Even terug in de tijd

Oorlogsmonument op de Kerkbrink

Vandaag, 6 juni, is het precies 76 jaar geleden dat onder grote belangstelling op de Hilversumse Kerkbrink een monument werd onthuld – een monument dat de oorlogsslachtoffers eerde. De datum: 6 juni 1945, één maand nadat de Tweede Wereldoorlog in Europa was afgelopen.


Onthulling van het beeld.

Met de oorlog nog zó vers in het geheugen namen de Binnenlandse Strijdkrachten in Hilversum het initiatief tot een monument, in samenwerking met het voormalig verzet en in overleg met de geallieerden die toen nog in Hilversum aanwezig waren: Canadezen en Britten. Het bestond uit een afgebroken zuil van anderhalve meter, op een stenen sokkel waarop deze tekst stond: ‘This memorial is dedicated to the fallen comrades of the N.F.I. and those of the alllied forces who made the supreme sacrifice in the cause of freedom. Erected on the first anniversary of D-day. 6-6-1945’. Met het monument wilde men de gevallenen in het verzet eren en een hommage brengen aan de bevrijders en hun honderdduizenden gevallenen. (N.F.I. betekent Netherlands Forces Interior, de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten). Het monument was gemaakt door de steenhouwers van gebroeders Kreuning aan de Koninginneweg, een bedrijf (anno 1893) dat nog steeds bestaat, nu als Baarnsche Steenhouwerij Kreuning.

Het tijdelijke oorlogsmonument op de Kerkbrink bij de onthulling op 6 juni 1945. Op de achtergrond hotel Hof van Holland.

Op die woensdag 6 juni klonken om 15 uur sirenes, waarna in heel Hilversum twee minuten stilte werd gehouden. Op de Kerkbrink gingen de vlaggen halfstok, werd het monument onthuld, was er twee minuten stilte, waren er toespraken en werden er kransen gelegd door tal van organisaties en bloemen door particulieren, waarna om 16 uur de vlaggen weer in top gingen.
Het was overigens nog een voorlopig monument. Het definitieve monument kwam in het Rosarium aan de Boomberglaan en werd op 3 juni 1949 onthuld. Waar het monument van de Kerkbrink gebleven is, is onbekend. Het is daar in 1950 of 1951 weggehaald.

Willibrord Ruigrok

Vervolg van Oppepper 16 mei: Tuinmanshuisje

Tuinmanshuisje: restant van landgoed Heidepark

Maar uiteindelijk was het landgoed te veel: bij zijn dood werd de grond verkocht, op 12 hectare na. Het gebouw werd ook voor andere doeleinden gebruikt – bijvoorbeeld: in juni 1933 werd er een bijeenkomst gehouden van “interraciale kring Allen Creaturen” met sprekers over de verhouding tussen rassen in het licht van het evangelie. In 1937 werd het hoofdgebouw een hotel, met name voor verlofgangers uit Indië. In de oorlog was het in gebruik bij de Duitsers. In 1971 werd het gebouw gesloopt en werden op het terrein het astmacentrum Heideheuvel en twee villa’s gebouwd.

Maar dan dat oude huisje, waaromheen alleen bomen en nieuwbouw te zien zijn. Het was een dienstwoning, waarschijnlijk de woning van de tuinman van het complex, daterend van 1875 à 1885. Van 1974 tot 1989 woonde daar de arts van het astmacentrum, Truus Schüller. In 1990 werd het gerestaureerd en daarna woonde er weer de tuinman van het terrein. Het staat nu al weer een poos leeg. Inmiddels is het een gemeentelijk monument, een huis ‘met cultuurhistorische waarde’. Het is het enige overblijfsel van een groot oud landgoed, samen met de twee stenen palen met daarop de tekst HEIDE en PARK, en een vijver die voor het landhuis lag en die er voor zorgde dat er ter plekke nog een heel flauwe bocht in de Soestdijkerstraatweg ligt.

De toekomst van dit gebied is vastgelegd in het ‘Masterplan Monnikenberg’. Het wordt daar een ‘bovenregionaal innovatief zorgpark’ waarin ziekenhuis Tergooi en Merem deelnemen, maar ook het Goois Natuurreservaat, omdat tegelijk ook het landgoed en de natuur versterkt moeten worden. Dat oude kleine tuinmanshuisje moet daarbij beslist behouden blijven, hoewel nog niet duidelijk is wat de functie ervan wordt, en, zegt het plan, “onderzocht kan worden of de toenmalige woning een specifiekere plek kan krijgen.” Dus misschien wordt het nog opgetild en op een andere plek neergezet.

