe wat je hart je ingeeft Janneke, laat Senn merken wat je voor hem voelt en als het je te veel wordt, kom je maar even thee drinken bij oma.’


Feuilleton, aflevering 37

Door Joanne Klusman

‘Laat Senn merken wat je voor hem voelt en als het je te veel wordt, kom je maar even thee drinken bij oma.’

Deze zinnen spelen nog lang door Jannekes hoofd, terwijl ze bedrukt naar huis toe fietst. Wat is de wereld toch veranderd sinds dat rotvirus is opgedoken. Het lijkt wel alsof er geen fijne dingen meer zijn… Maar dan bedenkt ze ineens, dat dat niet helemaal klopt: het is al heel veel weken stralend weer en de bomen en struiken staan vol met bloesem, alsof ze de mensen troosten in hun gevoel van gemis en onveiligheid.

‘Weet je wat… ik maak een foto van zo’n boom in z’n volle bloesempracht en daar schrijf ik een lief bericht bij. Senn moét weten dat ik hem steun en van hem houd!’ Janneke pakt haar telefoon en kijkt aandachtig om zich heen. Ze ziet opeens, dat de ene boom nog mooier is dan de andere… ze maakt een hele serie opnames. Daarna fietst ze naar huis om bij de mooiste foto ook nog mooie woorden te bedenken.

Hè, ze wordt er gewoon weer wat vrolijker van. Ze realiseert zich, dat het kijken naar schoonheid een fijn gevoel geeft. Als dat voor haar zo is, moet dat voor Senn toch ook gelden?

Thuis brengt ze aan haar moeder verslag uit van het bezoekje aan oma Jet en dan verdwijnt ze naar haar kamer om Senn een bemoedigend bericht te sturen.Terwijl ze peinzend uit het raam staart, komen er vanzelf woorden naar boven die zelfs wel een gedicht zouden kunnen worden…


Feuilleton, aflevering 38

Door Joanna Schopman

Terwijl ze peinzend uit het raam staart, komen er vanzelf woorden naar boven die zelfs wel een gedicht zouden kunnen worden…

Zó, de tekst is klaar. Ze wil Senn niet laten wachten en stuurt het bericht direct door. Hoe zou hij het vinden? Heeft ze hem zo laten merken dat ze graag dicht bij hem is? Dat ze hem geweldig vindt? Zijn ogen kunnen zo prachtig twinkelen en zijn haar is zo heerlijk zacht. Ze droomt even weg, maar al snel voelt ze zich onrustig. Ze móet iets gaan doen, maar wat? Bewegen dan maar. Naar de sportschool kan ze niet en de schoolgym is nu ook niet mogelijk. Fietsen, dat is het: het zonnetje schijnt, de bomen in bloesem wil ze best weer zien.

Met dit warme weer en de wind zal de bloei wel snel voorbij zijn. Ze fietst over de Boomberg, door het tunneltje naar het Corversbos. Hé, de tunnel is prachtig beschilderd, dat moet kortgeleden gebeurd zijn. Goed idee trouwens, als het zo mooi is, wordt er misschien niet zo’n zootje gemaakt hier. Janneke stopt even bij de bijenschans, waar de bijenvolken af en aan vliegen, het is oogsttijd voor hen.

Verder is er in dit stuk van het bos niet zoveel bloeiends, dus fietst ze maar door richting Gooilust. Daar ziet ze de bloeiende rododendron al, nog voor ze de brug over de gracht bereikt. Ze zet haar fiets neer en loopt naar de struik. Ze ziet dat er nog veel meer rododendrons zijn, hoe prachtig!

Als ze straks gaat studeren zal ze dat wel missen, even Gooilust in. Plotseling denkt ze bezorgd: Stel dat Senn zijn eindexamen niet haalt? Ze voelt zich akelig onrustig, want wat er ook gebeurt: zij gaat studeren!

Dan ziet ze dat ze dicht bij het gebouwtje is gekomen, waar Senn haar iets heel bijzonders heeft laten zien. Ze loopt er naartoe…


Feuilleton, aflevering 39

Door Bea Rigter

Dan ziet ze dat ze dicht bij het gebouwtje is gekomen, waar Senn haar iets heel bijzonders heeft laten zien. Ze loopt er naartoe. Ze kijkt door het patrijsraampje en ziet in het donker veel stoffige huisjes. Toch wel een beetje een zooitje denkt ze. Onduidelijk wat ze hiermee willen vertellen? Echte kunst gaat ze vast ooit in Amsterdam zien… Ze loopt naar haar fiets en daar ziet ze de man die bij oma was. Hij loopt met een stok, een beetje krom , maar heel standvastig.

