Puzzel-foto

Over de toren van de Geraniumschool

Oospronkelijk een openbare lagere school. Tevens tijdelijk onderkomen geweest voor het Nieuwe Lyceum en de Fred. van Eeden ULO school. De school vormt een oriëntatiepunt in het hart van de wijk. Er zijn ‘bekende Dudokzichtlijnen’ met de Clemenskerk en een richting Lupinestraat. Ook, als je over de Diependaalselaan rijdt steekt de markante toren er fier en trots bovenuit.

De school kent een symmetrische bouw. Het middengedeelte is hoog, aan weerskanten lage zijvleugels, die een mooie overgang vormen met de woningen in de omgeving en de kinderen, die er naar school gingen omarmden.

Het gebouw heeft veel overeenkomsten met Slot St. Hubertus ( Berlage) op de Veluwe. Niet zo verwonderlijk, want Dudok was in die tijd erg geïnspireerd door deze architect.

Het uurwerk op de toren, omringd door fraai Amsterdamse School metselwerk, is bijzonder. Het bevindt zich nl. aan 4 zijden. Praktisch voor de moeders. Die hoefden maar naar buiten te kijken, om te zien hoe laat het was. Zij konden in de gaten houden of hun kinderen regelrecht naar huis kwamen of na moesten blijven.

In 1985 verbouwd tot woonruimten voor jongeren. Helaas zijn toen de ramen en het mooie houtwerk daaromheen grondig veranderd, waarbij juist die charme verdwenen is. Jammer, dat de gemeente ten tijde van de renovatie van de Bloemenbuurt er geen oog voor

Over het beeld ‘Liggend’

‘Liggend’, foto van Henk Roos

Alphons Willem Bernhard Johannes (Fons) Bemelmans geboren in Maastricht in 1938 is een Nederlandse kunstenaar, vooral bekend als beeldhouwer . Hij is ook werkzaam al edelsmid, kunstschilder en  graficus.

Bemelmans begon zijn opleiding als edelsmid in 1955 aan de academie in Maastricht waar hij in 1958 de  St Lucasprijs won. Vanaf 1960 tot 1962 ging hij in onderricht in Keulen aan de Kölner Werkschulen en daarna nog aan de Accademia di belle Arti di Brera in Milaan tot 1963. Zijn werk laat zich omschrijven als geabstraheerd figuratief met de klassieke thematiek van mythen en sage. Fons Bemelmans woont en werkt in Eijsden. Hij signeert zijn werk soms met FB.

Anton Gerits schreef er een mooi gedicht bij:

Liggend

Je bent ineens zo naakt
als je gevallen bent
languit en zonder reden,
je zweeft zelfs even weg
naar wie je vroeger was,
kunt niet meer overeind.
Je zou wel willen slapen
als na het warme bad,
maar je wordt opgericht
door twee bezorgde handen,
een onbekende stem,
bemoedigende woorden
|zich hechtend in je hoofd
dat zich nu ouder weet
op weg naar dichterbij.


Vervolg van de Puzzelfoto op 24 april 2022

Huisje op de Joodse Begraafplaats

Dit maal is er een foto genomen van het metaheerhuis (lijkenhuisje op een Joodse begraafplaatsen)  van de Joodse gemeenschap aan de Vreelandseweg nr.1. Het gebouw behoort bij de Joodse begraafplaats, die zich hier sinds 1937 bevindt.
Boven de ingang van de aula staat de tekst (vertaald):
“Ja, klein en groot, is daar àl bijeen en vrij is ook de knecht er van zijn heer”, een tekst uit Job 3:19.
De joodse gemeente kreeg in 1751 de beschikking over een begraafplaats aan de Gooische Vaart. Deze is tot 1863 in gebruik en is in 1937 geheel geruimd. Vlak voor de sluiting van deze begraafplaats werd een nieuwe begraafplaats aan de Vreelandseweg in gebruik genomen.
Gedurende de jaren 2007 t/m 2010 zijn het oorspronkelijke gebouw, woning van de beheerder, het metaheerhuis en de naastgelegen opslagruimte ingrijpend gerestaureerd en verbouwd en hebben nieuwe functies gekregen. Het toegangshek en het hekwerk rond het terrein van de begraafplaats vernieuwd.
De geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Hilversum meldt een gruwelijk getal.  Van de Joodse bewoners heeft slechts 10 % de oorlogsjaren overleefd.  Een gedenkteken op de Joodse begraafplaats houdt de herinnering aan de slachtoffers in stand. In 1951 woonden er nog 200 Joden in Hilversum. De vele struikelsteentjes, op dit moment 517 , zijn een stille getuige van hun aanwezigheid in Hilversum
De begraafplaats is nu een gemeentelijk monument.