                                                                                                                      Willibrord Ruigrok

Vervolg van de Oppepper van 2 mei 2021

Nog wat nieuws uit de Gooi- en Eemlander van honderd jaar geleden, 4 mei 1921:

  • “Op de Hilversumsche Ondermeent is onder het vee miltvuur uitgebroken. Reeds vier koeien zijn aan deze ziekte gestorven.”
  • B en W willen 12.500 gulden uittrekken voor de aanschaf van een auto-faecaliënwagen. Door zo’n wagen aan te kopen kan jaarlijks 4820 gulden worden bespaard “vanwege de beperking van de beerputtendienst, in verband met de voortdurende uitbreiding van de riolering.”
  • Het korte straatje tussen de Bosdrift en de Hilvertsweg, waaraan woningen worden gebouwd en waaraan het badhuis verrijst, moet nog een naam krijgen. B en W stellen de naam ‘Meidoornstraat’ voor. Het raadslid Van der Glas pleit voor de naam ‘Ferdinand Domela Nieuwenhuisstraat’ omdat het hier “een speciale arbeiderswijk” betreft. Domela Nieuwenhuis is een belangrijk socialistisch voorman en het eerste socialistische Kamerlid. Maar het wordt toch Meidoornstraat, omdat in de hele aangrenzende wijk de straten bloemennamen hebben.
  • “De 1e Meidag is hier zoo goed als ongemerkt voorbijgegaan. De roode schare heeft getracht door een optocht met muziek de aandacht te trekken, doch daar slechts 275 personen zich tot een stoet hadden gevormd, ging er weinig propaganda van uit enm mocht de roode demonstratie eerder een mislukking genoemd worden. Des middags en des avonds hadden er vergaderingen plaats, waarin sprekers den zegen van het socialisme verkondigden.”
  • De krant schrijft uitvoerig over het jaarverslag van ‘de Vereeniging tot opvoeding van halfverweesde, verwaarloosde of verlaten Kinderen in het Huisgezin, afdeling Hilversum en Omstreken’. De vereniging heeft 18 pupillen onder haar vleugels.
  • “De plaatselijke afdeeling der vereeniging ‘De Nederlandsche Padvinders’ geeft Zaterdagavond een uitvoering met bal in het concertgebouw.”
  • En tot slot nog een advertentie: “LIJDERS aan bloedarmoede, bleekzucht, slechte spijsvertering, maaglijden, neemt eens voor proef een heele of een halve flesch van de echt MEDICINALE GRIEKSCHE BLOEDWIJN, merk De Pleegzuster. Velen hebben reeds het herstel hunner gezondheid aan het gebruik van dezen krachtigen zuiveren Natuurwijn te danken.”
En nog een plaatje van het verkeershuisje

‘De electrische tram’, vervolg van de Oppepper van 18 april

Tussen ’s-Graveland en Hilversum reed deze paardentram, hier op een foto uit 1910. Op de zijkant staat de route: ’s-Graveland-Trompenberg-Station. En er is reclame voor Van de Brul kleding op de Kerkbrink en voor Noordmans kleding in Hilversum en Bussum. Foto Streekarchief Gooi- en Vechtstreek.

Diverse gemeenteraadsleden gaven zich tijdens de discussie niet zomaar gewonnen. “Het is zeer nuttig dat er een electrische tram komt, en moeilijkheden zijn er om overwonnen te worden.” Maar als er geen tram komt omdat die te duur is, kunnen we dan niet overschakelen op een autobusdienst? En moet exploitatie niet geschieden door de gemeente, omdat iedere particuliere maatschappij immers uit is op winst? En moet er niet toch nog een nader onderzoek plaatsvinden? Zou de gemeente niet een N.V. kunnen stichten, waarin het publiek aandelen kan kopen? Moet er niet zo spoedig mogelijk een autobusdienst komen, in plaats van op betere tijden te wachten? Moet er niet een commissie benoemd worden?
U ziet het: échte politiek…

Er werd een motie ingediend, die zei dat zo spoedig mogelijk moest worden voorzien in de behoefte aan plaatselijke publieke vervoersmiddelen en dat B. en W. een onderzoek moesten instellen naar de mogelijkheid van een plaatselijke autobusdienst en naar de beste exploitatievorm daarvan. Maar de stemmen staakten: negen vóór en negen tegen.
Dus geen electrische tram en ook geen autobus. Wel kreeg de ’s-Gravelandsche Tramweg-Maatschappij nog voor een jaar subsidie, omdat de paarden-lijn tussen ’s-Graveland en Hilversum van belang was, “zowel voor Hilversummers als voor ’s-Gravelanders die hier dan komen koopen.”

En wat gebeurde er daarna?

  • De paardentram, die was begonnen in 1887, werd twee jaar na bovengenoemde discussie in 1923 opgeheven.
  • In 1922 had de gemeente het Haagse bedrijf AMOVAM ingehuurd om twee buslijnen in Hilversum uit te voeren, maar dat gaf er een jaar later al de brui aan. ‘Stadsdienst Hilversum’ nam de zaak over en daarna een privé-onderneming. In de jaren dertig waren er diverse maatschappijtjes die busvervoer rond Hilversum aanboden.
  • De stoomtram, de ‘Gooische Moordenaar’ die in 1882 was gestart, heeft nog tot 1947 dienst gedaan.
  • Openbaar vervoer en verkeer zijn sinds mensenheugenis in Hilversum een groot discussiepunt gebleven.
  • In de jaren zeventig was er nog even een plan voor een electrische sneltram tussen Hilversum en omliggende plaatsen. Maar nee, ook dat is niets geworden. Géén electrische tram.