‘Dag meneer, herkent u mij, u was bij mijn oma Jet!’ Kees hoort een jonge meisjesstem en kijkt op.´Goedemiddag, sorry – ik was met mijn gedachten in Zwitserland. Wat zei je?’ ‘U was bij mijn oma Jet vanmiddag.’ ‘Och ja dat is waar, nu herken ik je. Wat bijzonder. De laatste dagen kom ik steeds dingen of mensen tegen die met Jet te maken hebben.’

Ze staan op afstand, maar Janneke schrikt door iets van herkenning. ‘Ik dacht ik ga een stukje fietsen, want mijn vriendje Senn mag ik niet zien vanwege corona. Hij haalt slechte resultaten op school en nu hebben zijn ouders een verbod op ons contact gelegd. Dus ik fiets een beetje. Maar ik zie dat uw ogen verschillende kleuren hebben, één bruin en één groen – en dat heeft mijn vriendje Senn ook.’

‘Wat een toeval, zo vaak komt dat niet voor. Maar wat vervelend dat je je vriendje niet meer mag zien, dat is mij vroeger ook overkomen. Ik had een vriendinnetje, Truus , we waren verliefd, maar haar ouders verboden ons met elkaar om te gaan, en ik heb haar nooit weer gezien.’ ‘O,‘ zegt Janneke, ‘volgens mij heette de oma van Senn óók Truus. Maar dat was toen geloof ik niet zo’n aparte naam hè.’


Feuilleton, aflevering 40

Door Terry Porcelijn

‘Volgens mij heette de oma van Senn ook Truus. Maar dat was vroeger niet zo’n aparte naam hè?

Wat zo vreemd is: Senns vader heeft ook een groen en een bruin oog, net als Senn. Maar Senns opa zijn ogen zijn allebei blauw’. ‘Dat is inderdaad vreemd’, zegt Kees. ‘En hoe heet de opa van je vriendje?’ ‘Jaap Verster’, antwoordt Janneke.

Ineens ziet ze dat de aardige heer haar gespannen aankijkt. Het lijk wel of hij ergens van geschrokken is. ‘Hoe oud is Senns vader,’ vraagt hij. Wanneer is hij geboren? En was de vader van oma Truus slager hier in Hilversum?

Janneke schrikt van de manier waarop hij die vragen op haar afvuurt. Ze vindt het ineens een beetje griezelig, zoals hij haar aankijkt. Ze wil al weglopen en op haar fiets springen, maar hij beseft kennelijk hoe hij op haar overkomt en zegt snel: ‘Sorry, ik maak je aan het schrikken. Maar het is zo toevallig: Jaap Verster was mijn beste vriend vroeger en dat gedoe met die oogkleur en het feit dat zijn vrouw ook Truus heette: vind je dat niet erg toevallig? Wil je me een groot plezier doen en aan de opa van Senn vragen of hij me zou willen bellen? Hier heb je mijn telefoonnummer.’

Janneke beseft dat er iets heel spannends gebeurt. Iets wat invloed kan krijgen op het leven van veel mensen om haar heen. ‘Ik ga nu meteen naar Senn toe. Zijn opa woont in een aanleunwoning en mag geen bezoek hebben. Maar we kunnen hem natuurlijk vragen of hij contact met u opneemt. Ik hoop alleen dat ik Senn te pakken krijg, want hij mag niet met mij bellen of appen, weet u nog. Maar ik zal tegen zijn moeder zeggen, dat het heel belangrijk is. Tjonge, wat maakt dat virus alles toch ingewikkeld! U hoort snel van me, ik bel u wel!’ En weg is ze.


Feuilleton, aflevering 41

Door Elze Mulder

‘U hoort snel van me, ik bel u wel!’ En weg is ze. Ze fietst zo hard als ze kan naar Senn. Zou ze Senn wel te spreken krijgen? En wat zou hij van haar gedicht vinden? Ze is zelfs een klein beetje zenuwachtig. Stel dat hij het niks vond?

Senns vader doet de deur open. Als hij Janneke ziet, kijkt hij over zijn schouder. Senn heeft zijn hoofd al om de hoek van de deur gestoken en grijnst breed naar haar. ‘Heel even dan, Senn, je hebt vandaag nog een flinke taak te doen!’