Vervolg van Oppepper 3 april

Over Villa Westerengh (gemeentelijk monument) Larenseweg 285

In het Bestemmingsplan Noord wordt deze villa omschreven als de villa Westerveld. Volgens die beschrijving is deze gebouwd omstreeks 1880, in een voor de bouwtijd karakteristieke, eclectische bouwtrant. De architect is onbekend. De villa is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectonische en de ensemblewaarde, alsmede vanwege de gaafheid.

Elders: de villa Westerengh op het terrein van de bron der waterleiding van Nieuwer-Amstel, later Amsterdamse Waterleiding. Voormalige directeurswoning van de Amsterdamse Waterleidingmaatschappij.

Daarnaast:

Mogelijk dat de verwarring over de naam van deze villa (Westerveld of Westerengh) gelegen is in de volgende beschrijving? ‘De bronwaterleiding te Hilversum leverde water dat uit een 35 meter diepe zandlaag op de heide van Hilversum werd onttrokken. Dit water werd doorgepompt door het pompstation Westerveld, dat zowel levering- als distributiepompstation was. Een groot deel van dit water ging naar de Provinciale Waterleidingsmaatschappij Noord-Holland, de gemeente Muiden en het militaire kamp te Laren. Het gedeelte dat naar Amsterdam ging kwam grotendeels terecht in Diemen, dat door Amsterdam van water werd voorzien.

En – in dit verband – ook interessant (info GEO-park), maar wel wat bij het eigenlijke onderwerp vandaan…….:

In de zandige stuwwallen van het Gooi zakt het regenwater gemakkelijk weg. Aan de randen van het Gooi komt dit water als kwelwater tevoorschijn. Op de hoogste plekken van het Gooi ligt het water tot tien meter diepte. Dit water is moeilijker te winnen, maar toch was men hier omstreeks 1900 buitengewoon in geïnteresseerd. Dit water was geïnfiltreerd in de bodem van bos- en heidegebieden en daarom uitermate schoon.

Om het water uit de bodem te krijgen waren pompstations met grote pompen nodig. De toen beschikbare zuigpompen waren echter niet in staat diep water op te pompen. Vanaf 10 meter ontstaat er bij zuigpompen een vacuüm in de aanvoerleiding.

Vandaar dat vanaf circa 1900 aan weerszijden van de Hilversumse/Larenseweg pompstations in diepe kuilen in het landschap werden geplaatst. Aan de noordzijde van de Larenseweg kwam de Bron der Waterleiding Westerveld op de kruising van twee diep ingegraven sleuven te liggen. In het noordelijke verlengde van de noord-zuidsleuf liep de Waterleiding Nieuwer Amstel (ook wel aangeduid als Bronwaterleiding Amsterdam) naar de Laarder Watertoren. Het tracé is nog altijd herkenbaar aan een kaarsrecht pad over de heide. 

Aan de zuidzijde van de Hilversumse weg kwam iets later, ook in een gegraven diepte, de Bron der Hilversumsche Waterleiding tot stand. Deze kuil werd in de jaren 1950 en 1960 uitgebreid tot een laagte van bijna 200 bij 500 meter. Toen ging het om zandwinning. Hoewel nu andere pomptechnieken beschikbaar zijn, liggen de pompstations nog altijd in deze laagten.

Vervolg van Oppepper 13 april over Barbershop Den Uylplein

Amsterdamse School

Het pandje is gebouwd in een voor het vroege werk van Dudok karakteristieke, aan de Amsterdamse School verwante bouwstijl. De voormalige politiepost heeft één bouwlaag en was ingedeeld met een portaal, toilet, politiecel en wachtlokaal. De gevels van het pand zijn volledig opgetrokken in hout. Aan de onderzijde zijn schuin liggende horizontale planken gebruikt, terwijl daarboven staande planken zijn gebruikt. Boven de toegangsdeur steekt de dakrand naar voren uit, waardoor een luifel is ontstaan. De vensters, dakrand, luifel en entree zijn alle voorzien van decoratief houtsnijwerk. De kleuren groen en geelbruin zijn karakteristiek voor de door Dudok ontworpen vroege gebouwen. Het oranjerode pannen schilddak steekt hier mooi tegen af.

Nieuwe bestemming

Nadat het nieuwe raadhuis van Dudok in 1931 in gebruik was genomen, nam de gemeente de Kerkbrink, waar het oude raadhuis en de politiepost zich bevonden, onder handen. De dienstgebouwen die vanwege het ruimtegebrek in het oude raadhuis op de Kerkbrink in gebruik waren genomen, een oude school en een gymnastieklokaal, zouden worden afgebroken. Volgens de Gooi- en Eemlander zou ‘door het sloopen der oude gebouwen weer een stukje Hilversum verdwijnen, dat een historie heeft van bijna twee eeuwen’. De politiepost echter werd behouden, maar kreeg een nieuwe bestemming aan de Larenseweg (toen nog Laarderweg geheten). De politiepost verving de post aan de Kleine Drift, een door Dudok in 1919 in Amsterdamse Schoolstijl ontworpen gebouwtje. Sinds 1947 is in het gebouwtje een kapperszaak gevestigd, thans de herenkapperszaak ‘Barbershop Hilversum’.