Willibrord Ruigrok

De Vondelschool – 31 maart 2021

Freek Buné, de maker van alle puzzelfoto’s merkt bij deze foto op:

Van de 20 scholen die Dudok in Hilversum heeft gebouw is de Vondelschool een van de mooiste, maar ook minder bekende scholen. Dan komt waarschijnlijk doordat het gebouw een beetje van de weg af ligt, achter de oude HBS aan de Schuttersweg. Misschien heeft de school daarom wel zo’n indrukwekkende entree, die van de weg af heel goed te zien is.

De Vondelschool is een horizontaal ontwerp met ineengeschoven rechthoekige volumes en platte daken, zoals Dudok zo vaak gebruikte in zijn scholen. Dat horizontale beeld van dit gebouw zou geïnspireerd zijn op het werk van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, die door Dudok werd bewonderd. Ook Wrights scheppingen hadden vaak lange horizontale lijnen.

De noordelijke vleugel van de school bestaat uit twee verdiepingen met lokalen, de zuidvleugel is de gymzaal. Daartussen een monumentale ingang, gemarkeerd door een hoge schoorsteen en een indrukwekkende, matte glaspartij waar het trappenhuis achter schuilt. De uitnodigende halfronde deur is omlijst met een prachtige fel oranje bakstenen boog, afgezet met een blauwe rand.

De Vondelschool is een goed voorbeeld van Dudoks visie op scholen, waarvoor hij internationaal veel waardering heeft gekregen. Hij ging daarbij uit van de beleving van het kind. Scholen moesten knus en veilig zijn, de ingang uitnodigend. Met veel kleuren, met lage ramen, lichte lokalen, met veel groen voor het raam zodat de natuur als het ware de klas inkomt.  De schoolpleinen waren grotendeels van de buitenwereld afgeschermd door het gebouw zelf. Een toren markeert meestal de ingang en de entree is vaak overdekt.

Dudok zelf zei daarover: “De schoolgebouwen zelf moeten een les zijn in het goede, schone en redelijke dat de kinderen er zullen leren.” Dat past in zijn opvatting dat architectuur een middel kan zijn om bewoners en gebruikers een gevoel van schoonheid bij te brengen.

De Vondelschool is nog volop in gebruik. Het gebouw is een rijksmonument.

Hilversum op Zee

Stel: je hebt een rederij met een aantal schepen. Hoe noem je die schepen dan? Naar je vrouw en kinderen misschien, of naar deugden of het koninklijk huis of historische personen of sterrenbeelden. Maar zou je je schip ‘Hilversum’ noemen? Niet zo logisch, al was het maar omdat Hilversum eigenlijk niets met de zee te maken heeft. Toch heeft een schip met de naam Hilversum de zeeën bevaren. Nog erger: meerdere schepen met die naam. Nóg erger: ook schepen die andere Gooise plaatsnamen droegen!

Op 24 juni 1917, dus tijdens de Eerste Wereldoorlog, voer het stoomschip Hilversum van Le Havre in Frankrijk naar Wales, Groot-Brittannië. Het werd getroffen door een ontploffende zeemijn die door een Duitse onderzeeboot was gelegd. De 19 bemanningsleden konden snel in de twee reddingssloepen komen, maar het verhaal wil dat kapitein Jeppe Wiebes van Schiermonnikoog nog papieren in veiligheid wilde brengen en met een sloep terugging naar het schip. Dat zonk echter plotseling en snel, en sleurde de sloep en de zes inzittenden mee naar beneden. De rest van de bemanning werd door een Engels marineschip gered. De Duitse onderzeeboot werd vijf maanden later door de Engelsen tot zinken gebracht. De weduwe van de kapitein van de Hilversum kreeg pas na maanden te horen dat haar man was omgekomen. Ze kreeg uiteindelijk wat pensioen van de maatschappij, maar daar werden de dagen van vermissing eerst van afgetrokken…

De Hilversum was in 1883 gebouwd in Newcastle, Engeland, en werd gekocht door de Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’ in Amsterdam. Het uitvoerende werk voor Oostzee werd gedaan door de firma Vinke & Co, en (daar komt de aap uit de mouw) de familie Vinke woonde in Hilversum!

Het verongelukte schip werd nog hetzelfde jaar 1917 opgevolgd door een nieuw schip met dezelfde naam. Dat werd gebouwd op de werf van A. Vuyk en Zonen in Capelle a/d IJssel (100 m lang, 1600 pk motor). De maatschappij Oostzee had inmiddels in zijn forse vloot ook al een schip met de naam Bussum. De Hilversum en de Bussum voeren op 23 november 1940 in een convooi van Sydney naar Groot-Brittannië met een lading graan. Op de Atlantische Oceaan werd het convooi door een Duitse onderzeeboot aangevallen. De Bussum werd getroffen; alle opvarenden werden door een ander schip gered. De Hilversum bereikte Engeland wel en heeft de oorlog overleefd. Het schip was vóór de oorlog nog genoemd in de Schager Courant van 2-12-1930: een wonderlijk verhaal van een Russische verstekeling die had kunnen ontsnappen uit een dwangarbeidskamp en zich aan boord van het Nederlandse schip vier dagen zonder eten tussen de kolen had verstopt.