Senn komt de gang in, maar blijft netjes op afstand staan. ‘Hoi Janneke,’ zegt hij heel neutraal, maar in zijn ogen leest Janneke een heel andere boodschap. ‘Heb je m’n mail gelezen?’ vraagt ze een beetje gespannen. ‘Jazeker!’ Hij strekt zijn armen al naar haar uit en doet een stap naar voren, maar bedenkt zich net op tijd. Zijn glimlach wordt zo mogelijk nog breder, en hij kijkt haar heel intens aan, met die mooie, bijzondere ogen van hem. ‘Ik schrijf je vanavond terug,’ zegt hij dan, ´als ik klaar ben met wiskunde. Zo jammer dat je me daar niet meer bij kan helpen…’

‘O,’zegt Janneke, er is nog wat, ik heb het telefoonnummer gekregen van een meneer die ik tegenkwam bij mijn oma. Hij kent jouw opa van vroeger, maar hij woont al heel lang in Zwitserland. Hij is nu tijdelijk hier in Nederland, en hij zou je opa graag nog eens spreken. Misschien kun jij je opa vragen of hij contact met hem opneemt? Dan app ik dat nummer nu even naar je. Goh, stel je voor dat we geen smartphone en whatsapp en zo hadden, dan was dat afstand houden nog wel een stuk lastiger geweest hè.’

‘Ja helaas,’ antwoordt Senn, ‘anders hadden we toch een goed excuus gehad om elkaar tenminste een hand te geven, jammer hoor…’


Feuilleton, aflevering 42

Door Claire Verlinden

‘Ja helaas,’ antwoordt Senn, ‘anders hadden we toch een goed excuus gehad om elkaar tenminste een hand te geven, jammer hoor…’ Ze grijnzen een beetje verlegen naar elkaar. En dan springt Janneke op de fiets. Senn buigt zich weer over zijn schoolwerk. Totdat even later een appje zich meldt. Toch maar kijken. Het stralende gezicht van Janneke verschijnt met een heleboel icoontjes en het telefoonnummer van een onbekende meneer die naar zijn opa vraagt.

‘Zit je nu toch weer op je app’ zegt zijn vader boos, die net de kamer in komt. ‘Ja, maar het is voor opa’, zegt Senn. En hij leest voor dat een zekere Kees Kardinaal naar zijn opa vraagt. Vader valt neer op een stoel en stamelt ‘Kees Kardinaal?’ Hij grijpt naar zijn hoofd. Wat is dit nu? Hij kent die naam maar al te goed. Senn kijkt verbaasd. ‘Kent u die man?’

Senn vertelt dat Janneke die man gezien heeft bij haar oma en dat die Kees contact zoekt met opa. Iets van wonen in Zwitserland en nu tijdelijk hier. Vader grijpt zijn eigen mobiel en belt zijn vader. Maar vóór de telefoon overgaat breekt hij af en kijkt Senn verbijsterd aan. ‘Ik moet je wat vertellen, denk ik’.

Het wordt een lang gesprek over vaderschap en keuzes in het leven. Senn heeft het gevoel of hij opeens stukken ouder wordt. Hij heeft nog nooit zo’n gesprek gehad met zijn vader en nu deze intieme dingen. ‘Dus jij wist altijd al dat opa niet je echte vader was?’ Vader haalt zijn schouders op. Hij denkt aan zijn gelukkige jeugd in Kortenhoef en hoe hij de gedachte aan de andere vader altijd weggedrukt heeft. Hij wil er ook eigenlijk niets mee te maken hebben. Hij hoeft niets met Kees Kardinaal. Senn merkt dat sommige gedachten pas langzaam in zijn hoofd ontstaan. Zijn opa is zijn echte opa niet en doet dat er wat toe? Hij is dol op opa Jaap.


Feuilleton, aflevering 43

Door Helmi Duijvenstein

Senn merkt dat sommige gedachten pas langzaam in zijn hoofd ontstaan. Zijn opa is zijn echte opa niet en doet dat er wat toe? Hij is dol op opa Jaap. Hij moet wel even aan dat rare idee wennen en voelt zich er een beetje verdrietig door. Hij krijgt ineens beelden van dat TV programma ‘opsporing verzocht ‘. Daar is altijd iedereen blij met de herenigingen, lijkt het. Hij merkt nu dat het dus niet zo eenvoudig is als het op de tv lijkt.