Vervolg van Oppepper 27 februari

De Nieuw-Apostolische Kerk aan de Johannes Geradtsweg sluit over twee weken de deuren. Het gemeentelijk monument is verkocht aan een projectontwikkelaar.

De kerkgemeente werd in de afgelopen jaren geconfronteerd met een afname van het aantal actieve leden en toenemende onderhoudskosten van het kerkgebouw. Dit heeft het kerkbestuur doen besluiten om het kerkgebouw te verkopen, meldt woordvoerder Reinier van Markus van Nieuw-Apostolische Kerk in Nederland. Het pand is verkocht aan een projectontwikkelaar, die het een (nog onbekende) nieuwe bestemming gaat geven. ’Omdat het om een beschermd gemeentelijk monument gaat, zal dit binnen de huidige muren van het kerkgebouw gebeuren.’

Lief en leed

Het sluiten van een kerk is een ingrijpende gebeurtenis, stelt Van Markus. ’In het kerkgebouw, dat in 1937 in gebruik werd genomen, hebben veel mensen lief en leed met elkaar gedeeld. Niet alleen voor mensen uit Hilversum, maar ook voor de landelijke kerk had dit kerkgebouw een belangrijke functie van samenkomst.’ Daaraan komt een einde als op zondag 1 augustus de laatste kerkdienst zal worden gehouden en het kerkgebouw aan de eredienst zal worden onttrokken. Leden van de kerkgemeente zullen in omliggende plaatsen hun plaats gaan innemen.

Het kerkgebouw is een ’interbellumkerk’ in sobere functionalistische vormen, stilistisch beïnvloed door het werk van de Hilversumse architect W.M. Dudok. Het ontwerp is van Barend Hendrik Bakker en zijn zoon Cornelis Marinus Bakker, architecten te Hilversum.

Vervolg Oppepper 20 februari

Als buitenhuis / zomerverblijf gebouwde ‘VILLA Henriëtte’. Gebouwd in 1896 in schilderachtige eclectische trant met invloed van de chaletstijl. Het huis is in opdracht van J. Ter Meulen gebouwd als zomerverblijf naar ontwerp van de architecten A.L. en J.G. van Gendt in het Hilversumse Susannapark. Villa Henriëtte werd als een van de eerste landhuizen in het park gebouwd, en vervulde een poortfunctie vanwege haar strategische ligging op het hoogste punt van het (destijds nog grotendeels onbebouwde) park, dat onderdeel uitmaakt van het van rijkswege beschermde dorpsgezicht ‘Noordwestelijk Villagebied’. Nadat de omroepvereniging NCRV het gebouw in 1936 had aangekocht, kreeg het pand tot 1939 de functie van radiostudio en daarna een kantoorbestemming.

Het buitenhuis / zomerverblijf ‘VILLA Henriëtte’ vertegenwoordigt architectuur- en cultuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van een buitenhuis / zomerverblijf in schilderachtige eclectische trant met chaletstijl-invloed uit het oeuvre van de gebroeders Van Gendt. Villa Henriëtte is van stedenbouwkundig belang vanwege de markante en beeldbepalende situering in het Noordwestelijk Villagebied en heeft cultuurhistorische samenhang en ensemblewaarde
De gebroeders van Gendt hadden samen met hun vader een heel groot ontwerpbureau. Oorspronkelijk is het A.L. van Gendt die als architect gebouwen ontwerpt, maar later komen de twee zoons ook op het architectenbureau te werken. Later werken ze ook vaak onder de naam gebroeders Van Gendt. Gedrieën hebben zij tussen ongeveer 1850 en 1930 vele gebouwen in Amsterdam ontworpen. Nog vaker waren zij als constructieve of programmatische adviseurs betrokken bij gebouwen. Zij hebben aan veel bank- en kantoorgebouwen getekend en waren ook gespecialiseerd in constructies en kluizen. Het is ook niet altijd duidelijk wie wat heeft ontworpen en getekend.
Maar zonder de architectenfamilie van Gendt zou Amsterdam er heel anders hebben uitgezien. Tegen het einde van de 19de eeuw is het architectenbureau waarschijnlijk het grootste van Nederland en in elk geval het productiefste. Er zijn perioden dat zij en hun medewerkers aan meer dan 100 projecten tegelijk bezig zijn. Daaronder zijn heel wat gezichtsbepalende panden, zoals het Concertgebouw (1888), de Hollandsche Manege (1880), gebouw Frascati en de winkelgalerij in de Raadhuisstraat (1899)