We zoeken nog even verder. En dan blijkt dat die tweede Hilversum nog is opgevolgd door een derde, gebouwd in 1959 in Bremerhaven, Duitsland. Kranten melden dat in 1971 dit schip op de Westerschelde een aanvaring had met een Belgisch binnenvaartschip, dat daarop zonk, met één dode als gevolg. In 1974 is die Hilversum verkocht aan een Chileense maatschappij, die het in 1979 aan een Griekse maatschappij doorverkocht. In 1983 werd het in China gesloopt.

Inmiddels komen we dan in een maritiem register nog de namen tegen van andere ‘Gooise’ vrachtschepen van de Maatschappij Oostzee. Drie maal heeft Oostzee/Vinke een schip gehad met de naam Larenberg, twee maal een Bussum, drie maal een Trompenberg, en verder een Eem, een Boomberg en een Vecht! De firma Vinke, die bestaan heeft van 1860 tot 1985, heeft dus een hele Gooise vloot op zee gehad!

En dan vergeten we bijna nog de oudste Hilversum: een zeilschip dat in 1655 in Amsterdam werd gebouwd. Het schip met 62 kanonnen deed mee aan jacht op Barbarijse en Franse kapers in de Middellandse Zee en Het Kanaal, en was onderdeel van de vloot waarmee admiraal De Ruyter in 1659 deelnam aan de oorlog tussen Denemarken en Zweden. In 1665 hoorde het schip bij de Nederlandse vloot die in de Tweede Engelse Oorlog naar Londen optrok, maar het werd door de Engelsen buitgemaakt. In 1667 ging het, als Engels schip, ten onder toen Nederlandse schepen een wraakactie uitvoerden: de befaamde tocht naar Chatham. Maar… die oudste Hilversum blijkt niet ècht zo te heten! Het Hilversums Historisch Tijdschrift van de vereniging Albertus Perk in 2001 toont aan dat het schip wel als Hilversum gekend was, maar dat de officiële naam was: Verhildersum, genoemd naar de borg Verhildersum, een kasteeltje bij Leek in Groningen. Dus geen band met onze stad. Jammer, maar de Gooise vloot was al groot genoeg.

                                                                                             Willibrord Ruigrok

Fabrikeurswoning aan de Groest

Marie Louise van Rhijn, achterkleindochter van de oude fabrikeur wist het volgende te vertellen: Ze kwam er in haar j eugd vaak over de vloer. Voor de jongste spruiten van de familie, die zich tot de elite van het industriedorp mocht rekenen, was er in het huis aan de achterzijde een apart deel gereserveerd, waar de kinderen en kleinkinderen zelfs hun eigen salon-en-suite hadden. Dat bracht vaak uitkomst op de zondagen, wanneer de zoons en dochters bij hun ouders gezellig een kopje thee kwamen drinken.

De binnenzijde van Groest 116 was om een beetje stil van te worden. Achter de voorname hal strekte zich de drieënhalve meter hoge gang uit. De granieten vloer was verluchtigd met een gracieus lijnenspel uit de tijd dat de Jugendstil om zich heen greep. Een plaatje. Dezelfde sierlijke stijl werd verwerkt in het glas van de deuren van de vestibule.

Bijna alles getuigde in dit gemeentelijk monument van ‘toen’: de hoge vensters met glas-in-lood, de trappen, de reliëfplafonds in de kamers, de keuken met het Pieter de Hooghvloertje, maar ook de oude badkuip boven, en het behang uit overgrootvaders tijd dat niet geplakt maar gespannen werd. Met een beetje fantasie kon de bezoeker zich de huishouding van de familie Van Rhijn voorstellen, met de witgeschorte dienstboden en keukenhulpen die druk in de weer waren.

En indirect heeft Senver ook nog een voordeeltje gehad aan dit pand want onze chauffeur Willem Nieuwendijk kwam toen het een antiekzaak was regelmatig iets ophalen

60 jaar geleden had ik bij een expeditie bedrijf de “Postduif “ uit de Kampstraat een bij baantje en moest ik daar weleens een tapijtje halen van dat geld heb ik mijn rijbewijs gehaald

Bob Mager heeft zich verdiept in de textielgeschiedenis van Hilversum

Bekend zijn de fabrikeurs in de lakenindustrie. Deze werden aanvankelijk ook wel drapiers genoemd. Aangezien de diverse productiestappen, zoals inkoop van grondstoffen, spinnen, verven, weven, vollen en scheren door verschillende personen vaak op verschillende plaatsen geschiedde, moest er soms heel wat worden gereisd.

Grondstoffen, zoals wol, waren doorgaans niet op dezelfde plaats voorhanden als daar waar de afzetmarkt was. Voor het vollen had men een krachtbron nodig, wat doorgaans een watermolen was (volmolen). Ook zochten de fabrikeurs voor de werkzaamheden die streken uit waar de arbeid goedkoop en ruim voorhanden was, en waar eventueel ook deskundigheid op het betreffende vakgebied bestond vanuit een regionale traditie.

De activiteiten van de fabrikeurs bewerkstelligden dat sommige bedrijfstakken naar andere regio’s verplaatst werden. Zo stond de Leidse lakenindustrie aan de oorsprong van de Noord-Brabantse textielindustrie.

Een fabrikeur in linnen werd ook wel een linnenreder genoemd.