Hij realiseert zich ook dat hij tot nu toe alleen maar dacht vanuit het perspectief van hemzelf, zijn eigen vader en vanuit opa en oma. En dat die dit misschien allemaal niet zo leuk vinden. Oma is er niet meer en voor haar zou het misschien wel het moeilijkst geweest zijn om die Kees weer te zien. Zou het dan misschien toch goed zijn om het telefoonnummer van die Kees aan opa Jaap te geven? Hij weet het niet. Misschien is die meneer Kees Kardinaal wel helemaal niet zo’n onaardige man als hij aanvankelijk leek en was hij gewoon met z’n gedachten met andere dingen bezig. En hij heeft vast een eigen kant van het verhaal. Daar is Senn best benieuwd naar!

Zou het niet een idee zijn om die twee oudere mannen toch met elkaar in contact te brengen? Hij kan dat telefoonnummer toch gewoon aan opa geven? Opa Jaap kan toch altijd zelf beslissen of hij geïnteresseerd is in het verhaal van Kees Kardinaal? En wie weet willen opa en Kees Kardinaal wel over hele andere dingen praten. De twee mannen kenden elkaar immers al op de middelbare school. Opa Jaap blijft toch voor Senn gewoon opa Jaap! En Senns vader heeft hem een verhaal verteld over een geheim in zijn leven maar eigenlijk niets onaardigs gezegd over Kees Kardinaal. En had zijn vader niet zelf gezegd dat hij een heerlijke jeugd heeft gehad in Kortenhoef? Die kan niemand hem toch afnemen? Zou hij dan toch maar aan opa vragen of hij die meneer wil bellen? Of toch maar eerst overleggen met zijn vader? Ja, dat gaat hij eerst doen. Wat is het toch moeilijk om alles op een rijtje te zetten en dan te beslissen wat het beste lijkt.

Hij loopt de woonkamer in en ziet dat zijn vader aan de telefoon is. Hij spreekt met opa, zo te horen. Hij hoort zijn vader zeggen : ‘Pa, jullie hebben het altijd prima gedaan. Ik heb een heerlijke jeugd met jullie gehad en daar ben ik jullie heel dankbaar voor. Maar ik ben eigenlijk best benieuwd …..’


Feuilleton, aflevering 44

Door Irene Gret

‘Ik heb een heerlijke jeugd met jullie gehad en daar ben ik jullie heel dankbaar voor. Maar ik ben eigenlijk best benieuwd…’.Als zijn vader Senn ziet binnenkomen stokt zijn stem even. Met een brok in zijn keel zegt hij: ‘Luister eens pa, ik heb zojuist hierover voor het eerst een gesprek met Senn gehad. Dat emotioneert me nogal, zoals je kunt horen. Jij en ik hebben hier samen in geen jaren meer over gesproken. Dat was ook niet nodig: jij was gewoon mijn vader en Senns opa. Maar ik heb nu het gevoel dat te veel mensen zich met mijn, eh… ons leven bemoeien. Het gaat me te snel allemaal. Ik stel voor dat Senn en ik morgenochtend naar je toe komen om er eens rustig over te praten. In elk geval hoop ik dat je Kees Kardinaal hier nog even buiten laat.’

Terwijl hij dit zegt krijgt hij een knoop in zijn maag. Als hij heel eerlijk is heeft hij zich vanaf zijn dertiende afgevraagd wie zijn biologische vader was en hoe hij eruit zou zien. Ja, met een blauw en een groen oog, dat kom je niet zo gauw tegen. Maar verder? Van wie zou hij het verlangen hebben om op wereldreis te gaan? Waar komt zijn drang vandaan om in zijn eentje lange wandeltochten te maken? Hij hoopt ooit nog de voetreis naar Santiago de Compostella te maken. Dat herkende hij niet in zijn Kortenhoefse vader. ‘Oost West Thuis Best’, dat was het devies van vader Jaap. Hij was opgegroeid in een veilig en warm nest.

Aan de andere kant van de lijn is het is een tijdje stil. Jaap Verster zucht. Hij denkt terug aan het geluk dat hij met Truus heeft gehad. Nooit heeft hij spijt gehad van zijn beslissing om het kind van Kees en haar als het zijne te beschouwen. Kareltje was voor hen allebei een geschenk uit de hemel, vooral toen later bleek dat er nooit een tweede kind zou komen. Jaap bleek onvruchtbaar. Ineens is hij bang dat Kees Kardinaal zijn zoon komt opeisen, maar dan vermant hij zich. ‘Oké Karel’, zegt hij. ‘Het is goed om er eerst met zijn drietjes over te praten. Dan heeft Senn ook de kans om wat te vragen. Zullen we bij mij afspreken? Ik denk dat we die anderhalve meter afstand wel kunnen aanhouden. Jullie op de bank en ik aan tafel.’