MAAR NIET IEDEREEN HAD HET GOED:

  • Marijke Schmidt dacht aan de haardenfabriek van de familie Jaarsma
  • Anneke Bavelaar dacht aan de woning van de familie van der Brink

Even terug in de tijd: de Spaansche griep: de corona van 1918.

De Spaanse griep brak uit in januari 1918. De oorsprong is onbekend: ondanks de naam worden China, Engeland, Frankrijk en Verenigde Staten als startpunt genoemd. Vooral de militairen die naar huis terugkeerden uit de Eerste Wereldoorlog waren de verspreiders. Het aantal doden was wereldwijd tussen de 20 en 100 miljoen! In Nederland vielen 38.000 doden op 7 miljoen inwoners (nú hebben we zo’n 15.000 doden op 17,5 miljoen inwoners) en in Nederlands-Indië 1,5 miljoen. De griep-epidemie is in 1919 vanzelf uitgedoofd. In Hilversum waren er alleen in de tweede helft van 1918 al 150 doden op 36.700 inwoners.

Berichten uit de Gooi-en Eemlander uit dat jaar:

  • “Deze ziekte begint nu ook in Naarden op onrustbarende wijze onder de burgerij huis te houden. Vele gemeentewerklieden, twee politiedienaren en tal van andere ingezetenen zijn door die verraderlijke ziekte aangetast.” (2-8-1918)
  • “Bij het vervoer van troepen door Loosdrecht bleken eenige maanschappen op reis door de Spaansche griep te zijn aangetast. In dekens gewikkeld maakten zij op wagens den verderen tocht mede.” (2-8-1918)
  • “Sinds eenige dagen heerscht in Blaricum de Spaansche griep en draagt een ernstig karakter. Circa een derde der bevolking is er wel door aangetast, terwijl de school voor 50 procent is ontvolkt. Tot nu toe kwam slechts één sterfgeval voor.” (19-10-1918)
  • “Vanmorgen is de Gooische H.B.S., die gesloten was wegens het heerschen van de Spaansche groep, weer geopend. Er waren echter nog 45 leerlingen afwezig, zoodat om 12 uur besloten werd de leerlingen nog tot a.s. Maandag vacantie te geven. De Chr. H.B.S. voor meisjes is nog gesloten, maar zal hoogstwaarschijnlijk ook Maandag weer beginnen.” 29-10-1918
  • “Door B&W is besloten, in verband met de heerschende epidemie van Spaansche griep, in deze gemeente, de openbare lagere scholen voorloopig tot 11 November a.s. te sluiten.” (30-10-1918)
  • “Ook het Gymnasium blijft voorloopig tot 11 November gesloten. Van het postkantoorpersoneel zijn 18 personen door de gevreesde ziekte aangetast Tot nog toe is in den dienst geen verandering gekomen, doch indien het aantal zieken vermeerdert, zullen een of meer bestellingen moeten vervallen.” (2-11-1918)
  • “De gevreesde ziekte breidt zich in Hilversum meer en meer uit, terwijl ook het aantal sterfgevallen toeneemt. Vanaf Vrijdag 1 November tot en met gisteren zijn er bij den Burgerlijken Stand niet minder dan 40 overlijdensaangiften gedaan. Het vorig jaar bedroeg het aantal in hetzelfde tijdsbestek 7.” (5-11-1918)
  • “De Gooische H.B.S. is Woensdagmorgen opnieuw gesloten en wel tot Dinsdag 12 November. Het aantal ziektegevallen onder de leerlingen is sedert Maandag gestegen van 32 tot 40 van de 223.” (5-11-1918)
  • “In deze gemeente zijn ongeveer 6000 personen door de Spaansche griep aangetast. De
    ziekte heeft hier tot heden gelukkig niet zóó’n kwaadaardig karakter als elders het geval is, zoodat het aantal sterfgevallen niet groot is.” (2-11-1918)

“De dansavondjes in Concordia, die wegens de Spaansche griep waren uitgesteld, zullen Zaterdag 30 November des avonds 7 ½ uur aanvangen.” (23-11-1918)

Even terug in de tijd van 24 februari – Rudolf Steiner in Hilversum

Nieuwtjes in de krant van een eeuw geleden:
“De apotheker, de heer v.H.D. op den Kerkbrink, kreeg gistermiddag bezoek van een mooien zwarten hond, die in den tuin aan 6 hondjes het leven schonk. Moeder en kinderen worden door den heer v.H.D. met alle zorg omringd, maar hij zou toch gaarne zien dat de eigenaar van den hond zich kwam aanmelden om voor de verdere verpleging zorg te dragen.” (V.D.H. staat voor Van Heemskerck Ducker, na een eeuw nog steeds de naam van deze apotheek)

  • “Volgende week Woensdag zal alhier vrije paardenmarkt worden gehouden.”
  • “De brandweer bluschte deze week een 8-tal schoorsteenbrandjes. Maandagmorgen een in de Anemonenstraat 17 en een in de Mauritslaan 19 en hedenmorgen een derde in perceel Laanstraat 2.”
  • “Het zielental dezer gemeente bedroeg op 1 Februari j.l. 39.034 tegen 39.026 op 1 Jan. l.l.”