Intussen gaat bij Oma Jet de bel. In het display ziet ze het onthutste gezicht van Kees Kardinaal. ‘Ik wil nog even met je praten. Mag ik boven komen?’


Feuilleton, aflevering 45 en slot

Door Henja Kronenburg

Intussen gaat bij oma Jet de bel. In de display ziet ze het onthutste gezicht van Kees Kardinaal. ‘Ik wil nog even met je praten. Mag ik boven komen?’

Ze gaan ieder aan een kant van de tafel zitten. Jet kijkt hem aan en wacht. Het blijft lang stil, maar dan begint Kees te praten. Een waterval.. Alles gooit hij eruit. Zijn liefde voor Truus, zijn leven in Zwitserland, het overlijden van zijn vrouw en zijn reis naar Nederland. Zomaar, zonder doel, gewoon weer eens terug. Hij heeft hier niemand meer. De ontmoeting met Jet , Janneke, Dien… Zijn hele middelbareschooltijd komt terug. En dan Senn? De vader van Senn?

‘Ik zit maar te piekeren in die stille hotelkamer, dus kom ik bij jou, kan jij me meer vertellen? Was Truus zwanger?’ Jet raakt even zacht zijn hand en zegt: ‘Ja jongen, daar kwam ze te laat achter, toen was jij al weg. Ze heeft nooit verteld wie de vader was, maar trouwde al snel met Jaap. In het raadhuis, in de kerk mocht niet. Jaap en Truus gingen in Utrecht studeren en Kareltje bleef bij haar ouders. In het weekend zorgden ze zelf voor de baby. Later ben ik ze uit het oog verloren, maar toen ik Dien tegenkwam vertelde die mij allerlei roddels. Daar houd ik niet van en toen heb ik Jaap gebeld.’ ‘Dus dan is Senn mijn kleinzoon?’

In Kortenhoef kijken Jaap, Karel en Senn elkaar aan. Tja, wie begint er. Senn aarzelt, kijkt van zijn opa naar zijn vader, ‘Wat is dit allemaal? Wie zijn jullie, wie ben ik?’ gooit hij eruit. Karel gaat aan de tafel zitten en opa naast Senn op de bank, legt even zijn hand op Senns hoofd en schuift dan naar het hoekje. Die afstand, juist nu…

Rustig vertelt opa het hele verhaal aan Senn. Dat hij altijd al verliefd was op Truus, maar dat die alleen maar oog voor Kees had. Toen Kees verdween en Truus zwanger bleek heeft hij haar ten huwelijk gevraagd. Gelukkig kregen ze toestemming van beide ouders, want ze waren nog minderjarig. Truus’ ouders zorgden voor Kareltje zodat zij konden studeren. Vanaf het moment dat hij de baby in zijn armen kreeg was Kareltje zijn kind. Ze waren zo gelukkig. Geen cent te makken, maar wat was het leven fijn. Dat geluk is nooit meer overgegaan, tot Truus overleed. Hij mist haar nog zo verschrikkelijk. Senn staat op, trekt opa overeind en slaat bij de tafel zijn armen om opa en zijn vader heen. Zo staan ze een tijdje heel dicht bij elkaar terwijl de tranen hun over de wangen stromen.

Janneke luistert ademloos naar het verhaal van Senn. ‘Wauw – en wat nu?’ ‘Geen idee, voor mij is er niet echt iets veranderd, opa is opa , en dat blijft zo. En ja, Kees Kardinaal? Die zou ik wel eens willen ontmoeten, maar dat willen we allemaal. We hebben wel telefonisch contact gehad, papa heeft lang met hem gesproken en dat ging heel goed. We gaan met zijn allen een keer naar Zwitserland en opa Jaap gaat mee, maar toch….’ ‘Hè, hè, suffie, dat is toch geen probleem? Dan gaan we toch Jitsi-bellen, jij gaat bij opa Jaap zitten met je laptop, ik bij oma Jet, en jouw ouders en Kees kunnen dat zelf wel.

De volgende dag logt iedereen in en de een na de ander verschijnt op het scherm. Even heerst er een ongemakkelijke stilte, tot Janneke en Senn de leiding nemen en voor ze het weten wordt er gelachen, over en weer grapjes gemaakt en zijn ze een uur verder. Kees vertelt dat hij toestemming heeft om naar Zwitserland terug te gaan. Er wordt een afspraak gemaakt, dat zodra de crisis voorbij is het hele gezelschap, ja ook oma Jet en Janneke, bij Kees op bezoek gaat.