GOOISTAD of GOOISUM
De afgelopen jaren is de vraag opgekomen of de Gooise gemeenten niet één groot geheel zouden moeten gaan vormen. Nou, dat idee leefde een eeuw geleden ook al, mét alle gekrakeel eromheen. Kolommen vol in de krant. In de Gooi- en Eemlander van 16 februari 1921 wordt gesproken van “de vorming van één groote gemeenschap in het Gooi, buiten Hilversum.” Er worden twee ‘annexatieplannen’ genoemd: de vorming van ‘Groot-Bussum’ met daarin alle Gooise plaatsen (behalve Hilversum), en een tweedeling: een samensmelting van Laren, Blaricum en Huizen, en een samengaan van Bussum en Naarden. Hoe zou zo’n grote Gooise gemeente moeten gaan heten? Daarover staat in de krant een ingezonden brief van dr. H. van Eijk: “Mij lijkt de naam Gooistad of Gooisum meer aanbeveling te verdienen.”
U weet het, die samensmelting is er de afgelopen eeuw niet gekomen.
Aan de andere kant van onze regio was er tegelijkertijd in 1921 ook discussie of ’s-Graveland en Kortenhoef één gemeente moeten gaan vormen. En die is er – hoewel ook met vertraging – wél gekomen: in 1966 gingen ’s-Graveland, Kortenhoef en Ankeveen op in één gemeente ’s-Graveland, die in 2002 samen met Loosdrecht en Nederhorst den Berg de gemeente Wijdemeren ging vormen.

En dan (profiteer er van) het spek van slager Van Dijk.

Vervolg van de Oppepper van 14 februari: sneeuw in 1950

Wie staan er op de foto? De man met de – toen heel moderne – microfoon is Herman Felderhof, toen radioverslaggever bij de AVRO en het jaar erna voor de NCRV. De tweede van rechts is Jan Glissenaar en de derde van rechts is Peter Pennarts. Zij waren in ‘Indië’ gelegerd en maakten de politionele acties mee, de oorlog tussen Nederlandse militairen en Indonesische republikeinen. Toen de Nederlandse militairen in 1949-1950 naar huis gingen besloten Jan en Peter met twee anderen dat per jeep te doen. Het werd de ‘jeep expres’, die in het vaderland niet onopgemerkt bleef. In de publiciteitsroes werd ook Hilversum aangedaan. De man links op de foto is één van die twee anderen, de man rechts is niet bekend.

Met die ongelofelijke en avontuurlijke reis was het nog niet gedaan. Jan en Peter deden hem in 1953 nog eens dunnetjes over. Ze gingen met z’n tweeën per jeep terug naar Indonesië (via o.a. Marokko, Libië, Perzië, Afghanistan) en daarna reden ze via een noordelijker route ook weer terug naar Nederland, een onderneming van 27 maanden en 63.500 kilometer! Jan als schrijver en Peter als fotograaf publiceerden enkele boeken over hun ondernemingen en meer dan honderd reportages in weekblad Katholieke Illustratie. Hun motivatie voor die reis van 1953 was vooral om in Indonesië spijt te tonen voor wat er in jaren 1947-1950 was misgegaan en waar zij bij aanwezig waren geweest. Maar ook werd hun expeditie ingegeven door hun belangstelling voor de bewoners van het Midden-Oosten en Azië. Glissenaar heeft daarna nog veel reizen gemaakt en verslag gedaan van het onrecht dat hij in de wereld zag, met name in de Derde Wereld.

Jan, in 1925 geboren in Willeskop bij Montfoort, overleed in 2011, 86 jaar oud. Peter leefde van 1926 tot 2013, en Herman Felderhof van 1911 tot 1994. Waar de foto precies is gemaakt is nog niet achterhaald. Grappig is het bord op de auto met ‘stilte, uitzending’.

(foto Jacques Stevens / streekarchief)

Vervolg van de oppepper van 6 januari

Voor de ‘eigenverbouwers’

Een luchtfoto uit 1945 van het gebied van het Laarder Wasmeer (de zwarte vlekken rechts) aan de oostkant van Hilversum. De weg aan de onderkant is de Weg over Anna’s Hoeve met de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Daarboven zijn kleine vierkantjes te zien: de volkstuintjes die in 1921 uitgegeven werden.

Werkmeid gevraagd

Een blik in de krant van honderd jaar geleden biedt een aardig zicht op de personeelsadvertenties wat betreft gevraagde huishoudelijke hulp. De oogst van één pagina in de Gooi- en Eemlander van 7 januari 1921: er staan advertentietjes voor een werkster, een nette werkster, een heldere werkster, een dienstbode,  een flinke dienstbode, een degelijke dienstbode, een werkmeisje, een net werkmeisje, een net meisje, een helder meisje, een keukenmeisje, een tweede meisje, een dagmeisje, een kindermeisje, een dienstmeisje alleen, een keuken-weekmeisje, een werkmeid, een meid-huishoudster, een degelijke hulp, een dame en een bescheiden juffrouw. En daar zat vermoedelijk ook nog een zekere hiërarchie in en verschil in taken: een ‘tweede meisje’ deed vast ander werk dan een ‘dienstbode’. O ja, er wordt ook nog gevraagd om een ‘nette burgerdochter’. Wat haar taak wordt staat er niet bij.

Tarzan in de bieb

Wat ook nieuws was in de Gooi- en Eemlander van 8 januari 1921: de nieuwe boeken die in de bibliotheek te leen waren. Op de voorpagina stond een hele lijst van aanwinsten van de afgelopen week. Daaronder spannende lectuur als ‘Werktijdenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1920, naar de bedrijfsgroepen ingedeeld en overzichtelijk samengesteld.’ Maar ook ‘Casanova’s terugkeer’ en ‘Tarzan van de apen’.

Vervolg van de oppepper van 25 december

Met Kerstmis voor de deur worden de harten gevoelvoller. Een bericht uit Muiden van december 1904:

De christelijke naaivereniging hielp de armen met zelfgemaakte kleding (1914):

En de Vakschool voor Meisjes in Hilversum vraagt ‘aan de dames dezer gemeente’ om stukken stof. Want Kerstmis 1914 komt er aan.

Of dit tafereel in Amsterdam in 1909:

En het jaarverslag van de ‘Vereeniging voor Armenzorg’ in Blaricum meldde dat in 1910 daar 19 gezinnen werden ondersteund wegens werkeloosheid en 4 wegens ziekte, “terwijl omstreeks Kerstmis ruim 40 gezinnen werden bedeeld, tellende 160 personen.” De vereniging heeft het initiatief genomen om huisvlijt te bevorderen, wat ook een middel is om armoe te voorkomen. “Men wil ouderen aanmoedigen om in de avonduren en in tijden van werkeloosheid allerlei nuttige voorwerpen te maken, die de vereeniging van hen zal koopen.”

Het doet af en toe een beetje denken aan de sfeer van ‘Christmas Carol’ van Charles Dickens. Maar is het anno 2020 zoveel anders? Ja, het heet anders, maar hulp is nog steeds nodig. Die heeft nu namen als Voedselbank, dak- en thuislozenhulp, Van Harte resto’s, Leger des Heils, Stichting Babyspullen, Kledingbank, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Kindpakket van de gemeente, noem maar op. Woorden als ‘bedéling’ en ‘armenzorg’ gebruiken we niet meer, maar er is nog altijd werk aan de winkel.

Vervolg van de Oppepper van 5 december

Uit dezelfde krant, de Gooi-en Eemlander van 8 december 1920 nog een bericht in het genre ‘paniek in de tent’: hoe paarden op hol sloegen in het centrum van Hilversum en een flinke ravage aanrichtten.

Uit de Gooi- en Eemlander van honderd jaar geleden, 24 november 1920:

Fietsendief de cel in
In 2019 werden in Nederland 266.000 fietsen gestolen. De kans dat je je gestolen fiets ooit terugziet is klein en de kans dat een fietsendief wordt gepakt is ook klein. Honderd jaar geleden was men niet kinderachtig bij fietsendiefstal. Op 19 november 1920 werden voor de rechtbank in Amsterdam twee jongemannen, C.S. en H.M., veroordeeld omdat zij op 7 augustus een fiets hadden gestolen in Hilversum. Zij kregen respectievelijk acht maanden en een jaar gevangenisstraf. En dan kwam M. er nog goed vanaf, want tegen hem was een jaar en drie maanden geëist.

Het gevaar der zijden kousen
“Het aantal vrouwen dat de laatste dagen te Parijs met pleuritis of longontsteking in de ziekenhuizen wordt opgenomen, moet buitengewoon hoog zijn. Gezwegen van het aantal vrouwen dat in haar eigen huis ziek ligt. Een redacteur van l’Oeuvre heeft aan een professor in de geneeskunde gevraagd of men hier soms met weer een golf van griep te doen had. Volstrekt niet, heeft de hooggeleerde geantwoord, met een golf koude… aan de beenen: de dunne zijden kousen.”

naar 8 november 1921: STORM!

door Willibrord Ruigrok

In de nacht van zaterdag 6 op zondag 7 november 1921 werd een groot deel van Nederland geraakt door een zware storm. Op zondagochtend bleek dat de Hilversumse Groest bijna geheel was overstroomd door verstopping van het riool, “tot groot ongerief voor de kerkgangers.” Een trottoir aan de Paulus van Loolaan was ingezakt, veel bomen waren omgewaaid in het Spanderswoud, maar ook aan o.a. de Bussumergrindweg, Stationsstraat en Beethovenlaan. “Bijna bij iederen val van een boom knapten telefoon- en electrische draden. Groote spiegelruiten zijn stukgewaaid, stukken zink vlogen van de daken en wankelende schoorstenen heeft men moeten stutten. De Laarderweg was geheel versperd, want een aantal zware palen knapte af, de een na de ander. Het mag verwondering wekken dat er geen persoonlijke ongelukken zijn voorgevallen! Aan de politie en brandweer komt een woord van dank en hulde toe, zij hebben groote onheilen voorkomen”, aldus de Gooi- en Eemlander op de dinsdag erna.

Ook in de andere Gooise plaatsen ging het flink tekeer. In Eemnes “hield slechts één gedachte alle inwoners bezig: water! Zou de Zuiderzee het polderland opnieuw overstromen? Wat men vreesde is geschied. Tusschen 4 en 5 uur bereikte het water den hoogsten stand. De zee stond toen tot aan de kruin van den Wakkerendijk. De kerk stond in 40 cm water. Bij Buitendijk moesten de mensen per boot uit hun huizen worden gered.”

Uit alle dorpen kwamen berichten van omgewaaide schoorstenen, schuttingen, muren en “een dakpannenregen, toen ’t zoo geweldig orkaande.” In Huizen sloeg het zeewater een stuk van de Havenstraatweg weg en liep het water het land binnen, in Bussum werd een woning “dooreengeworpen als een huisje uit een blokkendoos.”

Ook elders in het land was er grote stormschade. In Zaltbommel was de voetbalwedstrijd tussen Zaltbommel 3 en Amical 2 uit Tiel nog bezig “toen een rukwind een stuk zinkdak van de loods eener scheepswerf losmaakte en op het speelterrein wierp. Het was een vreeselijk oogenblik. Met vereende krachten werd het stuk zink opgelicht. Men vond twee dooden en drie zwaar gewonden.”

Opmerkelijk: de storm was op zaterdag en zondag, en de krant berichtte er pas over op dinsdag. Maar ja, op maandag kwam de krant niet uit. En foto’s? Niets, er stonden toen helemáál nog een foto’s in de krant!

Opmerkelijk is ook, dat op dinsdagavond 8 november een vergadering van de Hilversumse gemeenteraad plaatsvond, maar dat volgens het verslag in de krant met geen woord werd gerept over de stormschade. Wel ging het over zaken als de woningmarkt, de havengelden en de jaarwedde van een gymnastiekleraar – alleen over onderwerpen die op de agenda stonden.

Dan nog twee heel andere berichtjes uit de krant van dinsdag 8 november 1921:

– O n b a a t z u c h t i g h e i d

“In de gemeenteraad van Slochteren (Gr) werd gesproken over honorering van burgemeester en wethouders. Voor deze gemeente bedraagt de jaarwedde voor ieder der wethouders f 600, alzoo een verhooging van f 100. De beide wethouders De Haan en De Boer zeiden, dat het thans geen tijd is om de salarissen te verhoogen, dat ze de verhooging niet zullen accepteeren, maar zullen terugstorten in de gemeentekas. Bij het bespreken van het salaris van den burgemeester op f 5000, zeide de burgemeester dat het thans genoten salaris van f 4200 voldoende was en dat hij de verhooging van f 800 niet in ontvangst zou nemen.”

– E r k e n t e l i j k h e i d

“Te Groote Schermer vond iemand op zijn erf een boekje, waarin f 2800. De eigenaar werd opgespoord. De vinder kreeg een glaasje bier en een sigaar.”

naar 24 september 1920

Iets anders in deze krant: advertenties. Hieronder een paar advertentietjes van 24 september 1920 bij elkaar gezet: verkoop je lompen en konijnenvellen aan L. Schaap in de Hortensiastraat, haal uw pekelvleesch bij slager Van Dijk, poets uw schoenen met ‘Manjefiek’, betaal niet meer dan acht gulden voor een tafel, en ga aan de Bulgaarsche yoghurt. De fabricage daarvan staat “onder voortdurende controle van den Heer J. Van Heemskerck-Düker”. Dat was de apotheker, wiens naam nog steeds voortleeft in de apotheek op de hoek van Kerkbrink.

En dan als toetje nog drie berichtjes die niet met Hilversum te maken hebben, maar toch opmerkelijk zijn:

naar 70 jaar geleden, 23 augustus 1950

In dagblad Het Gooi en Ommeland stond bijvoorbeeld:

  • Advertentie: ‘Uw knoopsgaten klaar terwijl u wacht. De Knoopsgatencentrale, Utrechtseweg 29”
  • Advertentie: “Lampekappen, 1 gulden per week. Veerstraat 50” (dit adres is nu een woonhuis)
  • Advertentie: een 13-daagse busreis naar Oostenrijk voor 179 gulden, en een 13-daagse busreis naar Cannes voor 198,50 gulden.
  • Advertenties: autodealer Jaap Iesberts, Loosdrechtseweg 24, adverteert voor het Franse automerk Panhard, dat bestaan heeft van 1886 tot 1967.
  • Autobedrijf Boeschoten, Bussumergrintweg 12, tel. 5115, maakt reclame voor het Tsjechische automerk Tatra: ‘de Tatraplan, de ruime moderne automobiel’. (Op dit adres zit nu garage Van Poelgeest voor uw BMW en Mini. De Tatraplan had een bijzondere aerodynamische vorm. Hij is alleen in 1948-1951 in produktie geweest)

En dan dit berichtje over de vermiste Teddy Scholten. Teddy (1926-2010) was zangeres en presentatrice. Zij won in 1959 het Eurovisie Songfestival met het lied ’n Beetje. Met haar man Henk Scholten trad ze veel op, o.a. in AVRO’s Bonte Dinsdagavondtrein en op tv in de Snip en Snap Revue. Later hadden ze een show bij KRO-tv, Zaterdagavondakkoorden, en presenteerde Teddy Kiekeboe en het Nationaal Songfestival.

Teddy kwam dus later thuis. Maar toen gingen de journalisten er niet meer voor naar Schiphol en in de krant werd in de dagen erna ook niet meer gerept van haar échte terugkeer…